Warning: Undefined array key "tdvITu" in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/taxonomy.php on line 1

Notice: Function _load_textdomain_just_in_time was called incorrectly. Translation loading for the wysija-newsletters domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/functions.php on line 6122
Frankrijk - Robert Guinee | architectuur gids

Category: Frankrijk

  • De Notre Dame, eindelijk weer binnen…

    De Notre Dame, eindelijk weer binnen…

    Sinds 7 december kan het weer: de Notre Dame bezoeken, eindelijk weer binnen. Ik heb het intussen al een paar keer gedaan…

    De restauratie, binnen

    Het resultaat van 5 jaar uiterst intensief restaureren? Schitterend mooi! Onzichtbaar waar grote en intensieve schade is geweest, zoals waar de vieringtoren zo dramatisch door de gewelven heen is geslagen. Hoogst zichtbaar waar het schilderingen en het algemeen interieur betreft. Sta je in de Notre Dame, eindelijk weer binnen, dan valt op hoe licht en helder de kathedraal nu is. Licht en helder zoals ooit in de Middeleeuwen bedoeld.

    Schitterend en helder, de Notre Dame eindelijk weer binnen
    Schitterend en helder, de Notre Dame eindelijk weer binnen

    Terwijl dat voorheen zeker niet het geval was! Integendeel! De kathedraal was vies en vuil, beroet door decennialang, bijna eeuwenlang kaarsen-branden. Des te opvallender dat dat intussen weer opnieuw gedaan wordt. Ik begrijp de geloofs-noodzaak, maar ik hoop toch dat er nu roetvrije of zo min mogelijk roetende kaarsen gebruikt worden. Het zou zo jammer zijn, als de heldere sfeer van nu alweer begint te verdonkeren…

    Het valt op hoe fel en levendig de kleuren van de muurschilderingen weer zijn, alsmede die van de gebrandschilderde ramen. Tegelijk valt mij dan weer op dat dit geen Middeleeuwse kleuren zijn. Ik schreef daar ooit al eens een ander blog over: “Kleur bekennen”. Wat we in de Notre Dame zien is het kleurenpalet gebaseerd op de interpretatie van de restauratie-architect van de 19e eeuw: Viollet-le-Duc. Hij was niet gewapend was met allerlei hoogstaande kleuren-analyse apparatuur zoals we die tegenwoordig gebruiken. Nee hij moest afgaan op zijn eigen waarneming. En dus ging hij restaureren op basis van kleursporen die honderden jaren verwering hadden ondergaan. Geen wonder dat er een ander kleurbeeld ontstaat! Interessant is dan wel dat precies dat kleurbeeld ook het kenmerkende beeld is geworden van de Neo-Gotiek. Ook in Nederland!

    schoon gemaakt en zie: heldere kleuren, maar in 19e eeuwse stijl.
    schoon gemaakt en zie: heldere kleuren, maar in 19e eeuwse stijl.
    geen roet en vuil meer, prachtig heldere kleuren.
    geen roet en vuil meer, prachtig heldere kleuren.

    De Notre Dame, eindelijk weer binnen, maar klaar?

    Nu je dan de Notre Dame eindelijk weer binnen kunt beschouwen, verwacht je dat de kathedraal dan helemaal klaar is. De restauratie werd op 7 december toch officieel afgerond? Tja, ik vrees dat daar toch een staaltje Frans prestige om de hoek komt kijken. Immers: op die 15e april 2019 zei President Macron dat de kathedraal binnen 5 jaar herbouwd zou zijn. Strikt genomen is dat niet gehaald, want tot en met december 2024 is toch echt 5,5 jaar… Maar vooruit, kalenderjaar-technisch is het gelukt… Althans, zo is de hele wereld voorgespiegeld. Nu maak ik ook deel uit van die wereld, maar ik ben niet bereid om die projectie zomaar meteen te volgen.

    Want wat blijkt? Nog bij mijn laatste bezoek in April was er nog een behoorlijk woud van steigers aanwezig rond de kathedraal. Sowieso stond de vieringtoren weer in de steigers. Weer? Jazeker, weer.

    een gigantisch nieuw steiger voor de vieringtoren
    een gigantisch nieuw steiger voor de vieringtoren

    Om voor mij onbegrijpelijke redenen waren de steigers vorig jaar april verwijderd. Een groot deel van de toren heeft bijna een jaar provisorisch afgedekt in zeilen gestaan. Was het vanwege de Olympische Spelen? Maar bij die openingsceremonie kwamen de steigers toch ook zeer duidelijk in beeld? Sterker nog, een stukje route van het Olympische vuur ging nota bene over die steigers (tikje misplaatst trouwens om met vuur over die steigers te gaan, hoe feeëriek het ook moge zijn). Hoe dan ook, er is bovenop het nieuwe loden dak weer een kolossaal steiger gebouwd om de onderste ± 15 meter toren nog met lood te bekleden.

    kant en klaar lood op de steiger
    kant en klaar lood op de steiger

    En elders aan de buitenzijde?

    Ook elders aan de buitenzijde blijkt lang niet alles te zijn afgerond. Ik heb nog steeds de fameuze PVC-spuwers zien hangen in maart. En de afgestompte spuwers elders, waar nog een flapje lood uit bungelt. Van deze elementen heb ik echter goede hoop dat binnenkort worden hersteld. Waar ik eerder ook nog forse gebreken constateerde, aan de noordgevel van het koor, is het nodige vernieuwd. Vrij vertaald vrijwel alles trouwens. En het lijkt erop dat de werkzaamheden zich verplaatsen in de richting van de PVC-spuwers wat verder aan het koor. Dat zou schitterend zijn als het nog zou worden hersteld.

    nieuwe spuwers, maar ook nog in PVC (linksonder)
    nieuwe spuwers, maar ook nog in PVC (linksonder)

    Maar ik heb nog steeds de grootschalig afgebrokkelde natuursteen gezien op de bekroningen van de steunberen.  Vooral goed te zien aan de zuidkant van het schip, maar ook elders waarneembaar. Dat geldt ook voor alle onderdelen van de sacristie, aan dezelfde zuidkant, goed te zien vanaf de Seine-oever. Hier is nog helemaal niets aan gedaan. En als het gaat om de steunbeer-bekroningen, dan heb ik het akelige vermoeden dat dat ook niet meer gaat gebeuren. Er is geen enkele indicatie dat daar nog iets aan wordt gedaan, geen steiger te bekennen, geen enkel aankondigingsbord. Het zal toch zo niet achtergelaten worden?

    nog steeds niks aan gedaan: steunbeerbekroningen
    nog steeds niks aan gedaan: steunbeerbekroningen

    Voldoende financiële middelen

    Er is nog voldoende geld voor beschikbaar om ook deze elementen te restaureren, want tot en met december is er zo’n 700 miljoen euro uitgegeven. Dan resteren er nog 145 miljoen van het geschonken geld dat na de brand zo ruimhartig ineens beschikbaar werd gesteld. Aangezien de oorspronkelijke restauratie al werd begroot op 150 miljoen zou je denken dat van dat resterende geld nog het nodige kan worden gedaan. Ik blijf het uiteraard op de voet volgen! Zodra ik in Parijs ben, werp ik er mijn blik op, kritisch en bewonderend.

    Want hoe je het ook draait of keert, er is een restauratie van formaat geleverd. En van een zeldzame kwaliteit ook! Je kunt zeggen van de Fransen wat je wilt, maar ze kunnen een topprestatie leveren op dit gebied. Het is alleen zo jammer, dat daarvoor vaak een beroep gedaan moet worden op het prestige van het land. Zodra dat in het geding komt, dan gaat de portemonnee wagenwijd open! Het resultaat is echter verbluffend als je de Notre Dame eindelijk weer binnen treedt: een Gotische kathedraal zoals hij ooit bedoeld is: helder licht dat naar binnen valt.

    prachtig gerestaureerd, het 14e eeuwse roosvenster
    prachtig gerestaureerd, het 14e eeuwse roosvenster

    Het Lux Divina waar de “uitvinder” van de gotiek, Abt Suger uit St. Denis (zie b.v. ook dit blog) zo enthousiast over was. Schitterende heldere kleuren in glas en op steen, een werkelijke bijbel in glas en steen! Dat is een feest om weer te beleven. Klein minpuntje: je bent nooit alleen, er zijn (iets te veel) duizenden mensen die het met je mee willen beleven.

  • Notre Dame weer open!

    Notre Dame weer open!

