Warning: Undefined array key "tdvITu" in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/taxonomy.php on line 1

Notice: Function _load_textdomain_just_in_time was called incorrectly. Translation loading for the wysija-newsletters domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/functions.php on line 6122
Parijs - Robert Guinee | architectuur gids

Tag: Parijs

  • De Notre Dame, eindelijk weer binnen…

    De Notre Dame, eindelijk weer binnen…

    Sinds 7 december kan het weer: de Notre Dame bezoeken, eindelijk weer binnen. Ik heb het intussen al een paar keer gedaan…

    De restauratie, binnen

    Het resultaat van 5 jaar uiterst intensief restaureren? Schitterend mooi! Onzichtbaar waar grote en intensieve schade is geweest, zoals waar de vieringtoren zo dramatisch door de gewelven heen is geslagen. Hoogst zichtbaar waar het schilderingen en het algemeen interieur betreft. Sta je in de Notre Dame, eindelijk weer binnen, dan valt op hoe licht en helder de kathedraal nu is. Licht en helder zoals ooit in de Middeleeuwen bedoeld.

    Schitterend en helder, de Notre Dame eindelijk weer binnen
    Schitterend en helder, de Notre Dame eindelijk weer binnen

    Terwijl dat voorheen zeker niet het geval was! Integendeel! De kathedraal was vies en vuil, beroet door decennialang, bijna eeuwenlang kaarsen-branden. Des te opvallender dat dat intussen weer opnieuw gedaan wordt. Ik begrijp de geloofs-noodzaak, maar ik hoop toch dat er nu roetvrije of zo min mogelijk roetende kaarsen gebruikt worden. Het zou zo jammer zijn, als de heldere sfeer van nu alweer begint te verdonkeren…

    Het valt op hoe fel en levendig de kleuren van de muurschilderingen weer zijn, alsmede die van de gebrandschilderde ramen. Tegelijk valt mij dan weer op dat dit geen Middeleeuwse kleuren zijn. Ik schreef daar ooit al eens een ander blog over: “Kleur bekennen”. Wat we in de Notre Dame zien is het kleurenpalet gebaseerd op de interpretatie van de restauratie-architect van de 19e eeuw: Viollet-le-Duc. Hij was niet gewapend was met allerlei hoogstaande kleuren-analyse apparatuur zoals we die tegenwoordig gebruiken. Nee hij moest afgaan op zijn eigen waarneming. En dus ging hij restaureren op basis van kleursporen die honderden jaren verwering hadden ondergaan. Geen wonder dat er een ander kleurbeeld ontstaat! Interessant is dan wel dat precies dat kleurbeeld ook het kenmerkende beeld is geworden van de Neo-Gotiek. Ook in Nederland!

    schoon gemaakt en zie: heldere kleuren, maar in 19e eeuwse stijl.
    schoon gemaakt en zie: heldere kleuren, maar in 19e eeuwse stijl.
    geen roet en vuil meer, prachtig heldere kleuren.
    geen roet en vuil meer, prachtig heldere kleuren.

    De Notre Dame, eindelijk weer binnen, maar klaar?

    Nu je dan de Notre Dame eindelijk weer binnen kunt beschouwen, verwacht je dat de kathedraal dan helemaal klaar is. De restauratie werd op 7 december toch officieel afgerond? Tja, ik vrees dat daar toch een staaltje Frans prestige om de hoek komt kijken. Immers: op die 15e april 2019 zei President Macron dat de kathedraal binnen 5 jaar herbouwd zou zijn. Strikt genomen is dat niet gehaald, want tot en met december 2024 is toch echt 5,5 jaar… Maar vooruit, kalenderjaar-technisch is het gelukt… Althans, zo is de hele wereld voorgespiegeld. Nu maak ik ook deel uit van die wereld, maar ik ben niet bereid om die projectie zomaar meteen te volgen.

    Want wat blijkt? Nog bij mijn laatste bezoek in April was er nog een behoorlijk woud van steigers aanwezig rond de kathedraal. Sowieso stond de vieringtoren weer in de steigers. Weer? Jazeker, weer.

    een gigantisch nieuw steiger voor de vieringtoren
    een gigantisch nieuw steiger voor de vieringtoren

    Om voor mij onbegrijpelijke redenen waren de steigers vorig jaar april verwijderd. Een groot deel van de toren heeft bijna een jaar provisorisch afgedekt in zeilen gestaan. Was het vanwege de Olympische Spelen? Maar bij die openingsceremonie kwamen de steigers toch ook zeer duidelijk in beeld? Sterker nog, een stukje route van het Olympische vuur ging nota bene over die steigers (tikje misplaatst trouwens om met vuur over die steigers te gaan, hoe feeëriek het ook moge zijn). Hoe dan ook, er is bovenop het nieuwe loden dak weer een kolossaal steiger gebouwd om de onderste ± 15 meter toren nog met lood te bekleden.

    kant en klaar lood op de steiger
    kant en klaar lood op de steiger

    En elders aan de buitenzijde?

    Ook elders aan de buitenzijde blijkt lang niet alles te zijn afgerond. Ik heb nog steeds de fameuze PVC-spuwers zien hangen in maart. En de afgestompte spuwers elders, waar nog een flapje lood uit bungelt. Van deze elementen heb ik echter goede hoop dat binnenkort worden hersteld. Waar ik eerder ook nog forse gebreken constateerde, aan de noordgevel van het koor, is het nodige vernieuwd. Vrij vertaald vrijwel alles trouwens. En het lijkt erop dat de werkzaamheden zich verplaatsen in de richting van de PVC-spuwers wat verder aan het koor. Dat zou schitterend zijn als het nog zou worden hersteld.

    nieuwe spuwers, maar ook nog in PVC (linksonder)
    nieuwe spuwers, maar ook nog in PVC (linksonder)

    Maar ik heb nog steeds de grootschalig afgebrokkelde natuursteen gezien op de bekroningen van de steunberen.  Vooral goed te zien aan de zuidkant van het schip, maar ook elders waarneembaar. Dat geldt ook voor alle onderdelen van de sacristie, aan dezelfde zuidkant, goed te zien vanaf de Seine-oever. Hier is nog helemaal niets aan gedaan. En als het gaat om de steunbeer-bekroningen, dan heb ik het akelige vermoeden dat dat ook niet meer gaat gebeuren. Er is geen enkele indicatie dat daar nog iets aan wordt gedaan, geen steiger te bekennen, geen enkel aankondigingsbord. Het zal toch zo niet achtergelaten worden?

    nog steeds niks aan gedaan: steunbeerbekroningen
    nog steeds niks aan gedaan: steunbeerbekroningen

    Voldoende financiële middelen

    Er is nog voldoende geld voor beschikbaar om ook deze elementen te restaureren, want tot en met december is er zo’n 700 miljoen euro uitgegeven. Dan resteren er nog 145 miljoen van het geschonken geld dat na de brand zo ruimhartig ineens beschikbaar werd gesteld. Aangezien de oorspronkelijke restauratie al werd begroot op 150 miljoen zou je denken dat van dat resterende geld nog het nodige kan worden gedaan. Ik blijf het uiteraard op de voet volgen! Zodra ik in Parijs ben, werp ik er mijn blik op, kritisch en bewonderend.

    Want hoe je het ook draait of keert, er is een restauratie van formaat geleverd. En van een zeldzame kwaliteit ook! Je kunt zeggen van de Fransen wat je wilt, maar ze kunnen een topprestatie leveren op dit gebied. Het is alleen zo jammer, dat daarvoor vaak een beroep gedaan moet worden op het prestige van het land. Zodra dat in het geding komt, dan gaat de portemonnee wagenwijd open! Het resultaat is echter verbluffend als je de Notre Dame eindelijk weer binnen treedt: een Gotische kathedraal zoals hij ooit bedoeld is: helder licht dat naar binnen valt.

    prachtig gerestaureerd, het 14e eeuwse roosvenster
    prachtig gerestaureerd, het 14e eeuwse roosvenster

    Het Lux Divina waar de “uitvinder” van de gotiek, Abt Suger uit St. Denis (zie b.v. ook dit blog) zo enthousiast over was. Schitterende heldere kleuren in glas en op steen, een werkelijke bijbel in glas en steen! Dat is een feest om weer te beleven. Klein minpuntje: je bent nooit alleen, er zijn (iets te veel) duizenden mensen die het met je mee willen beleven.

  • Notre Dame weer open!

    Notre Dame weer open!

    Het zal weinigen zijn ontgaan: aanstaande zaterdag gaat de Notre Dame weer open. Kranten schrijven erover, YouTube wordt overspoeld door filmpjes, en ongetwijfeld komt het zaterdag in alle journaals voorbij. Hoe mooi en grandioos is het wel niet geworden. Aanstaande zaterdag is er een ceremoniële dienst in het bijzijn van President Macron, de Aartsbisschop, de generaal b.d. die de restauratie heeft geleid en ongetwijfeld zal ook de Architecte en Chef aan mogen zitten bij deze gelegenheid.

    Reden om mij weer eens aan een blog over dit project te wijden. Mijn volgers weten dat ik mij daar in het verleden nogal kritisch over heb geuit. De kritiek is gebleven, maar het is nu tijd om te kijken naar wat er is neer gezet.