    Het zal weinigen zijn ontgaan: aanstaande zaterdag gaat de Notre Dame weer open. Kranten schrijven erover, YouTube wordt overspoeld door filmpjes, en ongetwijfeld komt het zaterdag in alle journaals voorbij. Hoe mooi en grandioos is het wel niet geworden. Aanstaande zaterdag is er een ceremoniële dienst in het bijzijn van President Macron, de Aartsbisschop, de generaal b.d. die de restauratie heeft geleid en ongetwijfeld zal ook de Architecte en Chef aan mogen zitten bij deze gelegenheid.

    Reden om mij weer eens aan een blog over dit project te wijden. Mijn volgers weten dat ik mij daar in het verleden nogal kritisch over heb geuit. De kritiek is gebleven, maar het is nu tijd om te kijken naar wat er is neer gezet.

    Welk fraais gaat er achter deze deuren schuil?
    Welk fraais gaat er achter deze deuren schuil?

    Vóór de restauratie.

    Alvorens de Notre Dame weer open gaat en wij met z’n allen versteld zullen staan van het resultaat is het interessant om eens terug te kijken naar hoe het ook alweer was. Ik ben in mijn eigen archief gedoken en heb mijn foto’s uit 2018 nog eens bekeken. Dat was de laatste keer dat ik zelf in de kathedraal was. Mijn herinnering: duister en donker.

    een donker deel van de kooromgang
    een donker deel van de kooromgang

    Okee, het jaargetijde hielp daar niet bij, het was 14 januari, een tijd van weinig licht. Maar tegelijk zie ik op foto’s van de buitenzijde hoe prachtig helder de dag was: een stralende zon, met misschien wel de mooiste exterieur foto’s die ik ooit heb gemaakt. Binnen was het echter donker. En dat kwam eigenlijk door niks anders dan vuil. Na de grote restauratie vanaf  1840 door Viollet-le-Duc was er vrijwel niks meer aan het interieur gedaan. Niet schoon gemaakt, niet gerestaureerd, alleen maar gebruikt. Onder andere voor het veelvuldig branden van kaarsen.

    het interieur van de kathedraal, op een (verbeterde!) foto
    het interieur van de kathedraal, op een (verbeterde!) foto

    Wat dat doet met een kathedraal kun je goed ervaren op een van de foto’s die op de schutting rond het gebouw hebben gehangen: je ziet een dame met een sponsje een wand schoonmaken. Een vlakje van ca 15 bij 15 centimeter toont een felle kleur rood, versierd met gouden bladeren. Eromheen zie je een donker grijze grauwe tint, met vaag hier iets roods en geels in doorschemeren.

    Schoonmaken

    Na de brand vloeide er ineens krankzinnig veel geld richting de restauratie. Volledig en vakkundig schoonmaken van het gehele gebouw was ineens geen enkel probleem meer. Terwijl dat in Frankrijk bij veel kathedralen echt niet gebruikelijk is. Ik heb het afgelopen jaar de nodige mensen mee genomen naar de schitterende kathedraal van Metz. Schitterend aan de buitenkant, in jarenlange campagnes rondom gerestaureerd. Kom je echter binnen, dan is het interieur ronduit goor. Een bizar woord om te gebruiken in het kader van een kathedraal, maar volstrekt toepasselijk.

    De kathedraal van Metz: links schoon, rechts niet
    De kathedraal van Metz: links schoon, rechts niet

    Een vergelijkbare ervaring herinner ik mij uit Chartres, van mijn eerste bezoek in de jaren ’80. Waar was die schitterende Gotische kathedraal die met zijn fabuleuze gebrandschilderde ramen een licht gebouw zou zijn? Zwaar gebukt onder een grauwsluier van roet en vuil. Tot in 2012 ineens een stukje schoongemaakt bleek. En dat in 2020 voor het volledige schip was gebeurd: schitterend,  tintelend, ongelooflijk kleurrijk, enzovoort.

    Nu de Notre Dame weer open gaat zul je dat ook daar kunnen ervaren. In zeer sterk relativerende zin is dat dan “het voordeel geweest bij het nadeel” van de brand, om het Cruijffiaans te stellen. Zonder de brand zou er nooit genoeg geld geweest zijn, om dit te doen… Tja. Kijk bijvoorbeeld eens naar de beelden in deze documentaire op You Tube (wel in het Frans…). Met name vanaf 9.20 t/m 11.00 minuten kun je schitterend zien wat er is gebeurd!

    Hoe ging dat schoonmaken?

    Wel, natuurlijk met heel veel gewoon water. Hoewel gewoon, meestal gedestilleerd omdat onzuiverheden tot extra aantasting kunnen leiden. Stel je voor, dat er ietwat zuur in het water zit, of dat je gechloreerd water hebt, niet ongebruikelijk in bepaalde landen voor het drinkwater. Tja, dan zit je dus een kwetsbare beschilderde wand met chemicaliën te reinigen, waarvan niemand het resultaat kan voorspellen. Behalve, dat het nooit goed kan zijn voor de ondergrond. Dus gedestilleerd.

    Maar er zijn ook andere rigoureuzere methodes toegepast, op minder kwetsbare vlakken, zoals op gewelven en muren. Daar is met een spray een rubber-achtige pasta op gespoten die een latex film vormt over het oppervlak. Dat latex heeft een sterk hechtende en zuigende werking, waardoor het vuil in deze dunne laag wordt getrokken. Na voldoende droog- en werkingstijd kan het film er weer afgetrokken worden, en er komt een vrijwel brandschoon oppervlak tevoorschijn. Ik weet uit eigen ervaring wat voor impact dat kan hebben op een gebouw. Bij de restauratie van de Cuyperskerk in Ouderkerk aan de Amstel, waar ik aan heb mee gewerkt is dat eveneens toegepast. Het resultaat was verbluffend en spectaculair. Dat gaan we bij de Notre Dame die weer open gaat ook zien.

    Ik ben ervan overtuigd, dat de eerste keer dat ik er weer binnen zal stappen, ik overweldigd zal worden door de helderheid van het interieur en de felheid van de kleuren. Die kleuren die overigens niet Middeleeuws zijn, maar 19e eeuws. Door Viollet-le-Duc aangebracht op basis van aangetroffen oude sporen. Zijn kleurenanalyse was nog weinig wetenschappelijk, wat maakte dat er een typisch eigen kleurenpalet is ontstaan.

    De Notre Dame weer open, dus gereed?

    Nou nee. Dat dus niet. Mijn eerdere blogs melden het al. Zo is de steiger rond de vieringtoren al begin 2024 afgebroken, terwijl er nog minstens 15 meter van de toren onafgewerkt was. Geen idee waarom, vermoedelijk de naderende Olympische Spelen, de spits moest zichtbaar zijn? Dat deel heeft straks dus ruim een jaar onafgewerkt gestaan, met alle mogelijkheden voor weer en wind om zijn gang te gaan in aantasting. Er later een zeil omheen aangebracht, maar op die hoogte weet elke specialist dat dat niet waterdicht is. Onbegrijpelijk waarom dat niet meteen afgewerkt is.

    ingepakte onderzijde van de nieuwe spits
    ingepakte onderzijde van de nieuwe spits

    Ook aan de noordkant van het gebouw is weinig gedaan. Ik zag bij mijn laatste bezoek, anderhalve maand geleden, nog steeds de “schitterende” en inmiddels vrijwel monumentale PVC spuwers aan de gevel zitten. Geen spoor van restauratie te bekennen. Evenmin was dat het geval qua schoonmaken van de gevel aan deze Noordzijde. Het gaf bijvoorbeeld een keihard contrast te zien tussen de top van het Noordtransept die volledig gereinigd was van vuil en roet, terwijl de gevel er direct onder nog groen was van algen en mos. En ook elders heb ik nog legio elementen gezien die niet zijn hersteld. Die lijst is lang!

    Topgevel Noordtransept, wel en (nog?) niet gereinigd.
    Topgevel Noordtransept, wel en (nog?) niet gereinigd.

     

    Noordzijde: verweerd en afgebroken natuursteen, mos- en altgroei,
    Noordzijde elders: verweerd en afgebroken natuursteen, mos- en altgroei,

    Er is nog geld, er zou “pas” 700 miljoen zijn gespendeerd, er zou nog 140 miljoen in kas zitten. Daar kun je nog veel van doen, maar of de buitenkant net zo mooi wordt als de binnenkant nu gemaakt is, c.q. net zo ingrijpend gerestaureerd wordt, is de vraag. Terwijl die buitenkant natuurlijk wel het meest kwetsbaar is. Ik blijf het een vreemde gang van zaken vinden…

    De Notre Dame weer open, kijken?

    Ja natuurlijk! Maar om de gigantische aantallen bezoekers in goede banen te leiden, komt er een systeem met tijdslots. Toegang blijft gratis, hoewel daar behoorlijke discussies over zijn gevoerd, maar je moet dus een tijdslot boeken, zoals tegenwoordig vrijwel overal. Ik wacht het nog even een paar maanden af, maar begin volgend jaar komt er een aanbieding om samen de kathedraal te gaan bekijken, en naar ik hoop, bewonderen. Ik ben in ieder geval razend nieuwsgierig naar het effect wat het op mijzelf zal hebben!