    Welk fraais gaat er achter deze deuren schuil?
    Welk fraais gaat er achter deze deuren schuil?

    Vóór de restauratie.

    Alvorens de Notre Dame weer open gaat en wij met z’n allen versteld zullen staan van het resultaat is het interessant om eens terug te kijken naar hoe het ook alweer was. Ik ben in mijn eigen archief gedoken en heb mijn foto’s uit 2018 nog eens bekeken. Dat was de laatste keer dat ik zelf in de kathedraal was. Mijn herinnering: duister en donker.

    een donker deel van de kooromgang
    een donker deel van de kooromgang

    Okee, het jaargetijde hielp daar niet bij, het was 14 januari, een tijd van weinig licht. Maar tegelijk zie ik op foto’s van de buitenzijde hoe prachtig helder de dag was: een stralende zon, met misschien wel de mooiste exterieur foto’s die ik ooit heb gemaakt. Binnen was het echter donker. En dat kwam eigenlijk door niks anders dan vuil. Na de grote restauratie vanaf  1840 door Viollet-le-Duc was er vrijwel niks meer aan het interieur gedaan. Niet schoon gemaakt, niet gerestaureerd, alleen maar gebruikt. Onder andere voor het veelvuldig branden van kaarsen.

    het interieur van de kathedraal, op een (verbeterde!) foto
    het interieur van de kathedraal, op een (verbeterde!) foto

    Wat dat doet met een kathedraal kun je goed ervaren op een van de foto’s die op de schutting rond het gebouw hebben gehangen: je ziet een dame met een sponsje een wand schoonmaken. Een vlakje van ca 15 bij 15 centimeter toont een felle kleur rood, versierd met gouden bladeren. Eromheen zie je een donker grijze grauwe tint, met vaag hier iets roods en geels in doorschemeren.

    Schoonmaken

    Na de brand vloeide er ineens krankzinnig veel geld richting de restauratie. Volledig en vakkundig schoonmaken van het gehele gebouw was ineens geen enkel probleem meer. Terwijl dat in Frankrijk bij veel kathedralen echt niet gebruikelijk is. Ik heb het afgelopen jaar de nodige mensen mee genomen naar de schitterende kathedraal van Metz. Schitterend aan de buitenkant, in jarenlange campagnes rondom gerestaureerd. Kom je echter binnen, dan is het interieur ronduit goor. Een bizar woord om te gebruiken in het kader van een kathedraal, maar volstrekt toepasselijk.

    De kathedraal van Metz: links schoon, rechts niet
    De kathedraal van Metz: links schoon, rechts niet

    Een vergelijkbare ervaring herinner ik mij uit Chartres, van mijn eerste bezoek in de jaren ’80. Waar was die schitterende Gotische kathedraal die met zijn fabuleuze gebrandschilderde ramen een licht gebouw zou zijn? Zwaar gebukt onder een grauwsluier van roet en vuil. Tot in 2012 ineens een stukje schoongemaakt bleek. En dat in 2020 voor het volledige schip was gebeurd: schitterend,  tintelend, ongelooflijk kleurrijk, enzovoort.

    Nu de Notre Dame weer open gaat zul je dat ook daar kunnen ervaren. In zeer sterk relativerende zin is dat dan “het voordeel geweest bij het nadeel” van de brand, om het Cruijffiaans te stellen. Zonder de brand zou er nooit genoeg geld geweest zijn, om dit te doen… Tja. Kijk bijvoorbeeld eens naar de beelden in deze documentaire op You Tube (wel in het Frans…). Met name vanaf 9.20 t/m 11.00 minuten kun je schitterend zien wat er is gebeurd!

    Hoe ging dat schoonmaken?

    Wel, natuurlijk met heel veel gewoon water. Hoewel gewoon, meestal gedestilleerd omdat onzuiverheden tot extra aantasting kunnen leiden. Stel je voor, dat er ietwat zuur in het water zit, of dat je gechloreerd water hebt, niet ongebruikelijk in bepaalde landen voor het drinkwater. Tja, dan zit je dus een kwetsbare beschilderde wand met chemicaliën te reinigen, waarvan niemand het resultaat kan voorspellen. Behalve, dat het nooit goed kan zijn voor de ondergrond. Dus gedestilleerd.

    Maar er zijn ook andere rigoureuzere methodes toegepast, op minder kwetsbare vlakken, zoals op gewelven en muren. Daar is met een spray een rubber-achtige pasta op gespoten die een latex film vormt over het oppervlak. Dat latex heeft een sterk hechtende en zuigende werking, waardoor het vuil in deze dunne laag wordt getrokken. Na voldoende droog- en werkingstijd kan het film er weer afgetrokken worden, en er komt een vrijwel brandschoon oppervlak tevoorschijn. Ik weet uit eigen ervaring wat voor impact dat kan hebben op een gebouw. Bij de restauratie van de Cuyperskerk in Ouderkerk aan de Amstel, waar ik aan heb mee gewerkt is dat eveneens toegepast. Het resultaat was verbluffend en spectaculair. Dat gaan we bij de Notre Dame die weer open gaat ook zien.

    Ik ben ervan overtuigd, dat de eerste keer dat ik er weer binnen zal stappen, ik overweldigd zal worden door de helderheid van het interieur en de felheid van de kleuren. Die kleuren die overigens niet Middeleeuws zijn, maar 19e eeuws. Door Viollet-le-Duc aangebracht op basis van aangetroffen oude sporen. Zijn kleurenanalyse was nog weinig wetenschappelijk, wat maakte dat er een typisch eigen kleurenpalet is ontstaan.

    De Notre Dame weer open, dus gereed?

    Nou nee. Dat dus niet. Mijn eerdere blogs melden het al. Zo is de steiger rond de vieringtoren al begin 2024 afgebroken, terwijl er nog minstens 15 meter van de toren onafgewerkt was. Geen idee waarom, vermoedelijk de naderende Olympische Spelen, de spits moest zichtbaar zijn? Dat deel heeft straks dus ruim een jaar onafgewerkt gestaan, met alle mogelijkheden voor weer en wind om zijn gang te gaan in aantasting. Er later een zeil omheen aangebracht, maar op die hoogte weet elke specialist dat dat niet waterdicht is. Onbegrijpelijk waarom dat niet meteen afgewerkt is.

    ingepakte onderzijde van de nieuwe spits
    ingepakte onderzijde van de nieuwe spits

    Ook aan de noordkant van het gebouw is weinig gedaan. Ik zag bij mijn laatste bezoek, anderhalve maand geleden, nog steeds de “schitterende” en inmiddels vrijwel monumentale PVC spuwers aan de gevel zitten. Geen spoor van restauratie te bekennen. Evenmin was dat het geval qua schoonmaken van de gevel aan deze Noordzijde. Het gaf bijvoorbeeld een keihard contrast te zien tussen de top van het Noordtransept die volledig gereinigd was van vuil en roet, terwijl de gevel er direct onder nog groen was van algen en mos. En ook elders heb ik nog legio elementen gezien die niet zijn hersteld. Die lijst is lang!

    Topgevel Noordtransept, wel en (nog?) niet gereinigd.
    Topgevel Noordtransept, wel en (nog?) niet gereinigd.

     

    Noordzijde: verweerd en afgebroken natuursteen, mos- en altgroei,
    Noordzijde elders: verweerd en afgebroken natuursteen, mos- en altgroei,

    Er is nog geld, er zou “pas” 700 miljoen zijn gespendeerd, er zou nog 140 miljoen in kas zitten. Daar kun je nog veel van doen, maar of de buitenkant net zo mooi wordt als de binnenkant nu gemaakt is, c.q. net zo ingrijpend gerestaureerd wordt, is de vraag. Terwijl die buitenkant natuurlijk wel het meest kwetsbaar is. Ik blijf het een vreemde gang van zaken vinden…

    De Notre Dame weer open, kijken?

    Ja natuurlijk! Maar om de gigantische aantallen bezoekers in goede banen te leiden, komt er een systeem met tijdslots. Toegang blijft gratis, hoewel daar behoorlijke discussies over zijn gevoerd, maar je moet dus een tijdslot boeken, zoals tegenwoordig vrijwel overal. Ik wacht het nog even een paar maanden af, maar begin volgend jaar komt er een aanbieding om samen de kathedraal te gaan bekijken, en naar ik hoop, bewonderen. Ik ben in ieder geval razend nieuwsgierig naar het effect wat het op mijzelf zal hebben!

     

  • “Nieuwe” bouwmaterialen en technieken

    “Nieuwe” bouwmaterialen en technieken

    Enige tijd geleden werd mij gevraagd om een lezing te verzorgen over nieuwe bouwmaterialen en technieken. Het was een uitdagend onderwerp, want wie ben ik als restauratie-architect om te denken dat ik daar iets over te vertellen heb. En toch bleek de geschiedenis een richting te geven voor de toekomst. Ik ga er in dit blog graag nader op in. Het vormt een wat ander blog dan andere, en ik heb zomaar het idee dat het de aanleiding vormt tot een nieuwe miniserie…

    De oorsprong van onze huidige bouwtechniek en materiaalgebruik.