     

  • De vesting Langres

    De vesting Langres

    De vesting Langres in het Noord-oosten van Frankrijk, kent een millenia-oude geschiedenis. Daardoor toont de vesting een prachtige dwarsdoorsnede van de vestingbouwgeschiedenis door deze vele eeuwen heen. Ik ga in dit blog op enkele van deze aspecten nader in.

    Oorsprong en positie van de vesting Langres

    De stad Langres had ooit een belangrijke regionale functie, vanuit de Romeinse tijd. Het is zelfs een van de oudste bisdommen van Frankrijk, uit de 3e eeuw.

    Over de oorsprong van de vesting is maar weinig bekend, er zijn geen geschreven bronnen over, en archeologische data ontbreken eveneens bij mijn weten. Desondanks is wel zeker dat al in de Gallische periode, nog vóór de komst van de Romeinen hier een versterkt “oppidum” heeft gelegen. Het was dan ook een perfect te verdedigen plek. Het ligt bovenop een langgerekt plateau dat aan de lange oost- en westkant, evenals aan de korte noordkant steil afloopt. Alleen aan de zuidkant is er een verbindende tong naar het omliggende landschap.

    Het fraaie aan de vesting is dat je dat tegenwoordig nog steeds zo kunt ervaren. Er is maar weinig op de flanken bijgebouwd. Na de verovering door de Romeinen, onder leiding van Julius Caesar werd de vesting razendsnel omgebouwd tot Romeinse versterking. Daar is heden ten dage nog een imposant restant van te vinden in de vorm van de voormalige stadspoort.

    Gallo-Romeinse poort

    Niet direct gebouwd na de verovering, maar pas na 30 jaar bezetting en romanisering van Gallië vormt deze poort een fraaie getuigenis van de Romeinse architectuur in Langres. In korte tijd lijkt het erop dat er een redelijk stabiele vrede is afgedwongen, want de poort toont een nauwelijks defensief aanzien, meer een monumentaal, prestigieus aanzien. 2 grote bogen gaven direct toegang tot de stad, komend uit de richting van (tegenwoordig) Reims.

    Romeinse stadspoort
    Romeinse stadspoort

    Naast de bogen pilasters, aan de buitenzijde zelfs dubbel. Deze zijn voorzien van fraaie cannelures (“groeven”) en een prachtig Korinthisch kapiteel. De poort wordt bekroond door een rijk gedetailleerde kroonlijst. Dit element is echter grootschalig gereconstrueerd bij een restauratie in de 19e eeuw, het was vrijwel volledig verdwenen. Verdwenen doordat er geen noodzaak, noch interesse was om dat tijdens het militaire gebruik van de poort te handhaven of onderhouden.

    Deze poort schijnt al in de 3e eeuw dichtgemetseld te zijn, toen de stabiliteit van het Romeinse Rijk werd bedreigd van buitenaf. Hij werd deel van de vestingmuren en verloor de toegangsfunctie.

    De muren van de vesting Langres

    Langs de gehele oude stad zijn vanaf de 3e eeuw muren opgetrokken, telkens verbeterd als er weer nieuwe ontwikkelingen waren. Je kunt de gehele muur overlopen, helemaal rond de stad. Opvallend zijn de sprongen in de muur, grofweg elke 100 m. Deze lijken volstrekt niet logisch, maar zijn dat vanuit verdedigingsmotief wel degelijk: deze voorkomen dat een aanvaller zich ongezien tegen de muur kan ophouden. Vrij vertaald: deze sprongen in de muur heffen de dode hoek op, die beschutting aan aanvallers kan bieden. Een principe dat tot uiterste efficiëntie werd doorontwikkeld tot in de 18e eeuw.

    anti-dodenhoek-sprong en opvallend muurprofiel
    anti-dodenhoek-sprong en opvallend muurprofiel

    Evenmin is het verloop van de bovenzijde van de muur toevallig. Dit vormt een opvallend profiel: aan de bovenzijde afgeschuind, daarna in een flauwe hoek aflopend over  40 cm, een vertikale sprong naar beneden van ± 10 cm en weer een flauw verlopende deel. Het doelbewuste van dit verloop ontdekte ik toen ik een paar foto’s aan het schieten was van de omgeving. Het bleek dat ik heerlijk op mijn gemak tegen, c.q. half op de muur kon hangen. Dat wat nader verkennend en mij voorstellend dat ik een ouderwets vuurwapen, een musket, of zoiets vast zou hebben, ontdekte ik dat dit profiel perfect is om langdurig over de muur uit te kijken. Militair vertaald: in een waakzame houding de muur te bewaken. Grappig dat je zoiets ontdekt door het schieten van enkele foto’s!

    De 15e eeuw…

    Vanwege de belangrijke functie van de stad Langres, aan de grens met aartsvijand, het Heilige Roomse Rijk Duitsland en tevens Zwitserland werden de vestingwerken bij veranderende omstandigheden snel aangepast. Dergelijke omstandigheden deden zich eind 15e eeuw voor. De machtige stad Constantinopel was in 1453 door de Turken belegerd en ingenomen. Terwijl de stad als 100% onneembaar gold, vanwege b.v. de dubbele gordel aan stadsmuren, van ongekende hoogte. Hoe kon dat gebeuren? Wel, dat kon gebeuren door de verschijning van een nieuw revolutionair wapen op het militaire toneel: het kanon. Het vuurwapen, met ongekende kracht.

    De verovering van Constantinopel heeft destijds een schokgolf door Europa gezonden, en machthebbers begrepen meteen dat het kanon een game-changer was. Maar wat kun je ertegen doen? Nou, bijvoorbeeld dikkere muren gaan bouwen…tot wel 7 meter! En grotere torens, met platforms waarop je als verdediger de nodige kanonnen kunt opstellen, om de vijand te beschieten.

    Massieve Navarra-toren aan de buitenzijde
    Massieve Navarra-toren aan de buitenzijde

    Betekenis voor de vesting Langres

    In Langres zijn die torens al heel snel gebouwd. De eerste al in 1470, amper 17 jaar na de val van Constantinopel! Het toont andermaal het toenmalige belang van de stad. Enkele van deze torens kun je tegenwoordig bezoeken. Wat dan op valt is dat deze weliswaar in het eind van de 15e, en het begin van de 16e eeuw gebouwd zijn, maar dat er is teruggegrepen op een massieve, zware architectuur.

    zware massieve architectuur, niet uit de 12e, maar uit de 16e eeuw
    zware massieve architectuur, niet uit de 12e, maar uit de 16e eeuw

    Deze doet heel sterk denken aan de architectuur van een paar eeuwen eerder, b.v. de eerste Cisterciënzer (klooster-)architectuur. Vanuit verdedigingsoogpunt is de robuustheid natuurlijk volledig te begrijpen. Maar ik vond de gelijkenis met deze veel oudere architectuur toch opvallend. Zeker in een periode dat de Gotiek zijn hoogste graad van frivoliteit had bereikt. Zie b.v. ook dit blog over de Lonja de la Seda

    Latere functie en aanpassing

    Een van die machtige verdedigingstorens in de muur van de vesting Langres is de Navarra toren. Gebouwd omstreeks 1520 voert deze de verdedigingslinie richting het Zuid-westen. Hij is onderverdeeld in 3 niveaus: een diep niveau, dat maar enkele meters boven het begin van de muur uit komt, een middendeel en een bovenzaal. De onderste 2 zalen zijn van het robuuste type, met een zware middenkolom, die uitwaaierende gewelven draagt. Machtig om te zien! Maar de bovenzaal is pas in 1830 gerealiseerd, toen de toren haar verdedigingsfunctie langzaam begon te verliezen, de artillerie was te krachtig geworden voor deze vorm van verdediging.

    De toren werd voorzien van een gigantisch dak met een imposante houtconstructie.

    enorm kapspant uit 1830...
    enorm kapspant uit 1830…

    Want de verdedigingsfunctie werd verlaten, maar het werd de opslag voor het buskruit van de vesting: poedertoren. Dat kruit moest uiteraard droog gehouden worden, een dak was dus noodzakelijk. De balkenconstructie is een indrukwekkend geheel. Enkele gigantische balken vormen de dragende basis, waarop met kleinere balken de nodige opstand voor een fatsoenlijk schuin dak is gecreëerd. Dat dak zou in 1830 zijn gebouwd. Het is een volledig traditionele spanconstructie, zoals eeuwen toegepast. We kennen dergelijke constructies uit de middeleeuwse kathedralen en kastelen, en ook latere gebouwen van diverse aard.