    De oorsprong van onze huidige bouwtechniek zou je kunnen leggen in 1779. In dat jaar werd in Groot-Brittannië, op de grens van Engeland en Wales een bijzonder object gebouwd: de Iron Bridge. Zie voor meer info dit eerdere blog-artikel. Met de realisatie van deze brug begon het industriële tijdperk, en begon de grootschalige toepassing van staal in onze bouw.

    De combinatie van glas en staal leidde tot weer een belangrijke vernieuwing, bijvoorbeeld nog te herkennen in de kassen van Kew Gardens, zie dit eerdere artikel. Hoewel er mij geen directe lijn bekend is, lijkt het er sterk op dat dit palmenhuis in Kew de inspiratie heeft gevormd voor het wereldberoemde Chrystal Palace van de wereldtentoonstelling in 1851 in Londen.

    Toen eind 19e eeuw ook nog eens het portlandcement werd uitgevonden en vervolgens de eerste experimenten met gewapend beton werden uitgevoerd, b.v. door Auguste Perret in Parijs, lagen de bouwstenen klaar voor wat onze huidige moderne architectuur heeft vorm gegeven, en wat er nog steeds de uitgangspunten van zijn.

    Problemen met de huidige bouwmaterialen.

    Hoewel de fraaiste constructies in deze nieuwe materialen worden gerealiseerd, ik heb over vele al eerder verteld, zien we nu de problemen die deze materialen ook met zich mee brengen. Zoals een idioot grote CO2-uitstoot. Voor het produceren van staal, glas en cement zijn grote hoeveelheden energie nodig. Immers, zand smelt pas bij een temperatuur van ca 1500º C tot glas. Een hoogoven produceert pas staal bij ca 1200º C en cement wordt gewonnen uit kalk bij een vergelijkbare temperatuur. Bij het laatste proces komt door een chemisch proces nog eens een extra hoeveelheid CO2 vrij!

    Dat maakt dat de uitstoot van CO2 bij glas 0,8 ton per geproduceerde ton materiaal is. Bij beton is dat 1 ton per ton geproduceerd, en bij staal kan dat oplopen tot zelfs 3 ton! Dat zijn enorme uitstoten, die met elkaar verantwoordelijk zijn voor ca 10 tot 15% van onze huidige mondiale uitstoot! Moet je voorstellen wat de gevolgen zijn als we het gebruik van die materialen met b.v. 50% kunnen verminderen! Zeker als je beseft welke enorme mondiale bouwopgave er nog ligt te wachten: voor ca 2 miljard bewoners goede woonvoorzieningen! Onvoorstelbaar wat we daar kunnen besparen.

    Nieuwe bouwmaterialen en technieken

    Kan dat dan, is de voor de hand liggende vraag, en zo ja hoe dan? Een antwoord op die vraag is natuurlijk nooit een simpel ja of nee. Maar er zijn mogelijkheden… Bijvoorbeeld door het staal (of het beton) te vervangen door het even oude als nog steeds volwaardige bouwmateriaal: hout. Al letterlijk millennia lang een uitstekend materiaal om in te bouwen, tegenwoordig met allerlei computertechnieken opnieuw volwaardig toe te passen.

    Berekeningen hebben aangetoond dat het vervangen van een staalconstructie door hout voor een gemiddeld kantoorgebouw kan leiden tot opname van CO2, in plaats van uitstoot. En dat effect kan zelfs zeer fors zijn, afhankelijk van hoe ver men hierin gaat. Een totale ommekeer!

    Probeer je eens voor te stellen dat we weer grootschalig in hout zouden gaan bouwen. Het is niet eens heel moeilijk, want in Scandinavië zijn ze er nooit wezenlijk mee opgehouden, en ook in de VS worden nog steeds heel veel huizen van hout opgetrokken. Maar kantoorgebouwen dan, andere gebouwen, kan dat ook?

    Hout als “nieuw” bouwmateriaal?

    Kijken we naar het verleden, dan zien we dat er gigantische constructies konden worden opgericht met hout, destijds in de Middeleeuwen en zelfs ouder al! Denk eens aan de vakwerkhuizen die in elke Middeleeuwse stad stonden. Soms 6 verdiepingen hoog! Dat is een vrijwel vergelijkbare hoogte als de huidige appartementencomplexen in Parijs…

    15e eeuws vakwerk in Parijs!
    15e eeuws vakwerk in Parijs!

    Er staan nota bene nog enkele vakwerkhuizen in Parijs! En let wel, er werden echt niet alleen maar huizen mee gebouwd, ook kerken en andere gebouwen…

    een kerk, volledig in vakwerk uitgevoerd
    een kerk, volledig in vakwerk uitgevoerd

    Die vakwerktechniek is complex, met louter houten verbindingen, in zogenaamde pen-en-gat-verbindingen. We kunnen er wel inspiratie uithalen voor onze huidige gebouwen. Want misschien gaat het niet om “nieuwe” bouwmaterialen en technieken, maar om een slim moderner gebruik ervan! Wat als we nu eens hout als hoofd-draagmateriaal gebruiken en staal, enkel voor de koppelingen? Dan combineer je de voordelen van beide materialen met elkaar! Aldus kun je minstens 95% van je constructie in hout uitvoeren, en een enorme CO2-uitstootbesparing realiseren…

    moderne houtconstructie, met in de sleuven stalen verbindingsmiddelen
    moderne houtconstructie, met in de sleuven stalen verbindingsmiddelen

    Hout? Brandgevaarlijk?

    Inderdaad, dat is zo. Maar het gekke, minder bekende feit is dat staal minstens zo gevaarlijk is, wellicht gevaarlijker zelfs. Als staal warm wordt begint het relatief snel zijn draagvermogen en stabiliteit te verliezen. Dat proces begint al bij de relatief lage temperatuur van ca 400º C. Een beetje brand ontwikkelt in korte tijd temperaturen van 800 – 1000ºC. Door deze temperatuurstijging kan staal in zeer korte tijd zijn stijfheid verliezen. Dat wordt het vloeien van staal genoemd (niet te verwarren met smelten). Binnen enkele secondes kan een gebouw daardoor zijn stabiliteit verliezen en instorten. Het vervelendste: dit moment kan niet worden ingeschat. Het komt plotseling, onvoorspelbaar.

    Hout daarentegen brandt. Geen twijfel mogelijk. Maar tijdens het branden verliest het langzaam en vooral rechtlijnig zijn sterkte. Zolang de kern van het hout niet is bereikt, is er een bepaalde draagkracht. Dat betekent dat als een houten gebouw in brand staat, de brandweer nog kan inschatten hoelang het duurt eer een gebouw bezwijkt. Daardoor kunnen reddingsacties beter worden ingeschat. Terwijl bij staal alles OK kan lijken en het een seconde later volledig kan bezwijken. Een aanmerkelijk voordeel!

    Hout? Op grote schaal toepassen?

    Moeten we dan accuut overschakelen op louter hout? Helaas, dat is niet mogelijk. Om de simpele reden dat zoveel constructiehout niet beschikbaar is. Een voorbeeld: voor de herbouw van de kap van de Notre Dame heeft men een zeer substantieel deel van de eiken voorraad van Frankrijk op gebruikt. Voor 1 gebouw!

    Maar stel je eens voor dat we een omwenteling inzetten…. Daarvoor hebben we forse arealen bos nodig. Die moeten geplant worden en 50 jaar of langer groeien. Maar die oppervlakken nieuw bos nemen op hun beurt ook weer CO2 op, voor lange tijd. Gaan we die bossen bovendien duurzaam beheren, kappen en herplanten dus, dan creëren we enorme nieuwe groene longen voor de aarde. Het zou zomaar tot een substantiële daling in de CO2 uitstoot kunnen leiden! Bovendien koelt bos ook nog eens de omliggende omgeving!

    Overschakelen?

    Om grootschalig (weer) met hout te gaan bouwen zal er eerst een omschakeling moeten komen in ons bouwdenken. We moeten hout weer gaan zien als een volwaardig bouw- en vooral constructiemateriaal, niet als makkelijk afwerkmateriaal en fraaie decoratie. Maar dat het kan bewijzen de eerste nieuwe houten gebouwen al. Ik heb er onlangs in Parijs enkele ontdekt.

    Modern vakwerk in Parijs
    Modern vakwerk in Parijs

    Daarom zeg ik: terug naar hout! Denk aan hoe men het in de Middeleeuwen en ver daarvoor al deed! Daar moeten wij toch van kunnen leren en het verbeteren??? Op naar “nieuwe bouwmaterialen en technieken!

  • De kap van de Notre Dame

    De kap van de Notre Dame

    Het laatste nieuws over de kap van de Notre Dame in Parijs…

    Afgelopen weekend was ik er weer. Ik was gevraagd om een rondleiding te verzorgen om de kathedraal en een toelichting te geven op de restauratie. Met veel plezier heb ik dat gedaan.

    Vooraf maakte ik een klein “spiek’-rondje om de actuele stand van zaken te bekijken, en kon met eigen ogen vaststellen, dat men volop bezig is met de montage van de nieuwe kap. Ik had dat in de media al gelezen, maar het is fascinerend om het met eigen ogen zelf vast te stellen.

    Nieuwe balken, oude eiken

    De nieuwe kap wordt gemonteerd, uiteraard in Frans eiken
    De nieuwe kap wordt gemonteerd, uiteraard in Frans eiken

    Het zal bekend zijn, het wordt een geheel nieuwe kap, volledig identiek aan de oude kap. Naar het schijnt is de oude kap, betrekkelijk kort voor de brand geheel digitaal ingemeten. Daar was genoeg geld voor, helaas ontbrak dat voor een volwaardige brandwacht of correcte handhaving op de brandveiligheid.

    Net als de oude kap wordt deze reconstructie samengesteld uit eikenhout. Dat moet natuurlijk uit Frankrijk komen en daarvoor is dan ook in heel Frankrijk gezocht naar voldoende bomen. In totaal zouden er 1000 bomen nodig zijn voor de kap, en nog eens 1000 voor de spits. Een gigantisch aantal, als je na gaat dat dat veelal bomen zijn van minstens 150 tot 200 jaar oud, om de juiste dikte te hebben. Zie ook dit blog: herbouw van de Notre Dame

    Moet je nagaan: dat zijn dus bomen die in de Napoleontische tijd, of soms zelfs nog daarvoor zijn geplant, wie weet op bevel van Lodewijk XVI of Marie-Antoinette (als die zich met dergelijke banaliteiten bezig zouden hebben gehouden…) En voor de spits heeft men zelfs gigantische eiken nodig, van 40 m lang. Dergelijke lengte bereiken bomen pas na ca 250 jaar. Oftewel, ontkiemd omstreeks 1770!

    Stand van zaken van de nieuwe kap

    Het blijkt dat men zo ongeveer overal tegelijk met de montage van de kap bezig is. Zowel op het schip, als op de dwarsbeuk en op het koor van de kathedraal is men bezig. Tja, als er 845 miljoen euro beschikbaar is, dan kun je een werkploeg extra invliegen. Dat is dan ook bijna letterlijk gedaan, want het enorme ketencomplex dat in de tuin achter de kathedraal staat blijkt een soort hotel te zijn, waar de bouwlieden overnachten. Immers veel van die mannen, en gelukkig ook vrouwen tegenwoordig zijn uit heel Frankrijk afkomstig.

    2 enorme ketencomplexen achter in de tuin bij de kathedraal.
    2 enorme ketencomplexen achter in de tuin bij de kathedraal.

    Vreemde constatering aan de kap van de Notre Dame

    Dankzij de idiote telelens op mijn digitale camera kan ik details van heel ver af behoorlijk goed in beeld krijgen. Aan de noordkant van het transept (dat is de andere kant dan de Seine) viel het mij op dat er geen houten pen- en gat-verbindingen waren te zien, maar dat de kap met bouten was samengesteld. Dat is beslist geen Middeleeuwse constructiewijze, bouten bestonden toen nog niet.

    Geen pen- en gatverbindingen, maar bouten??
    Geen pen- en gatverbindingen, maar bouten??

    Zou dat dan een reconstructie zijn van een herstelling uit de 19e eeuw? Dan zou het dus een letterlijke reconstructie zijn, van wat vermoedelijk een reparatie is geweest door Viollet-le-Duc. Dat is een wel heel zuivere reconstructie van de oude kap. Het zou persoonlijk niet mijn keuze geweest zijn. Anderzijds geeft men hiermee nog wel inzicht in de restauratiewijze van de 19e eeuw. Maar ja, lag die al niet vast in het digitale model? En wie gaat dit hier ooit zien? Ik verwacht niet dat de kap toegankelijk wordt voor het publiek, maar mocht dat zo zijn, dan sta ik vooraan!

    Breaking news!

    Bovenop de viering is intussen een enorm, nieuw steigerwerk opgericht. Met het blote oog kon ik de steigervloeren op hoogte waarnemen. Maar toen ik mijn foto’s bij thuiskomst bestudeerde, en op een groot scherm kon uitvergroten, ontdekte ik iets dat met het blote oog niet waarneembaar was geweest: een balk! Ja, en? zal de lezer zich misschien afvragen? Wel, dat is de eerste balk van de nieuwe spits. Hij wordt gemonteerd!

    Lastig waarneembaar, maar toch zichtbaar: de koningsstijl van de nieuwe spits!
    Lastig waarneembaar, maar zichtbaar: de koningsstijl van de nieuwe spits (let op het geel-bruine object !)

    Is het de koningsstijl? De stijl die de eigenlijke drager is van de hele spits? Deze koningsstijl vormt normaliter de centrale balk, waar alle andere aan gekoppeld zitten. Of het hem werkelijk is, is niet met zekerheid vanaf mijn foto’s te herleiden, daarvoor is het steigerwerk te dicht opgetrokken. Je kunt onmogelijk de positie van deze ene balk vaststellen t.o.v. de plattegrond van de kathedraal.

    Maar het moet hem eigenlijk wel zijn, anders kan de spits niet opgebouwd worden. Aan en om deze balk wordt de rest van de constructie bevestigd, vaak dusdanig dat eenmaal vast, er geen enkele beweging meer in is te krijgen of een onderdeel nog gedemonteerd kan worden. Dat is op zo’n hoogte natuurlijk noodzakelijk voor de stabiliteit. De steiger staat echter nog beslist niet op de volle hoogte, en ik concludeer dan ook dat het pas het eerste stuk van de koningsstijl is. Ik tel op mijn foto’s ca 8 steigerslagen, waarmee de hoogte van de steiger tot dit moment slechts ± 18 m boven de nok van het dak zit, terwijl de spits ruim 60 m hoog was.

    Rondom het bouwterrein

    De schutting rond het bouwterrein is al een tijdje voorzien van allerlei toelichtingen op de restauratie. Dat zijn veelal foto’s van hoe men te werk gaat, zoals bij het opruimen van de puinhoop. Ook daarover heb ik eerder al eens verteld. Voor mij als architect waren dan de tekeningen van de torenspits erg interessant. Feitelijk gekopieerd van de tekeningen die Viollet-le-Duc in de 19e eeuw, zo omstreeks 1860 maakte voor de bouw van de spits. De spits die eigenlijk puur zijn eigen ontwerp was, de oorspronkelijke was al lang verdwenen. En dat ontwerp wordt nu 1 op 1 gevolgd. Interessant dat dat ruim 160 jaar later nog steeds mogelijk is!

    De opbouw van de spits aan de onderzijde
    De opbouw van de spits aan de onderzijde

    © Philippe Villeneuve c.s. A.C.M.H

     

  • Art Nouveau ontdekking

    Art Nouveau ontdekking

    Een onverwachte Art Nouveau ontdekking, op reis naar Parijs met gasten. Met uiteraard hun doelen voor ogen, datgene wat zij graag willen bezoeken. Dat is nu eenmaal het principe van mijn reizen: ik maak uw reis. Dat doe ik met volle overtuiging, maar voor mezelf is er dan niet altijd, vaak niet, nog iets nieuws te ontdekken. Extra leuk als dat dan onverwacht toch lukt. Zoals vorige week. Met een fraaie bijzondere nieuwe ontdekking op het gebied van de Art Nouveau, de stijl die ik steeds meer begin te bewonderen.

    Dwalend op het kerkhof

    Één van de wensen van mijn gasten was een bezoek aan de begraafplaats Père Lachaise (zie ook hier). Men wilde dat graag zien. Hoewel je grafmonumenten in zekere zin ook als een tak van de architectuur kunt zien, was dit voor mij de eerste keer dat ik de begraafplaats bezocht met gasten. Zij wilden de graven van enkele beroemdheden zien, zoals Jim Morrison, Oscar Wilde en natuurlijk Edith Piaf.

    sfeervolle en pittoreske laantjes op de begraafplaats

    Met een aangenaam zonnetje kuierden we in alle rust over de sfeervolle en rustieke laantjes, daarbij zelfs nog het graf van de Middeleeuwse geleerde Abélard en zijn geliefde Heloïse passerend. Nou ja, Middeleeuws… Het is daar geplaatst om de begraafplaats in de 19e eeuw wat populairder te maken. Men wilde letterlijk niet dood gevonden worden in deze armenbuurt van Parijs. Mede door dat graf, werd de begraafplaats ineens populair en wilde men er wel begraven worden.

    We vonden onze beroemdheden, niet altijd eenvoudig tussen de tienduizenden graven, en kuierden vervolgens op ons gemakje weer naar de uitgang. Parallel aan de hoofdlaan deed ik daar mijn Art Nouveau ontdekking: een grafmonument met de zwierige vormgeving van de Art Nouveau. Het leek heel sterk op de Metro-ingangen van Parijs. Zie bijvoorbeeld dit blog. En verroest, dat bleek te kloppen, want het was van de hand van dezelfde architect: Hector Guimard. Nooit gezien in welk boek dan ook, is dit een onbekend werk van hem?

    Zwierige Art Nouveau lijnen
    Zwierige Art Nouveau lijnen

    Daar lijkt het op, hoewel de Franse Wikipedia er wel degelijk melding van maakt. Het is een bescheiden tombe van de familie Caillat met de kenmerkende details van Guimards stijl. Vloeiende organische vormen, gietijzeren details en ornamenten, die samen lijken te smelten met het gepolijste graniet. Het is absoluut een tombe die sterk afwijkt van alle andere op dit kerkhof.