    In het geval van deze toren in de vesting Langres is een grappig gegeven te ontdekken: Op diverse balken staat de afmeting geschreven in krijt. Ja? En? Wel, die afmeting staat in centimeters: b.v. 30 x 30 cm. Nogmaals: Ja? En? Dit moet een van de eerste vermeldingen zijn van (centi-)meter-maten. Immers, deze zijn pas in de tijd van Napoleon (in zijn opdracht) ingevoerd. Voor ons tegenwoordig volstrekt logisch, destijds nog een revolutionaire vernieuwing! Leuks dat je zoiets dan toch ook ontdekt.

    Wandeling over de muren van de vesting Langres.

    Zoals gezegd, je kunt de muren volledig over wandelen, en zo een goede indruk verkrijgen van de vesting. Het is een leuke en aangename wandeling, die je niet alleen een goed zicht biedt op de vestingmuren, maar ook mooie vergezichten op de omgeving, met als je geluk hebt op een heldere dag zelfs een blik op de Alpen in de verre verte. Maar bovenal is het ook aangenaam, omdat deze vesting, ondanks zijn roemruchte geschiedenis, maar door weinigen wordt bezocht. Je zult je dus nooit door een invasieleger van toeristen een weg hoeven banen. Hier geen toeristen-belegering zoals b.v. Carcassonne, een verademing!

     

    De muren van Langres
    De muren van Langres

    Ik heb de afgelopen tijd de vesting met vele uiteenlopende gezelschappen bezocht en ben er erg van onder de indruk geraakt. Zozeer, dat ik het als vast punt in mijn Lotharingen-reis heb opgenomen. Wil je die vesting ook eens samen met mij ontdekken? Vraag dan snel informatie aan over een nieuwe Lotharingen-reis. In 2025 gaat die er zeker komen! Je kunt ook hier een kijkje nemen: Lotharingen.

  • Fort de Souville

    Fort de Souville

    Het Fort de Souville is een van de minder bekende forten, die in een wijde boog om Verdun heen zijn gebouwd. Deze moesten van de stad een waar bastion maken in de verdediging van Frankrijk. Frankrijk was de landstreken Elzas en Lotharingen in de Frans-Duitse oorlog van 1870 kwijt geraakt, waardoor Verdun ineens weer vlak bij de grens tussen deze 1000 jaar oude aartsvijanden was komen te liggen. Het bastion heeft zijn werk gedaan: Verdun is nooit gevallen.

    Tijdens de eerste wereldoorlog

    Er werd na die oorlog van 1870 /’71 een ongelooflijk netwerk van forten gebouwd rond de stad, vele tientallen in totaal. Enkele waren reusachtig groot, andere kleiner. In de slag om Verdun, die feitelijk de hele oorlog heeft geduurd, maar die met name in 1916 een onvoorstelbare intensiteit heeft gekend zijn al deze forten zwaar belegerd, enkele ingenomen en weer verloren, eindeloos beschoten. Als je de cijfers van dat ene jaar bekijkt, dan verbleekt elk conflict sindsdien daarbij. In 300 dagen zijn 60 miljoen granaten afgeschoten!

    Een klein rekensommetje: 300 dagen 60.000.000, dat zijn 200.000 granaten per dag, per dag! Oftewel bijna 140 per minuut! Op een gebiedje van slechts enkele tientallen vierkante kilometer! Dat aantal en die duur is te krankzinnig om te kunnen bevatten…

    Het landschap ten oosten van Verdun is door deze 300 dagen dan ook totaal van karakter veranderd. De grond bleek na de oorlog zo vervuild, dat er niets mee te beginnen was. Er zijn bomen geplant, en waar eens dorpjes waren, omgeven door vruchtbare landbouwgrond is dit alles verdwenen in het bos. Waaruit nog steeds granaten tevoorschijn komen!

    lieflijk bos bovenop het enorme fort
    lieflijk bos bovenop het enorme fort

    Na de 2e Wereldoorlog zijn enkele oude forten schoon gemaakt en enigszins opgeknapt en open gesteld. Andere zijn vrijwel vergeten en aan hun lot overgelaten. Het fort de Souville is er daar een van…

    Verkenning van het fort de Souville

    Ik ben een tijdje geleden weer eens naar Verdun toe geweest, ik ken de stad en streek goed omdat ik er een half jaar gewoond heb. Mijn maat A, wilde graag het nodige bezoeken, dus wij zijn op pad gegaan. Ik wist van het bestaan van een vrijwel vergeten fort en ben er naar op zoek gegaan. Met de nodige moeite hebben we het gevonden.

    In een lieflijk bos, natuurlijk feitelijk uiterst bedrieglijk, vonden we wat muren in een inham in de heuvel. Die forten moesten natuurlijk zo goed mogelijk tegen het artillerievuur beschermd worden, en kregen naast metersdikke betonmuren en -plafonds een dikke, dikke aardlaag over zich heen.

    entree van het fort, aan de Verdun-zijde: perfect beschermd.
    entree van het fort, aan de Verdun-zijde: perfect beschermd.

    Het fort de Souville werd in een zeer gunstige heuvelkom aangelegd: gericht op het westen, dus naar de stad toe, terwijl de heuvel opliep naar het oosten, waar de vijand lag.

    Er was niemand, het bos was verlaten. Nieuwsgierigheid hadden we genoeg dus we zijn een poortje in gegaan, gewapend met zaklamp. Niet gehinderd door hekken of afzettingen begonnen we aan onze eigen verkenning van dit verlaten fort. Goed uitkijken waar je loopt, want die forten zijn in vele verdiepingen gebouwd, met soms vertikale schachten om van de ene laag op de andere te kunnen komen. Je kunt daar echt niet zomaar onbekommerd rondkuieren!

    Kleinschalig of reusachtig?

    Ik verwachtte dat we slechts enkele ruimtes konden bekijken, wat we in de heuvelkom hadden gezien was niet zo heel omvangrijk. Maar we konden wel enkele wat dieper gelegen kamers betreden. Een beetje zigzaggend zijn we van kamer naar kamer gegaan, steeds weer een nieuwe ruimte ontdekkend. Of, hé, een complete gang… Wat zou daar te zien zijn?

    nog vlakbij de entree
    nog vlakbij de entree

    We gingen dieper en dieper het fort in, telkens nieuwe ruimtes ontdekkend. Het was natuurlijk volstrekt onmogelijk om het oorspronkelijke gebruik van die ruimtes te achterhalen, er was niets meer te vinden, en wat er te vinden was geweest was vervallen tot gruis door meer dan 100 jaar inwerking van vocht.

    We vonden de ene na de andere kamer en zaal. Dan weer een grote gang, en voor we er erg in hadden zaten we tientallen meters diep onder de grond,  diep in de heuvel. Als je dan eenmaal bezig bent, dan ga je verder… Het bleek echt geen klein fort te zijn, eerder reusachtig van afmeting. Hier moeten vele honderden, zoniet duizenden soldaten gelegerd zijn geweest!

    Globale opbouw van het fort de Souville

    Alle ruimtes, kamers, gangen en zalen waren overdekt met gemetselde stenen tongewelven, eigenlijk best fraai. In baksteen of zelfs natuursteen! Alles natuurlijk in de heuvel gewerkt, en waarschijnlijk aan de bovenkanten aangewerkt met beton, of cementspecie. Zie je dergelijke gewelven in een kathedraal of klooster, dan sta je er bewonderend naar te kijken, nu realiseer je je dat deze gewelven een nogal macaber ander doel hadden: de militairen zo goed mogelijk beschermen tegen de hel buiten.

    Het bleek dat veel zalen zelfs nog een 2e huid hadden gekregen: tegen de gewelven waren houten balken bevestigd, meelopend met het gewelf, waaraan / waartegen een extra huid van baksteen was bevestigd. Die dan vervolgens gestucd kon worden. Waarschijnlijk is dat bedoeld geweest om het onvermijdelijke vocht buiten de zalen te houden en zo een min of meer aangenaam verblijf te creëren. Tegelijk had dat vocht er de afgelopen eeuw ruimschoots de gelegenheid voor gehad om het hout te laten verrotten, met als gevolg dat deze extra schil overal was ingestort en afgevallen.

    balken tegen het gewelf voor de binnenschil
    balken tegen het gewelf voor de binnenschil
    een omgevallen voorzetmuur
    een omgevallen voorzetmuur

    Weer buiten

    We dwaalden door en door, tot we ineens daglicht zagen. Dat wil zeggen, aan het eind van een schacht, waardoor we eerst minstens 15 meter omhoog moesten klimmen. En dan sta je buiten, ineens weer in een prachtig bos.