    Opbouw van de tombe

    De tombe is opgebouwd uit 4 grote blokken graniet. De typische belijning en ornamenten van Guimard lopen vloeiend over van het ene blok op het andere. Waarschijnlijk had Guimard het graf liever als 1 blok natuursteen gezien, maar was dat vanwege het gewicht niet haalbaar. Zoals ook in zijn wereldberoemde metro-ingangen lijken er plant-achtige structuren in elkaar gegroeid te zijn. In dit geval wel veel soberder, maar nog steeds herkenbaar als zijn stijl.

    Bijzondere opbouw van het graf
    Bijzondere opbouw van het graf

    Fraaie metalen elementen sieren het graf, zoals een kruis, dat ook van plantenstengels in elkaar geweven lijkt. De stengels lopen aan de onderzijde over het graniet uit, en lijken zich zo eraan vast te grijpen, zoals een echte plant zich aan de rotsbodem vast grijpt. De ornamenten die in het graniet zijn uitgehouwen sluiten er bovendien prachtig op aan. Zij vormen er als het ware een symbiose mee. Bijzonder!

    Aan de voorkant van het graf zitten 2 elementen die op handgrepen lijken. Puur voor de sier, dat graniet is letterlijk niet te tillen. Ook deze elementen zijn weer sterk organisch vorm gegeven.

    Belettering

    Datzelfde geldt ook voor de belettering: sierlijk en organisch. Guimard heeft hiervoor het lettertype gebruikt dat hij ook voor de metro-ingangen is gaan gebruiken. Ik weet het niet met zekerheid, maar het lijkt er sterk op dat hij ook de ontwerper van het lettertype is geweest. Daarmee zou dit graf best eens een van de eerste toepassingen van dit lettertype kunnen zijn, want het graf dateert uit 1899, de metro’s uit 1900!

    sfeervolle en pittoreske laantjes op de begraafplaats

    Typische Guimard's lettertype
    Typische Guimard’s lettertype

    Interessant is om te ontdekken dat niet alleen aan de voorkant van het graf letters zijn opgenomen, maar ook aan de achterkant. Daar is nota bene nog in 2017 een toevoeging aan gedaan! Van een persoon die in 1929 is geboren, terwijl de laatste bijzetting in 1934 plaats vond. Dat is dan weer een van die typische raadselachtige zaken waar de begraafplaats van Pere Lachaise vol mee ligt. Het maakt me nieuwsgierig naar dat verhaal. Maar dat is geen architectuur, dus hiervoor geen ruimte in dit blog.

    Nog een bijzetting in 2017 ?
    Nog een bijzetting in 2017 ?

    En verder?

    En verder heb ik tijdens die reis nog een ander bijzonder pand ontdekt in Art Nouveau stijl, maar dan wel een totaal andere dan die van Guimard. De architect van dit pand was Jules Lavirotte, een mij verder (nog?) onbekende architect. Het pand is gelegen aan een van de Avenues vlakbij de Eiffeltoren, de Avenue Rapp. Maar daarover vertel ik meer in een van mijn aanstaande blogs.

    Nieuwsgierig geworden? Voor 9-12 september staat een nieuwe reis gepland, er is nog ruimte om deze mee te maken. Het lijkt mij ontzettend leuk om samen met jou, geachte lezer dit en andere zaken in Parijs te ontdekken en beleven.

     

  • Herbouw van de Notre Dame

    Herbouw van de Notre Dame

    Sinds de rampzalige brand in 2019 wordt er gesproken over de herbouw van de Notre Dame. Al direct op de avond van de brand werd dit zelfs een politiek dossier gemaakt, toen president Macron vol klassieke Franse trots verkondigde: “wij zullen haar herbouwen!”. 

    Daar ben ik uiteraard als geen ander voor. Zeker ook als je nagaat dat in feite “slechts” het dak is verwoest. Erg genoeg overigens, want het was zowat de laatste authentieke Middeleeuwse kap die er nog op een kathedraal in Frankrijk aanwezig was. Waar ik echter wel moeite mee heb is de manier waarop de herbouw nu wordt aangepakt. Moeite is misschien een groot woord, maar twijfels bij heb.

    Generaal

    Op 15 april 2019 deed de president de wat mij betreft ondoordachte uitspraak dat de kathedraal voor de Olympische Spelen van 2024 in Parijs zou zijn herrezen. Schitterende uitspraak, maar is het reëel haalbaar? Als je nagaat dat sommige kathedralen gedurende tientallen jaren gerestaureerd worden? Dat zelfs vóór de brand de kosten al werden geschat op 150 miljoen euro? Als je zag hoe slecht de kathedraal er eigenlijk bij stond?

    2018: veelvuldig afgebroken natuursteen onderdelen
    2018: veelvuldig afgebroken natuursteen onderdelen
    2018: een natuursteen balustrade? Ooit (tijdelijk) vervangen door hout
    2018: een natuursteen balustrade? Ooit (tijdelijk) vervangen door hout

    Daarom is er voor de herbouw een heuse generaal, hoewel buiten dienst aangesteld als projectleider. Ongetwijfeld een man met een geweldige staat van dienst. Zo’n herbouwproject is gigantisch complex omdat tientallen specialistische ambachten tegelijk aan het werk zijn. Een goede organisator is dan uiterst belangrijk om alles soepel te laten verlopen.

    Maar is een generaal nu werkelijk de aangewezen man? Heeft hij voldoende kennis van hoe het gebouw moet worden herbouwd? Of is hij bereid om risicovolle beslissingen te nemen om het doel maar te halen? Ik ben eerlijk gezegd bang dat dat laatste het geval is.

    Nieuwe kap

    Nadat direct na de brand allerlei wilde plannen werden gelanceerd om de kerk te restaureren in nieuwe vormen, is uiteindelijk toch besloten om dat op de oorspronkelijke wijze te doen. Dat wil zeggen: de kap met nieuw eiken op traditionele wijze herbouwen. Een wijs besluit, hoewel er best iets te zeggen was voor bijvoorbeeld een nieuw glazen dak. De herbouwvariant als zwembad bovenop de gewelven sprak mij dan weer wat minder aan…

    Intussen zijn honderden eiken geselecteerd en gekapt om tot balken voor de kap gezaagd en bewerkt te worden. Je kunt het prachtig zien in deze documentaire op Youtube. De bomen zijn er, de lengtes en de diktes zijn voldoende. Geen vuiltje aan de lucht zou je zeggen. Kapen, zagen, bewerken en terug plaatsen… Toch? Of toch niet, want hier komt precies mijn twijfel opzetten.

    een boom wordt gekapt (screenshot documentaire)
    een boom wordt gekapt (screenshot documentaire)

    Middeleeuwse praktijk

    In de Middeleeuwen duurde de bouw van een kathedraal tientallen, soms honderden jaren. In het geval van de Notre Dame verliep de bouw relatief snel want in ± 60 jaar was de kathedraal voltooid. Overal waren nog uitgestrekte bossen en men kon op tijd de nodige bomen uitzoeken. Precies: op tijd… Want gebruikelijk werd het hout voor het dak jaren voor de verwerking gekapt en dan gedroogd. Soms werd het in het water gelegd, om te “wateren”: door de stroming van het water liepen de sappen snel uit het hout. Geen beter, lees: droger hout, dan hout dat heeft gewaterd.

    Door dat wateren wordt het hout kurkdroog en zal nooit meer vervormen. Maar het is een proces van jaren. Hoe je dat drogen ook doet, het is een essentiële fase als je hout verwerkt. Een voorbeeld uit eigen ervaring: voor mijn huis in Frankrijk heb ik ooit een eiken balk gekocht van 30 x 30 cm. Die balk heeft jaren onder een zeil gedroogd voor de deur. Toen ik hem wilde gebruiken bleek hij gekrompen tot 28 x 28 cm! Moet je voorstellen wat dat betekent als je dat drogingsproces niet de tijd geeft…

    Voldoende tijd voor de herbouw van de Notre Dame?

    En voilà, daar heb je het! Wat is het geval bij de Notre Dame: geen tijd… De kathedraal MOET klaar in 2024: presidentieel bevel! De bomen worden op dit moment geveld, en gaan naar de zagerij. Een periode van droging volgt, maar die kan nooit jaren duren, hooguit maanden. Immers:2024 gereed. Waarschijnlijk zal er daarom kunstmatig gedroogd worden, er wordt beweerd dat dat net zo goed is als natuurlijke droging. Gek genoeg zie je in nieuwbouwwoningen, waar dat drogen ook kunstmatig is gebeurd wel degelijk dat balken de eerste jaren nog werken. En vaak krom trekken….

    Stel je voor: de 8 enorme balken voor de te herbouwen vieringtoren van de Notre Dame. Lengte ca 40 m! Doorsnede ca 30 x 30 cm. Die vormen de draagstructuur van die toren en worden met Middeleeuwse pen-gatverbindingen met de overige draag- en koppelbalken tot de toren gebouwd. Daar zit geen speling in! Wat nu als die 2 cm krimpen in de komende jaren? Komt dan de vieringtoren scheef te staan? Dat zal een fraai zicht opleveren, en hoogstwaarschijnlijk een politieke rel erbij.