    Hier kwamen we uitgekropen
    Hier kwamen we uitgekropen

    Onwerkelijk! We hebben daar nog wat door gedwaald, en kwamen bij weer een ander fort uit. Of wat dat nog steeds het fort de Souville, bereikbaar via een ondergrondse passage die wij niet hadden gevonden? Ik weet het niet.

    Wel weet ik, dat door onze dwaaltocht onder de grond we uiteindelijk de nodige moeite hadden om ons startpunt terug te vinden. Toen we eenmaal weer voor de ingang stonden en daar nog eens rustig stonden te bekomen van onze verkenning binnen, viel mijn oog ineens op een stukje tekst boven de toegang: verboden binnen te gaan… Tja, daar was het nu te laat voor.

    de entree, het verbod boven de deur heb ik écht niet gezien!
    de entree, het verbod boven de deur heb ik écht niet gezien!

    Maar het heeft ons een spannende verkenning opgeleverd van het eigenlijk vergeten fort de Souville.

  • de Notre Dame

    de Notre Dame

    Afgelopen weekend was ik weer in Parijs, en natuurlijk was de Notre Dame een te bekijken  object… Mijn eigen specifieke vraag was natuurlijk: is hij af voor de Olympische spelen?

    Het simpele antwoord: NEE.

    De vervolgvraag: maar er wordt overal gezegd dat hij klaar is met de Spelen??? Inderdaad. En vergeef mij mijn directheid: er is een verschil tussen zeggen dat het zo is, en het werkelijk zo zijn. Oftewel: wat je wilt dat men hoort en wat er werkelijk aan de hand is.

    Ik heb een kritische blik op de buitenzijde van de kathedraal geworpen en heel veel punten gezien waar niets is gedaan. Het is simpelweg onmogelijk dat de kathedraal over 3 maanden werkelijk volledig is gerestaureerd. Zeker als je nagaat dat de steigers hier ook nog weg gehaald moeten worden. Dat alleen is bij zo’n enorm gebouw al een klus van enkele maanden.

    Dit moet allemaal nog afgewerkt en afgebroken???
    Dit moet allemaal nog afgewerkt en afgebroken???

    Vieringtoren

    De vieringtoren is inmiddels uit de steigers. De montage daarvan is een razendsnelle klus geweest. In oktober vorig jaar ontdekte ik net de eerste balken achter de steiger, in November was er een enorm stuk extra bij gezet, en in december werd de haan al geplaatst. Die snelheid is mogelijk dankzij de uitstekende oude tekeningen van Viollet-le-Duc, de restauratie-architect die in 1863 de toren opnieuw bouwde. Toen ook al opnieuw…

    Met prefabricage van alle balkhout is het een reusachtige Chinese puzzel om de spits terug op te bouwen, wat dus razendsnel kan.

    Echter, tot mijn stomme verbazing is de steiger nu gedemonteerd terwijl…. de spits nog niet af is! De onderste delen zijn nog niet bekleed met lood, hier is het eikenhout nog onbeschermd tegen weersinvloeden. Wat is dat nou? Wat gebeurt hier?

    een groot deel van de nieuwe vieringtoren, onafgewerkt.
    een groot deel van de nieuwe vieringtoren, onafgewerkt.

    Nu is eikenhout best even bestand tegen een tijdje onbeschermd staan, maar wie heeft dit verzonnen? Nu de steiger afbreken, betekent dat er later toch weer een moet worden opgebouwd! En het is ook niet een klein stuk wat onbeschermd is! Het zal toch zeker een stuk of 8 steigerslagen zijn, wat nog afgewerkt moet worden. Dat komt neer op zo’n 20 meter! Daar moet een nieuw steiger voor worden gebouwd, het is ook niet van binnenuit af te werken.

    Alpinisten dan? Nou, dat lijkt mij niet echt lekker werken: met je loodplaatjes, en je nagels, en je klangen (klemmen) et cetera, bungelend aan een touw. Dat touw dat bovendien ook ergens aangehaakt moet worden. Het lijkt mij geen optie…

    Natuursteenwerk

    Ik heb tevens mijn blik gevestigd op het natuursteen, waarvan ik al heel lang geleden heb geconstateerd dat het in slechte staat verkeerde. Ooit schreef ik een blog over de verkruimelende Dame, je kunt het hier lezen. Pinakels die zijn afgebroken, bloemen op afdakjes die zijn afgebroken, spuwers die zijn verdwenen en vervangen door PVC-pijpen, enzovoort. Ook simpele vlakke stenen die door weersinvloeden zijn afgekalfd en extra vochtopname in het muurwerk mogelijk maken…

    Grote gebreken aan de sacristie, maar waar zijn de steigers?
    Grote gebreken aan de sacristie, maar waar zijn de steigers?
    gebroken en zwaar verweerd natuursteen, geen werkzaamheden...
    gebroken en zwaar verweerd natuursteen, geen werkzaamheden…

    Wat schetst mijn verbazing toen ik afgelopen weekend ontdekte dat veel van deze gebreken nog steeds niet zijn hersteld! En dat dat hoogstwaarschijnlijk ook niet meer gaat gebeuren. In ieder geval niet voor de Olympische Spelen. Deze zijn immers over 3 maanden op 24 juli a.s. al begonnen. Nu dan dergelijke zaken nog herstellen, inclusief het bouwen van steigers? Ik geloof er niet in. Daarvoor is er nog teveel te doen, over een te groot deel van de kathedraal.

    "Authentieke" PVC spuwer
    “Authentieke” PVC spuwer

    Propaganda?

    Hoe is het mogelijk dat er dan toch gezegd wordt dat de kathedraal met de Olympische Spelen klaar is? Sta mij toe het propaganda te noemen. De intocht van de atleten in Parijs gaat plaatsvinden op de Seine, het wordt een volstrekt vernieuwende openingsceremonie. Dat concept vind ik geweldig. Maar aangezien de Notre Dame een belangrijk decorstuk van die intocht moet gaan vormen, mogen er geen steigers meer omheen staan.

    En als er geen steigers meer staan, dan is het werk dus klaar? Zodat de wereld kan zien hoe razendsnel Frankrijk dit belangrijke monument heeft gerestaureerd. Jaja, razendsnel wel, maar supergoed? Niet als je concessies doet aan de staat van het exterieur, en complete delen niet afwerkt. Nogmaals, eikenhout dat onbeschermd is, zal echt niet direct verrotten, als dat een jaar zo staat. Maar tegelijkertijd, het gaat er ook niet in kwaliteit op vooruit. Er wordt op die manier als het ware al direct een voorschot genomen op nieuw verval en verwering. Ongelooflijk!

    Zelfs de kap is nog deels open...
    Zelfs de kap is nog deels open…

    En daar zijn 1000 stokoude eiken voor gekapt? Stuk voor stuk minstens 250 jaar oud? Om die vervolgens aan weer en wind bloot te stellen? Het spijt mij, maar dan is er iets serieus mis met de kwaliteitsbewaking van dit project. Eigenlijk vind ik het een schande, dat het gebouw zo ondergeschikt gemaakt wordt aan de uitstraling van Grandeur van Frankrijk. Het maakt me droevig, maar tegelijk woest, dat dat zo wordt geaccepteerd.

    Oorzaak

    De oorzaak ligt mijns inziens al op de dag van de brand zelf: 15 april 2019  toen President Macron met volle overtuiging verklaarde dat de kathedraal herbouwd zou worden. Uitstekend, geweldig, een loffelijk streven.

    Maar er kort daarna aan toe voegen dat de kathedraal dus in 2024 klaar zou zijn is een domme zet geweest, ondoordacht. Om dat te bewerkstelligen werd de leiding over het project niet in handen van de architect gegeven, maar in handen van een generaal buiten dienst. Zo werd het project een soort Speciale Militaire Operatie (avant la lettre)….

    Mijn eerdere blogs hierover nog eens nalezen? Het kan uiteraard… Hier zijn er enkele:

    Zie “Drama bij de Dame” 

    of “Een Dame in Stutten en zeilen”

    of “Herbouw-van-de-Notre-Dame”

  • Villa Majorelle

    Villa Majorelle

    [av_textblock fold_type=” fold_height=” fold_more=’Read more’ fold_less=’Read less’ fold_text_style=” fold_btn_align=” textblock_styling_align=” textblock_styling=” textblock_styling_gap=” textblock_styling_mobile=” size=” av-desktop-font-size=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” font_color=” color=” fold_overlay_color=” fold_text_color=” fold_btn_color=’theme-color’ fold_btn_bg_color=” fold_btn_font_color=” size-btn-text=” av-desktop-font-size-btn-text=” av-medium-font-size-btn-text=” av-small-font-size-btn-text=” av-mini-font-size-btn-text=” fold_timer=” z_index_fold=” id=” custom_class=” template_class=” av_uid=’av-lrurocn9′ sc_version=’1.0′ admin_preview_bg=”]
    Villa Majorelle, een fraai en zeldzaam voorbeeld van een volledig in Art Nouveau stijl opgetrokken vrijstaande villa in Nancy. Gebouwd voor industrieel en kunstenaar Louis Majorelle vanaf 1901 geeft deze een uitstekend beeld van de leefwijze van een welvarend industrieel aan het begin van de 20e eeuw.

    Straatgevel van Villa Majorelle
    Straatgevel van Villa Majorelle

    Ontdekking van Villa Majorelle

    De villa is gelegen in wat aan het begin van de vorige eeuw een nieuwe wijk aan de rand van de stad Nancy was. De vestingwerken waren verdwenen, het strategische belang van Nancy was marginaal en de stad kon fors uitbreiden. Overigens bleek dat strategische belang in de Eerste Wereldoorlog ineens weer heel hoog te zijn, met het front vlakbij de stad. Gelukkig heeft die oorlog geen noemenswaardige schade aan de stad toegebracht.

    Majorelle bemachtigde er een lap grond en gaf aan zijn architect Henri Sauvage opdracht een passend huis te ontwerpen. In die tijd was de moderne stijl natuurlijk de Art Nouveau. Sauvage stond onder invloed van Hector Guimard, o.a. de architect van de Parijse metro-ingangen (zie ook hier) Majorelle kon dat betalen dankzij de porseleinfabriek van zijn vader die hij bij diens dood overnam. Hij was intussen zelf geschoold als meubelmaker, wat de andere tak van het familiebedrijf vormde.

    Henri Sauvage nam de architectuur voor zijn rekening en Louis Majorelle de inrichting. Hij vervaardigde hoogstpersoonlijk alle meubelstukken voor zijn villa. Aldus kwam de Villa tot stand als een typische uiting van die tijd: een Gesamtkunstwerk (totaalkunstwerk). En dat Gesamtkunstwerk staat er in vrijwel al zijn prachtige oorspronkelijke praal nog steeds. Een feest om te ontdekken!

    Eetkamerameublement in Villa Majorelle
    Eetkamerameublement in Villa Majorelle

    Alvorens je binnen mag wordt je geacht om hoesjes over je schoenen, want vrijwel alles is nog authentiek. Zeer bijzonder! Overbodig te zeggen, dames, (en eventuele drag-queens etc): stiletto’s zijn niet toegestaan.

    De eerste salon van de villa

    Nadat je door een fraai portaal met de nodige architecturale zwierigheid bent binnengekomen, kom je in een eerste salon. Je wordt meteen overweldigd door Art Nouveau-“geweld”. Schitterende deuren met sierlijk lijnenspel, samengesteld uit diverse zorgvuldig bij elkaar gezochte houtsoorten. Lampen die zich als lianen aan het gekromde plafond lijken te hebben vastgegrepen en naar beneden hangen. Een prachtig eetkamerameublement, ook weer met fraaie belijning enzovoort.

    Fraaie Art Nouveau deur
    Fraaie Art Nouveau deur
    Als een liaan aan het plafond: een bijzondere hanglamp
    Als een liaan aan het plafond: een bijzondere hanglamp

    Je zou het liefst zo’n stoel pakken en er eens lekker bij gaan zitten om de kamer rustig op je te laten inwerken. Maar helaas, dat is dan ook weer niet toegestaan. Volkomen begrijpelijk natuurlijk. In plaats daarvan moet je blijven staan, en de kamer op je laten inwerken. Daarbij zul je zeker niet vergeten om naar de glas-in-loodpanelen te kijken. Hierin worden watermeloen planten afgebeeld. Maar niet zomaar, nee, dat wordt gedaan door heel veel verschillende kleuren, maar ook verschillende soorten glas, waaronder het voor de Art Nouveau typische gemarmerde glas.

    Bijzonder glas-in-loodpaneel
    Bijzonder glas-in-loodpaneel

    Kortom deze hele salon is enorm overweldigend. Maar het mooiste erin heb ik nog niet vermeld…

    De schouw in de salon.

    In de salon staat een van de meest opvallende elementen van de villa: een fabuleuze vrijstaande haard met schouw. Die is eigenlijk de oorzaak van mijn eigen ontdekking: op een sociaal medium kwam dat plaatje telkens maar voorbij, ik ben verder gaan zoeken en ontdekte de villa…

    De opvallende vrijstaande schouw in de salon
    De opvallende vrijstaande schouw in de salon

    De schouw is ongetwijfeld ook afkomstig uit de fabriek van Majorelle, want opgebouwd uit geglazuurde aardewerken elementen. Het ontwerp is dan echter weer van een 3e kunstenaar: Alexandre Bigot. Deze laatste heeft in Parijs diverse gevels van opvallende keramische elementen voorzien.

    Aan de voorkant van de schouw krullen de plantaardige motieven zich omhoog vanaf de koperen vuurplaats. Elk keramisch element is precies zo gemaakt dat het qua belijning perfect aansluit bij het volgende. Bigot heeft voor elk element dus een afzonderlijke mal moeten maken. Voorwaar een kunstzinnige prestatie!

    Maar in zekere zin kun je de haard zelf ook als een Gesamtkunstwerk beschouwen. De vuurplaats is omrand met een  afscherming in gedreven koper, en de vloer vlak ervoor voorzien van mozïekwerk met een vlampatroon. Het is voor mij een van de allermooiste elementen die ik uit de Art Nouveau ken.

    Vuurmond van de haard, inclusief mozaïekwerk.
    Vuurmond van de haard, inclusief mozaïekwerk.

    Verder in de Villa Majorelle

    Het voert te ver om elke ruimte in de omvangrijke villa in detail te bespreken, maar feit is dat je bij herhaling verrast wordt door prachtige en bijzondere elementen. Sommige moet je echter wel eerst ontdekken. Zoals de bijzondere luchter in de traphal, met een soort dubbele functie: overdag glas-in-loodpaneel, verlicht door het grote venster bij de trap, ‘s avonds aangestraald door sierlijke kroontjes die erboven zijn geplaatst. Vernuftig!

    Andere kun je vrijwel niet voorbij lopen, zoals het zweverige schilderstuk in de tuinkamer. Het is voorzien van schitterende Art Nouveau “godinnen”: dames met lange losse gewaden die dartelen in een tuin met Hortensia’s, maar dan wel Impressionistisch geschilderd.

    En vergeet ook vooral niet de witte kamer te bekijken, en te ervaren! De witte kamer, die ik zo noem omdat een of andere modernistische mafkees (excuseer mij deze krachtterm) deze kamer volledig wit heeft gesausd, inclusief de o zo zorgvuldig samengestelde paneeldeur. Hier ervaar je echt goed, hoe belangrijk het samenspel van houtsoorten, van kleuren, lijnenspel en elementen is. Er wordt overigens al getracht om het oude aspect van de deur terug te brengen, de deur weer kaal te maken.

    Bekendheid van de Villa Majorelle

    De villa is maar mondjesmaat bekend. Wat mij betreft niet terecht, maar vooralsnog wel heel prettig. Daardoor komt er nog weinig bezoek en is de toegangsprijs nog bijna voor-historisch laag.

    Voor mij is het echter een juweel dat een bezoek, ja zelfs de reis er naar toe meer dan waard is. Reden te meer om deze villa op te nemen in mijn net nieuw gelanceerde reis naar Lotharingen. De eerste reisdatum is al volledig volgeboekt, maar als je interesse hebt in deze reis, kijk dan eens hier: en laat het mij vooral weten, ik organiseer graag een volgende!
    [/av_textblock]

  • Place Stanislas

    Place Stanislas

    Midden in Nancy, de voormalige hoofdstad van het hertogdom Lotharingen ligt een beroemd plein: het Place Stanislas.

    Place Stanislas

    Dat plein is vernoemd naar de schoonvader van de toenmalige Franse Koning: Lodewijk XV, Stanislas Leszczynski. Deze Stanislas was koning van Polen, maar was zijn eigen koninkrijk uitgezet. Hij dacht toen bij schoonzoon in Frankrijk te kunnen gaan logeren. Die had niet echt zin om zijn schoonpapa voortdurend om zich heen te hebben en “schonk” hem het Hertogdom Lotharingen. Dat overigens na de nodige politieke inspanningen, want Lotharingen was officieel nog geen deel van Frankrijk!. Zo mocht schoonpapa zich gaan bekommeren om een gebied, 300 km verwijderd van Parijs.