    Om nog maar te zwijgen van de problemen die er dan bij aansluitingen ontstaan, die open gaan staan. Open verbindingen betekent kwetsbaarheid, lekkage, inwatering, rot. Precies wat je niet wilt…

    Natuurlijk(e) herbouw van de Notre Dame

    Terwijl het ook zo simpel kan: geef het tijd. Verzet je niet tegen het natuurlijke proces dat die 250 jaar oude eiken balken zó duurzaam maakt, dat ze het volgende millennium kunnen halen! Geef het tijd!

    Ik ben erg bang dat door de huidige tijdsdruk er beslissingen genomen worden die op den duur voor het gebouw niet goed uitpakken. Accepteer dat de herbouw niet in 2024 klaar is, maar pas in 2042, dat is nog steeds een recordtempo voor een restauratie van een kathedraal! Dan is er de tijd om het perfect en traditioneel uit te voeren, volgens eeuwenoude en beproefde technieken. Maak voor mijn part een apart bassin in de Seine, waar de balken kunnen wateren, schitterend om te zien!

    De keuze is anders gemaakt… Ik hoop dat ik ongelijk krijg en het hout niet zal gaan werken. We kunnen alleen maar afwachten…

    Ik ben tegelijk benieuwd of mijn mening gedeeld wordt of dat iemand mij van het juiste van het huidige beleid kan overtuigen… Dat zou ik graag horen.

  • Arc de Triomphe “Wrapped”

    Arc de Triomphe “Wrapped”

    Ineens was het daar, de Arc de Triomphe “Wrapped”. Het laatste kunstproject van Christo, de beroemde kunstenaar die al menig gebouw inpakte. Dit project was een stokoude droom van de kunstenaar, nog daterend uit 1961. Nu is het ineens gerealiseerd, helaas postuum voor Christo. Hij overleed vorig jaar 84 jaar oud.

    Geschiedenis van Arc de Triomphe “Wrapped”

    Al in 1961 vat Christo, de van oorsprong Bulgaarse kunstenaar, het plan op om de Arc de Triomphe in te pakken. Een van de meest prestigieuze symbolen van Frankrijk, misschien zelfs van Franse nationalitische trots.

    Pak dat maar eens in. Onttrek dat maar eens aan het oog van de Fransen. Er ging dan ook ruim een halve eeuw voorbij voordat er vanaf 2016 ineens mogelijkheden leken te komen. De ene na de andere barrière werd genomen, en de realisatie leek mogelijk. Een enorme reeks vergaderingen met en door commissies, verenigingen, belanghebbenden, de politiek etc. werd door geworsteld tot uiteindelijk het verlossende woord kwam: er komt een vergunning.

    Vanaf 2019 is men aan de slag gegaan om het monument daadwerkelijk in te pakken. Het had zelfs al vorig jaar uitgevoerd moeten worden, maar toen kwam er een Corona-virus doorheen. Ook dit voorjaar was het onmogelijk, vanwege de nieuwe besmettingsgolf. Daarom is het in het najaar uitgevoerd.

    Arc de Triomphe "Wrapped"!

    Korte periode, “Wrapped”

    Voor een project met een aanlooptraject van 60 jaar, en een feitelijke voorbereidingstijd van 5 jaar is amper 2 weken in gerealiseerde toestand natuurlijk erg kort. Je zou minimaal een maand of 3 verwachten. De reden van deze zeer korte duur van Arc de Triomphe “Wrapped” ligt in de belangrijke symbolische functie van de Arc. Deze speelt een grote rol op een aantal voor Frankrijk belangrijke data.

    Zoals op de nationale feestdag, 14 juli, wanneer op dit punt de militaire parade over de Champs Elysées begint. Traditiegetrouw geopend met een “fly-by” van Patrouille de France, het Franse demonstratieteam van de luchtmacht.  Maar zeker zo belangrijk is de ceremonie op 11 November, als de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht. En dan is er nog de dagelijkse ceremonie rond het graf van de onbekende soldaat. Die is zelfs iedere dag dat aan de realisatie van het kunstwerk werd gewerkt in ere gehouden. Het was acceptabel om dat tegen de achtergrond van de ingepakte Arc te doen.

    De periode tussen 14 juli en 11 november was de enig mogelijke periode in 2021. Direct na de nationale feestdag werd begonnen met de opbouw van de constructies die de doeken moesten gaan dragen. Met welhaast militaire planning zijn alle ondersteuningen opgebouwd, en vanaf 18 september kon het publiek het kunstwerk bekijken. Om voldoende tijd voor de demontage over te houden, kon dat tot en met zondag 3 oktober. Alles bij elkaar dus net 2 weken… Ultrakort voor zo’n grote klus en indrukwekkend monument.

    De Arc terug gebracht tot enkele essentiële lijnen

    De “Wrapping”

    Om de Arc in te pakken zijn diverse hulpconstructies gerealiseerd. Zo is er om de beeldengroepen aan de voor- en achterkant een beschermingsconstructie gebouwd, om deze volledig vrij te houden van de doeken. Dit waren een soort kooien met maaswerk van driehoeken, die elke golving van het beeldhouwwerk volgden. Het heeft alleen al jaren ontwikkeling en onderzoek gekost om die constructies geschikt te maken voor uitvoering.

    Vergelijkbare constructies zijn gemaakt rond de grote rondlopende horizontale lijsten. Alles met houten blokken om het achterliggende beeldhouwwerk te beschermen. Met spankabels zijn deze om het gebouw heen geklemd. Tenslotte is op het dak van de Arc een complete extra dakconstructie gebouwd om het doek in brede lappen aan op te hangen.

    Toen dat gereed was, konden de grote rollen doek omhoog worden gehesen en vanaf het dak naar beneden worden uitgerold. Meters brede lappen, van een stof die van zichzelf zeker niet licht is. Elke rol doek is met een kraan omhoog gebracht. De afzonderlijke lappen zijn daarna met krammen, een soort nieten zo je wilt, aan elkaar vast gemaakt. De lap onder de boog verbonden met de hangende doekenDat gebeurde door een team alpinisten. Zij daalden daarvoor van het dak af aan hun kabels en uitrusting. Zij hebben ook de rode kabels geplaatst om de doeken op spanning te brengen, en daarmee de contouren van de Arc te benadrukken.

    met krammen zijn doeken en de kabels aan een achterliggend frame bevestigd.

    De beleving.

    En dan sta je erbij of eronder… wat doet dan de Arc de Triomphe “Wrapped” met je? Tja, dat is een vraag waar iedereen een eigen antwoord op zal geven. En dat is prima, en het juist mooie van dit project. Van een afstand lijkt de Arc grijs geworden te zijn. Althans, als je het van een bepaalde kant met een bepaalde lichtval bekijkt. Want zie je het in een andere lichtval, dan oogt het juist licht blauw. Het doek is geweven met een lichtblauwe / grijzige brede draad. Door de golvingen speelt het licht ermee en geeft het telkens een andere schittering. Een apart schouwspel om waar te nemen! Zeker als de zon erop schijnt. Dat gebeurde dan ook tijdens mijn bezoekDaar staat hij dan: ingepakt

    Door de rode kabels worden bepaalde lijnen krachtig benadrukt, terwijl andere lijnen die je gewend bent te zien aan de Arc ineens weg vallen. De Arc wordt terug gebracht tot een aantal essentiële lijnen. Je oog wordt niet meer afgeleid door ornamenten en je ervaart de zuivere kracht van de architectuur.

    En het leuke was, je kon gewoon aan het doek voelen, het in je hand houden, ermee spelen. Niemand die je toe siste “Don’t touch” of “Ne pas toucher” in het Frans. Geen dranghekken om mensen op een afstand te houden, geen overdreven bewaking. Alsof men wilde zeggen, voel het maar, laat het maar op alle mogelijke manieren op je inwerken. Gebruik je zintuigen!

    lekker voelen!

    Arc de Triomphe “Wrapped”, de laatste Christo.

    Het was een aparte ervaring om de Arc, dat overbekende monument op die manier te zien. Ik ben blij dat ik in een bliksemactie heb besloten om te gaan kijken. En met mij enkele gasten. Het was tenslotte ook de laatste keer ooit dat we een “Christo” konden zien…

    Hij heeft er tot vorig jaar intensief aan mee gewerkt, maar kon het eindresultaat helaas net niet meer meemaken.

    Meer weten over de oorsprong van de Arc? Lees dan dit blog:

  • Beeldhouwwerk op de Notre Dame

    Beeldhouwwerk op de Notre Dame

    Beeldhouwwerk op de Notre Dame

    Het beeldhouwwerk op de Notre Dame geldt als een bijbel in steen. Dat is typisch voor een Gotische kathedraal. Immers: de Middeleeuwse mens kon niet lezen of schrijven, zelfs de adel vaak niet of heel beperkt. Eigenlijk konden alleen geestelijken lezen.

    Kathedralen werden daarom overdekt met beeldhouwwerk om personen een verhalen uit de bijbel te tonen. Ik bespreek een paar voorbeelden:

    1 Notre Dame

    letterlijk vertaald: Onze Dame, in katholiek Nederlands: Onze Lieve Vrouw. Als patroonheilige van de kathedraal staat zij met het kind Jezus op haar arm voor het roosvenster van de voorgevel. Zij wordt geflankeerd door 2 engelen, die een soort kandelaar vasthouden. Maria is gekroond als Koningin van de Hemel.