    Maar hij heeft daar bepaald niet stil gezeten, want hij liet dit fantastische plein bouwen, destijds tegen de oude Middeleeuwse stad aan. Het belang als vestingstad van Nancy was nihil, zodat een dergelijk klassiek plein prima hier aangelegd kon worden. Het is een van de fraaiste pleinen, misschien zelfs wel ter wereld geworden. Volledig opgetrokken in Rococo bouwstijl, die in Frankrijk interessant genoeg Lodewijk XV-stijl genoemd wordt.

    Oorspronkelijk was dit het Place Royale, Koninklijk plein, maar na de Franse Revolutie is het naar de opdrachtgever genoemd, Stanislas dus. Inmiddels zou het in de volksmond Place Stan heten…

    Stanislas, sinds de 19e eeuw op dit plein staand
    Stanislas, sinds de 19e eeuw op dit plein staand

    Vorm en opbouw van Place Stanislas

    Het plein is een rechthoek met enigszins afgeknotte hoeken, waar de omliggende straten op aan sluiten. Aan de lange zijde van het plein ligt een lang gerekt gebouw, dat tegenwoordig het hotel de Ville is, het stadhuis van de stad. Aan de beide korte zijdes zijn telkens 2 gebouwen opgetrokken in fraaie grijs-gele natuursteen. Deze gebouwen zijn op de eerste verdieping vrijwel algemeen voorzien van balkons met smeedijzeren hekwerken, waarvan de versieringen grootschalig zijn voorzien van bladgoud.

    Aan de andere lange kant van het plein is een lagere avenue gebouwd die op een grote triomfboog uitkomt. Die triomfboog vormt de feitelijke afsluiting van het plein. Desalniettemin loopt het bouwkundige ensemble nog verder door, want aan de andere kant van triomfboog is een tuin aangelegd, met daaraan grenzend een reeks appartementengebouwen. Deze zijn echter wel beduidend soberder van bouwstijl dan de gebouwen die het plein omzomen.

    Avenue en Triomfboog, die het plein afsluiten
    Avenue en Triomfboog, die het plein afsluiten

    Het plein is ontworpen door architect Emmanuel Héré, een internationaal verder onbekende man, hoewel hij in Lotharingen en voor Stanislas veel meer heeft gebouwd.

    Rococo

    Hoewel de Rococo, c.q. de Lodewijk XV-stijl meer een interieurstijl is, is deze op dit plein toch ook opvallend aanwezig. Niet zozeer aan de gebouwen, want daar zie je de stijl pas terug aan de gevelornamenten. De gevels zelf zijn wat sober aangekleed, zoals in de rococo gebruikelijk was.

    Maar wel en vooral is de stijl zichtbaar in en aan de poorten die vanaf de omliggende straten toegang verschaffen tot het plein. Deze poorten zijn overdadig versierd, met allerlei schelp-achtige motieven zoals dat in de rococo gebruikelijk is. Het schelp-motief is zelfs de eigenlijke naamgever van de stijl: Rocaille = schelp. 

    Die Rococo motieven zijn duidelijk herkenbaar vanwege de subtiele asymmetrische vormgeving, die je pas bemerkt als je er goed naar kijkt. Asymmetrische motieven zijn uiterst lastig. Onze hersenen associëren assymmetrie met lelijk, onevenwichtig. Dat is natuurlijk volstrekt ongewenst in een bouwkundige schepping, zeker als deze de overweldigende uitstraling moet hebben als op dit Place Stanislas. Bij de Rococo is het echter geweldig gelukt.

    Dat is ook schitterend te zien aan de lantaarns en ander straatmeubilair op het plein. Dat daaraan veelvuldig kronen en Franse lelie-emblemen zijn toegepast spreekt voor zich. Stanislas moest natuurlijk wel zijn schoonzoon in ere houden. Hij was er nogal afhankelijk van geworden.

    Gouden poorten aan het Place Stanislas

    Het uitbundige verguldsel aan de poorten, waarmee het plein formeel is afgesloten, hebben de stad Nancy de bijnaam stad met de gouden poorten opgeleverd. Het zijn meesterwerken van 18e eeuwse smeedkunst. Elke op het plein uitkomende straat is voorzien van zo’n poort, in totaal 6 stuks.

    De poorten aan de zijde tegenover het stadhuis zijn bovendien voorzien van fonteinen, geheel in de stijl en sfeer van het kasteel van Versailles. Het interessante van deze fonteinen is dat het lijkt alsof deze op een massieve rots zijn gemaakt, maar als je beter gaat kijken, zie je dat de basementen uit verschillende blokken zijn opgebouwd. Je wordt dus eigenlijk op het verkeerde been gezet. Een soort Trompe l’oeil-effect (gezichtsbedrog) een ander aspect dat je in de Rococo-architectuur vaak terug ziet. Zie ook mijn blog over het stadhuis van Nancy, gelegen aan dit plein.

    Al met al is dit plein intussen het echte hart van Nancy gaan vormen. Het is een verrukkelijk plein, waar je bij lekker weer heerlijk kunt genieten van het (Oost-)Franse leven. De laatste keer dat ik er zelf was, was dat even minder: het goot! Maar dat bood dan weer gelegenheid om het stadhuis aan de binnenkant te bekijken. En dat heeft een andere ontdekking opgeleverd.. Lees het binnenkort!

    En voor wie dit plein samen met mij wil beleven, kijk ook eens naar mijn nieuwe reisaanbod: Lotharingen

  • Kapitelen in Vézelay

    Kapitelen in Vézelay

    Al eerder schreef ik over de beroemde abdijkerk van Vézelay en beloofde ik over de kapitelen te vertellen. Een recent gegeven lezing over deze Ste. Madeleine (Magdalena), maakt dat ik mijn belofte nu graag inlos. Het eerdere blog lees je hier.

    Van veraf, magistraal gelegen op een heuveltop
    Van veraf, magistraal gelegen op een heuveltop

    De kerk van Vézelay

    Deze kerk is fenomenaal gelegen bovenop een heuvel midden in de Morvan. Deze streek in Bourgondië is van oudsher een kruispunt van wegen inclusief pelgrimswegen. Zo werd ook deze kerk in de 11e eeuw een belangrijk pelgrimsoord en al van veraf riepen pelgrims als zij de kerk op de heuvel voor het eerst ontwaarden: Montjoie! Iets dat je volgens mij als Berg van Vreugde zou moeten vertalen…

    Persoonlijk ervaar ik een vergelijkbaar gevoel, nog steeds als ik de kerk in de verte zie liggen, hoewel het naderen tegenwoordig met de auto aanzienlijk sneller gaat dan in de middeleeuwen te voet…

    Kapitelen

    De kerk bestaat uit een prachtig Romaans deel en een wat later gemoderniseerd Gotisch deel. Het Gotische deel is fraai, maar hier zeker niet het meest interessante. Dat zijn ongetwijfeld de kapitelen in het Romaanse deel.

    Romaanse muuropstand in het schip
    Romaanse muuropstand in het schip

    Kapitelen, die de bekroning van kolommen vormen en de overgang markeren van kolom of zuil naar dragende constructie, balk of boog. Men kent ze wel van de Dorische, Ionische en Korinthische varianten van de Griekse tempels.

    In de Romaanse stijl van Bourgondië gingen die kapitelen een heel eigen leven leiden, en werden uiterst belangrijk om de gelovigen te onderwijzen. Immers, de meeste mensen in de middeleeuwen konden niet lezen of schrijven, inclusief de adel. Het was zeer uitzonderlijk dat iemand zelfs zijn eigen naam kon schrijven. Het lezen van de Bijbel was dan ook onmogelijk. De verhalen uit dit voor de middeleeuwen allerbelangrijkste boek werden dan ook veelvuldig op bouwkundige onderdelen afgebeeld. Bekend zijn de timpanen, vullingen boven de deuren van de kerken. Maar in Bourgondië kregen kapitelen dus een eigen rol in het vertellen van deze Bijbelse verhalen.

    De beroemde kapitelen in Vézelay

    De serie kapitelen in Vézelay is enorm van omvang. Er zijn tientallen kapitelen te vinden in de kerk, en nog in uitstekende staat. Dit is wat de kerk zo beroemd heeft gemaakt, en ongetwijfeld van groot belang is geweest bij de toekenning van de status van Werelderfgoed van de UNESCO. Zij vormen een weergaloze serie van Middeleeuwse ambachten en gebeurtenissen, maar vooral ook van Bijbelse verhalen, en morele lessen.

    De opeenvolging van kolommen, elke kolom voorzien van 4 kapitelen!
    De opeenvolging van kolommen, elke kolom voorzien van 4 kapitelen!

    Want dat is het bijzondere van deze kapitelen: je kunt ze op verschillende manieren lezen. De oppervlakkige toeschouwer ziet Middeleeuwse taferelen van een knokpartij tussen ridders, een man die ter dood veroordeeld is en is opgehangen, of een molenaar die het graan tot meel maalt. Maar ga je de kapitelen beter beschouwen en ben je een beetje bekend met verhalen uit de bijbel, dan lees je ineens veel meer.