    Notre Dame, Maria, als koningin van de Hemel

    Op elke kathedraal werd de patroonheilige op de beste positie op de voorgevel afgebeeld. Vaak kun je in het beeld zelf het levensverhaal van de betreffende heilige aflezen. Die heilige staat dan met zijn eigen attribuut afgebeeld.

    Zie je bijvoorbeeld een man met sleutels, dan is dat Petrus, als bewaker van de Hemelpoort.

    2 Apostelen

    Rond de steile spits midden op de kerk staan op elke zijde 3 koperen, groene beelden. Op 4 hoeken zijn dat in totaal 12 beelden: de 12 apostelen. Onder elke rij van 3 staat een dier: een adelaar, een stier, een leeuw en een mens. Deze symboliseren de 4 evangelisten: Johannes, Lucas, Marcus en Mattheus. Zij werden beschouwd als de steunpilaren van het Christendom en daarom vaak in het midden van de kerk afgebeeld, op of bij de 4 zware pilaren die de overgang van het schip van de kathedraal naar de dwarsbeuk markeren. Zoek en je vind ze vrijwel altijd. Soms in het zicht, soms wat verborgen.

    3 apostelen op rij. Viollet-le-Duc staat naar zijn eigen schepping te kijken, meetlat in de hand.
    3 apostelen op rij. Viollet-le-Duc staat naar zijn eigen schepping te kijken, meetlat in de hand.
    Een stier duidt de evangelist Lucas aan.
    Een stier duidt de evangelist Lucas aan.

    3 Viollet-le-Duc

    Die apostelen langs de spits stonden allemaal met hun gezicht naar beneden, ze keken ons aan. Behalve een: aan de kant van de Seine, de bovenste in de rechterrij. Deze apostel staat met een meetlat in zijn rechterhand omhoog naar de spits te kijken.

    Voor zover mij bekend is er geen enkele apostel die ooit met een meetlat is afgebeeld.

    Viollet-le-Duc
    Viollet-le-Duc

    Viollet-le-Duc redde in de 19e eeuw de Notre Dame van de ondergang, toen de kathedraal er erg slecht aan toe was. Zelfs sloop werd toen serieus overwogen. Hij geldt daardoor als de allereerste restauratie-architect. Hij heeft er persoonlijk voor gezorgd dat naast de Notre Dame veel aansprekende monumenten in Frankrijk behouden zijn. Dat hij daarbij soms toevoegingen deed, zoals deze spits met de apostelen eromheen zij hem vergeven.

    Is zijn eigen afbeelding dan zelfverheerlijking of een eerbetoon?

    Overigens is dit beeldhouwwerk op de Notre Dame bij de catastrofale brand op 19 april 2019 deze beelden niet verwoest. De beelden waren een paar dagen van tevoren gedemonteerd! Zie ook (drama aan de Dame, mijn blog over de brand)

    4 Adam en Eva

    Bovenop de balustrades van de torens staan 2 beelden, ter hoogte van het grote roosvenster in het midden. Links staat Adam, rechts staat Eva. Ze zijn herkenbaar aan het vijgenblad voor hun schaamdelen: om de schaamte voor de verstoting uit het paradijs weer te geven.

    Eva Adam

    Het is interessant om te zien dat het geen losse vijgenbladen zijn, maar bladeren die nog aan de boom vast zitten. Adam en Eva staan als het ware tegen die boom aangeleund. Zo is eigenlijk precies het moment van de verstoting uitgebeeld: zij zijn zich al wel bewust van hun schaamte, maar hebben het blad nog niet geplukt voor permanent gebruik. Inventief beeldhouwwerk! Adam lijkt schuldbewust het hoofd te buigen, Eva lijkt te waarschuwen: luister naar God

    5 Duivels in de hel

    Op het vlak boven het middenportaal staat het laatste oordeel afgebeeld. Mensen met een ketting afgevoerd door een beest, de duivel. Kijk goed! Er staan zelfs personen met een kroon en een mijter tussen: een koning en een bisschop. Dat was een waarschuwing aan de gelovigen dat niemand ontsnapt aan het Laatste Oordeel.  Niemand komt “automatisch” in de hemel.

    Verdoemden worden naar de hel geleid
    Verdoemden worden naar de hel geleid. Let op de 4e en 6e persoon van links: een koning en een monnik!
    Een beest, duivel, bij de als kookpot verbeelde hel.
    Een beest, duivel, bij de als kookpot verbeelde hel.

    Boven de rechterdeur is een gruwelijk tafereel te zien, waar mensen met een vork in een ketel worden gedrukt. Die ketel in de felle vlammen symboliseert de hel. Wij zien dit tafereel nu enkel in natuursteen, maar dit beeldhouwwerk was in de Middeleeuwen fel gekleurd. Probeer je die kleuren hier eens voor te stellen. Het tafereel wordt er nog veel gruwelijker van! Wij zijn als moderne mensen wel gewend aan kleuren in een film of in foto’s. De Middeleeuwer kende dat niet.

    6 De koningsgalerij

    Aan de voorgevel staat een lange rij koningen pal onder het roosvenster. Dit zijn waarschijnlijk koningen uit het Oude Testament. Christus stamt af van een lijn van koningen met koning David als een van zijn voorvaderen. De beelden zijn niet origineel. Toen de Franse Revolutie uitbrak zijn de beelden kapot geslagen. Een hoofd met kroon was per definitie een overblijfsel uit de oude en foute tijd. Men heeft toen immers zelfs het eigen gekroonde hoofd van Frankrijk, koning Lodewijk XVI, onder de guillotine onthoofd.

    De beelden moesten eigenlijk dus kapot. Toch heeft iemand de waarde van de brokstukken ingezien, de hoofden en de beelden begraven. En ze werden vergeten…. tot men ze diep in de 20e eeuw bij graafwerkzaamheden terug vond. De afgehakte hoofden van de originelen staan nu in het Musée de Cluny. Indrukwekkende verschijningen zijn het, waarop zelfs nog veelvuldig de kleursporen van de middeleeuwse beschildering zichtbaar zijn.

    Enkele koningsbeelden
    Enkele koningsbeelden

    En de huidige beelden? Tja, Dank u wel meneer Viollet-le-Duc. Opnieuw…. Dat geldt trouwens ook voor alle fabeldieren, waar het gebouw zo beroemd om is geworden. Je ziet ze overal op afbeeldingen terug komen.

    Wanneer we het beeldhouwwerk op de Notre Dame weer van nabij kunnen bekijken blijft ongewis. Ik hoop binnenkort weer meer over de stand van de restauratie te kunnen vertellen.

  • Ontwikkelingen bij de Dame

    Ontwikkelingen bij de Dame

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k9s75zci’ admin_preview_bg=”]
    Inmiddels zijn we ruim een jaar verder na de brand van de Notre Dame. Je zou denken dat er nu toch al wel het een en ander gedaan is. Natuurlijk is dat ook zo, maar het werk is nog steeds sterk aan die brand gerelateerd.

    Al eerder vertelde ik dat het grote gevaar van de brand het instortingsgevaar van de kathedraal was. Storten gewelven in, dan kan het gebouw zomaar voor je ogen verkruimelen. Die angst heeft er in het bouwteam enorm in gezeten.

    Die gewelven zijn niet meer dan dunne schollen die op ca 38 m boven de kerkvloer zweven. Door de constructiewijze blijven deze bijna miraculeus overeind. Je zou het kunnen vergelijken met de schaal van een kippe-ei: over een breedte van 12-15 m overspant een dun schaaltje van ± 20 cm kalksteen de gehele ruimte.

    Als daar een brand overheen gaat, met een energie die nauwelijks voorstelbaar is, dan kun je er niet zomaar vanuit gaan dat de stabiliteit gegarandeerd is, ondanks dat de schil zelf nog intact is.

    Na de brand lag hier een berg puin bovenop, hele en half-verbrande kapspanten, allerlei ornamenten en de loden dakbedekking. Dat lood is bovendien gesmolten in allerlei hoeken en gaten gelopen, en daarin gestold. De gewelven zijn dus per definitie niet meer beloopbaar, maar het puin moet geruimd worden voordat je de werkelijke staat kunt bepalen en kunt vaststellen of het nog voldoende stabiel is. Dit lijkt een kip en het ei discussie.

    een deel van de oude houten spits, volledig met lood bekleed.

    Die discussie is doorbroken door kolossale balken naar boven te brengen, waaraan een team van alpinisten aan kabels en koorden gehangen in de gewelven kon afdalen en beetje bij beetje het puin op kon ruimen, en het lood uit het gewelf kon peuteren. Je kunt je voorstellen hoe tijdrovend dat is.

    Alleen al om jezelf gezekerd te krijgen aan de constructie vraagt tijd, om balken veilig opgehesen te krijgen niet minder en dan had men ook nog eens de beperking van een met lood besmette bouwplaats, waardoor iedereen met een volgelaatsmasker met zuurstofvoorraad moest werken. Dat zijn geen arbeidsomstandigheden die tot snel en efficiënt werken leiden.

    Een ander probleem was de steiger, die de brand heeft “weerstaan”. Gelukkig is die niet verbonden geweest aan de vieringtoren, dat doet men doorgaans nooit trouwens. Als dat wel het geval was geweest, was deze waarschijnlijk meegesleurd in de val, was de schade groter geweest, meer gesneuvelde gewelven, en wellicht zelfs de ondergang van de kathedraal. Die steiger kon niet zomaar gedemonteerd worden. Men wist ook hiervan niet hoe stevig die nog was. Kijk alleen maar eens naar de vervorming doordat de val van de spits erdoor gebroken werd.

    zie dit maar eens te demonteren

    Men heeft simpelweg de steiger niet af durven breken, uit angst voor instorting. In plaats daarvan is deze volgehangen met sensoren, ook door het alpinisten team, om elke beweging permanent te meten. Teveel beweging: grootschalig alarm, en iedereen onmiddellijk van de bouwplaats af, waar je je ook bevindt. Immers: teveel beweging, betekent instortingsgevaar, instortingsgevaar van de steiger betekent instortingsgevaar van de kerk. Alles, maar dan ook alles hangt letterlijk met elkaar samen.

    Desalniettemin, de steiger moet weg. Maar hoe? Uiteindelijk is er voor gekozen om een steiger om de steiger heen te bouwen, met alle omzichtigheid die daarbij noodzakelijk is. In die nieuwe steiger zijn stabilisatiebalken opgenomen voor de oude steiger, en zo kan men langzaam op het punt komen, dat onderdeel na onderdeel van de oude steiger gesloopt kan worden.

    Een steiger om de steiger…

    Tijdens het plaatsen van een van die balken een windvlaagje? De balk krijgt een ongeplande zwiep, klapt tegen de oude steiger, alle sensoren slaan op tilt, en iedereen vlucht de steiger af en het gebouw uit. Dit is gebeurd. Pas 2 uur later komt het sein veilig. De voltallige bouwploeg heeft op de grond staan wachten. Reken maar even uit wat simpelweg de vertraging en kosten aan manuren zijn. Volkomen terecht natuurlijk, veiligheid voor alles, voor de mensen én voor het gebouw.

    En dan de gewelven zelf, met name die waar gaten in zijn gevallen. Aan de randen bungelen steenbrokken, die nog net de kracht van de val van de vieringtoren konden weerstaan. Die stenen moeten ook verwijderd worden, en jawel daar mogen de alpinisten weer voor opdraven… Met 4 man sterk, hangend in de touwen, 40 m boven de vloer, met uiterste voorzichtigheid een brok steen los wrikken uit het gewelf. Dat brok steen heeft ook nog eens een dergelijk gewicht dat je dat zelf nauwelijks kunt tillen, zeker niet in zo’n onmogelijke positie. En dan moet je ook nog voorkomen dat naast gelegen of gehangen blokken niet ook instabiel worden en met het ene brok los komen. Kortom, een soort mikado puzzel op grote hoogte in onmogelijke positie met onmogelijke grote brokken. Wat een opgave!

    Dit zijn zomaar een paar gegevens, waardoor er een vol jaar na de brand feitelijk nog steeds niets anders is gedaan, dan behouden wat behouden kon worden, consolideren wat geconsolideerd moet worden. Oftewel, redden wat er gered kan worden.

    Maar dat is wel een van de beroemdste kathedralen ter wereld, een iconisch gebouw, de Notre Dame van Parijs.

    Dankzij deze uiterst trage, maar o zo behoedzame en zorgvuldige aanpak wordt het behoud van wat niet direct door de brand is verwoest steeds waarschijnlijker. Waar de Parijse brandweer de kathedraal door intelligent ingrijpen door de brand heen heeft geholpen, hebben alle andere specialisten, van steigerbouwer tot architect het gebouw intussen behoed voor verder verval.

    Ik denk dat we het gebouw niet gaan verliezen, het blijft bestaan. Nu ben ik nog steeds benieuwd naar de nieuwbouwplannen voor het dak….
    [/av_textblock]

  • Pijnlijke Art Deco

    Pijnlijke Art Deco

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k74n1l7c’ admin_preview_bg=”]
    Grote tentoonstellingen hebben de neiging om imposante gebouwen achter te laten, die in latere jaren graag-bezochte objecten worden, om uiteenlopende redenen. Iedereen kent de Eiffeltoren, wereldtentoonstelling 1889, of het Grand Palais, idem 1900.

    Weinigen kennen echter het Palais de la Porte Dorée. Ikzelf ook niet, moet ik bekennen, tot voor kort. Ik las er onlangs over en het maakte me nieuwsgierig. Het blijkt een gebouw met een uiterst lastige geschiedenis, en dus met een fascinerend verhaal.

    In 1931 werd er een internationale koloniale tentoonstelling gehouden. Het moest een tentoonstelling worden van wat de westerse mogendheden voor elkaar hadden gekregen in hun respectievelijke koloniën.

    Er werd een groot gebouw opgericht als entree en ontvangstgebouw. Dit werd na de expositie het Permanente Museum voor de Koloniën. Geopend in 1931, bleek het permanente karakter al in 1935 voorbij, toen het herdoopt werd in museum van het overzeese Frankrijk en weer later van Museum voor Afrikaanse en Oceanische kunst, tot Nationaal Museum voor kunst van Afrika en Oceanië. En inmiddels is het aan zijn zoveelste leven begonnen als Nationale “Stad” van de geschiedenis van de immigratie.

    Lopend door het gebouw voel je gewoon hoezeer de sterk veranderende inzichten voor wat betreft het koloniale verleden wringen in dit gebouw. Eigenlijk kun je niet anders dan het een fout gebouw noemen. Het is simpelweg met zo’n inmiddels volkomen fout doel gebouwd, dat het daar niet meer overheen kan komen, wat voor naam je er ook aan geeft.

    Een van de spectaculairste onderdelen van het gebouw is het grote beeldhouwwerk dat aan de voor- en zijgevels te vinden is als een doorlopend kunstwerk. Het is een indrukwekkend staaltje beeldhouwkunst, 1100 m2 groot, opgebouwd uit afzonderlijke blokken, die elk apart gehouwen zijn, conform 1 groot voorbeeld, en uiteindelijk pas op de bouwplaats zelf tot het grote werk zijn samengesteld. Het thema? Alle Franse koloniën en welke economische voorspoed daar is bereikt. Elke kolonie wordt uitgebeeld met het product waarom het beroemd is geworden.

    Uit Marokko: fosfaten, granen en wol

    Oftewel, in tegenwoordige taal uitgedrukt: waarom het land destijds is gebruikt, of zelfs uitgebuit. De hele thematiek van het reliëf is volstrekt achterhaald door de tijd. Met de lofzang van de Westerse dominantie over de “domme” inheemse bevolking. Met zo’n kunstuiting kan het gebouw gewoon niet correct gemaakt worden.

    Ondanks dat is het gebouw de moeite waard om te bekijken. Het is een bijzondere uiting van de destijds op het hoogtepunt verkerende Art Deco. Er zijn prachtige hekwerken te zien, met karakteristieke ornamenten, die je alleen in die stijlperiode terug vindt.

    De grote zaal annex ontvangsthal is een regelrecht spektakel. Het plafond is opgebouwd als een pagode, die maakt dat er ondanks de grootte en de hoogte van de zaal toch veel natuurlijk licht binnen valt, of dat kunstlicht indirect de zaal verlicht. De vloer in het midden is een schitterend parket, hoewel een replica. Waarbij je dan maar moet hopen, dat de huidige grote variëteit aan tropische houtsoorten tegenwoordig wel met keurmerk zijn verwerkt.

    Ook hier zijn de wanden overdekt met afbeeldingen, die, laten we zeggen, niet bepaald een gelijkschakeling van mensen met verschillende huidskleur tonen. Hoewel ik het schitterende afbeeldingen vond, qua kunstuiting, is het nogal wrang om geketende donkere mensen (mag ik dat zo stellen?) “bevrijd” te zien worden door een welwillende blanke missionaris. Er zijn wanden met kolossale moderne zeilschepen, die bij de jungle aanmeren, waar donkere mensen met handkracht de lading aan boord brengen. Blanke ingenieurs die de plannen voor nieuwe wegen bestuderen terwijl de inheemsen, rijdend op een ezel, de eerste bakstenen aanvoeren.

    Zo voel je tijdens een bezoek aan dit museum de voortdurende frictie met het verleden. En eerlijk gezegd, de huidige functie, museum voor de immigratie, voelt daarbij meer als een halfhartige poging tot genoegdoening dan als serieuze poging tot goedmaken. Zeker als je andere Parijse musea kent, waar kosten noch moeite gespaard worden om zaken tentoon te stellen of onder de aandacht te brengen.

    Zodoende is het lastig enthousiast te zijn over dit gebouw. Het is een bijzonder gebouw, met, sec, prachtige kunstuitingen uit de Art Deco periode. Echter, de kunstuitingen tonen een wereldbeeld dat ver af is komen te staan van ons huidige, en daardoor zelfs pijnlijk worden. Om nog maar te zwijgen van de bejubeling van de kruisvaarders als de eerste kolonialisten! Bovendien is het huidige museum zeer middelmatig van kwaliteit, en zeker niet van het kaliber waarvan ik adviseer er beslist naar toe te gaan… Of misschien juist wel, om zelf het pijnlijke aspect ervan te ervaren?
    [/av_textblock]