    Dan is het gevecht tussen de ridders de legendarische strijd tussen David en Goliath. Wordt het kapitaal met de opgehangene ineens het verhaal van de zelfmoord van Judas na zijn verraad van Jezus. En de molen? Tja, dat is helemaal een bijzonder verhaal.

    De mystieke molen…

    Het tafereel van de mystieke molen, waarschijnlijk het allerberoemdste kapiteel van Vézelay, heeft een enorme gelaagdheid. Ogenschijnlijk zijn er 2 mannen bezig om met een handmolen graan tot meel voor het brood te malen. Op het eerste gezicht gewoon een Middeleeuws ambacht dat op dit kapiteel is afgebeeld. Tot je goed kijkt naar het wiel van de molen.

    De Mystieke molen, ambacht è bijbelverhaal!
    De Mystieke molen, ambacht è bijbelverhaal!

    Uiteraard rond, en om te kunnen bedienen vanaf de as voorzien van een kruis. Maar dit wiel doet ook sterk denken aan wat op schilderingen en beelden achter de hoofden van heiligen staat afgebeeld: een aureool. En als dat aureool is voorzien van een kruis is het een symbool voor Jezus!

    Molenwiel én Christussymbool
    Molenwiel én Christussymbool

    De molen is hier Jezus Christus, die door zijn lijden en zijn dood aan het Kruis het Oude Testament heeft beëindigd en het Nieuwe Testament heeft laten beginnen. Het Oude Testament als het ongemalen groffe graan en het Nieuwe Testament als het meel, waarvan dan niet toevallig het brood gebakken wordt dat symbool staat in de Christelijke leer voor het lichaam van Christus.

    En de molen als het instrument waardoor het graan gekraakt wordt? Dat hoeft dan toch geen toelichting meer?

    Het kapiteel krijgt een enorm veel diepere lading en betekenis.

    De ophanging

    Ook dat is een bijzonder kapiteel in deze kerk in Vézelay. Het is wat minder goed zichtbaar en het is ook niet zo beroemd als de Mystieke molen. Maar het vormt toch ook een weergaloos voorbeeld van de zeggingskracht van de Middeleeuwse Romaanse kunst. Tegelijk wordt er op dit kapiteel niet een enkele scene afgebeeld maar enkele bij elkaar. Links op het kapiteel zien we een man hangen aan de krul van het kapiteel. Hij is inmiddels overleden: zijn nek is gebroken en zijn tong hangt volledig uit zijn mond.

    Links de gehangene, rechts wordt hij weggedragen.
    Links de gehangene, rechts wordt hij weggedragen.

    Rechts op het kapiteel zien we dat Judas, die zichzelf uit spijt heeft opgehangen, door een man wordt weg gedragen. Met het gezicht van deze man is iets bijzonders aan de hand. Kijk je frontaal naar zijn gezicht, dan zie je een scheef, asymmetrisch gezicht. Van de linkerkant bekeken, zie je een man die met een zekere moeite iemand draagt en is er geen sprake van verwrongenheid.

    Man met 2 gezichten
    Man met 2 gezichten

    Kijk je dan weer van rechts, dat is vanwege de positie in de kerk wat lastiger, dan zie je dat de goede man zich kapot sjouwt: niet alleen draagt hij dat lichaam, maar ook moet hij de enorme last van de zonde van dat verraad van Judas torsen. Die mentale zonde is oneindig veel zwaarder te dragen dan enkel dat lichaam van Jezus’ verrader! Misschien zelfs nog verzwaard met de doodzonde van zelfmoord!

    Zo beeldt ook dit kapiteel veel meer uit, dan je op het eerste gezicht ziet.

    Ontdekking van de kapitelen van Vézelay

    Er is een complete wereld te ontdekken in deze enorme verzameling kapitelen. Het is domweg onmogelijk om deze allemaal apart te bekijken tijdens een regulier bezoek aan de kerk. Ik beperk mij er meestal toe om er een stuk of 2 intensief te bestuderen. In alle eerlijkheid: een toelichting door een plaatselijke gids of uit een uitgebreide beschrijving is dan voor mij ook onontbeerlijk. Zo goed ben ik niet bekend met de Bijbel dat ik in elk kapiteel meteen de Bijbelse betekenis kan ontcijferen. Maar de intensiteit en de diepgang van de verhalen op deze feitelijk simpele bouwkundige onderdelen maakt dat ik iedere keer de kerk weer geïnspireerd verlaat….

     

  • Het aquaduct van Metz

    Het aquaduct van Metz

    Het onbekende aquaduct van Metz amper 5 kilometer van de snelweg waar ik al jaren overheen rijd naar mijn Franse optrekje. Maar zoals zo vaak, wat je niet weet, mis je niet. Tot je eens wat verder kijkt en zoekt, en ineens, hé, dat is interessant!

    Het aquaduct dat in Romeinse tijden de stad Metz, toen Dividorum Mediomatricorum geheten, van water voorzag. Zomaar ineens doemt het op en ligt daar volkomen verloren en verstild in het landschap…een eenzame bogenrij in het landschap

    Water: essentieel voor de Romeinen

    Water was essentieel voor de Romeinen en de Romeinse samenleving. Denk alleen eens aan de badhuizen die in elke zichzelf respecterende stad aanwezig waren. Maar ook als algemene voorziening voor de bevolking. Een van de eerste zaken die de Romeinen bij de stichting van een nieuwe stad deden, was op zoek gaan naar fatsoenlijk drinkwater in de omgeving.

    Let wel, dat was bronwater! Rivierwater was voor de Romeinen ondrinkbaar. Enerzijds omdat dat niet zuiver genoeg was, immers een beetje rivier werd ook voor de scheepvaart en als riool gebruikt, dan ga je daar niet uit drinken! Hoe anders dan pakweg 1000 jaar later in de Middeleeuwen. Maar anderzijds omdat de Romeinen een uitgesproken voorkeur hadden voor kalkhoudend water. Dus gingen ze op zoek naar een bron, die hoger dan de stad was gelegen. Dat ze daarvoor soms meer dan 100 km waterleiding, aquaduct, moesten aanleggen, tja dat was dan maar zo…

    Het aquaduct van Metz: verloren in het landschap

    Veel van die aquaducten zijn na de val van het Romeinse rijk in onbruik geraakt en als verstilde monumenten in het landschap achtergebleven. Vaak werden ze als steengroeve voor prachtig bouwmateriaal gebruikt. Het verlaten aquaduct van Metz staat aldus plompverloren langs een provinciale weg, langs een spoorlijn, langs de Moezel.

    een enkele kolom, langs de weg en spoorlijn.
    een enkele kolom, langs de weg en spoorlijn.

    Destijds een vitaal onderdeel van de toenmalige stedelijke infrastructuur, is het thans letterlijk en figuurlijk voorbij gestreefd door modernere infrastructuur. Wil je het bekijken? Op een onbeduidend parkeerstrookje langs die weg parkeer je de auto. Het strookje is amper groot genoeg om fatsoenlijk te kunnen stoppen.

    Uiteindelijk staat er ook niet meer zo heel veel van overeind, zoals zo vaak, zie b.v. ook dit blog, ook voor een meer algemeen verhaal. Langs de weg staat er ineens een kolossale kolom.  Als je goed kijkt zie je aan de bovenkant nog de aanzet van een boog aan beide kanten.

    Tweezijdige boogaanzet op een pijler
    Tweezijdige boogaanzet op een pijler

    Een eindje verderop is nog een bogenrij intact. In totaal staan er echter nog maar 7 bogen overeind, van wat er in totaal tientallen of misschien wel honderden geweest moeten zijn.

    Zwaar gerestaureerd

    Wat mij meteen opviel toen ik er naar toe liep was de superstrakke staat van het metselwerk. Alsof het gisteren zo gemaakt is, in plaats van zo’n 2000 jaar geleden. Onnatuurlijk strak. Nu ben ik een liefhebber van een goede restauratie, maar in dit geval is men doorgeschoten. Wat er nog over is van het aquaduct is zeer zwaar gerestaureerd. Grote delen muurwerk zijn daarbij gereconstrueerd.

    veelvuldig nieuw gehakte en aangevulde stenen
    veelvuldig nieuw gehakte en aangevulde stenen

    Dat kun je op het tweede gezicht prima zien aan de slijtage van de gevelsteen. In het midden van de kolommen en de bogen zie je verweerde afgesleten stenen in het typische Romeinse Opus Quadratum, vierkant werk. Langs de randen zie je ineens strakke, niet verweerde stenen. Oftewel: Romeinse steen en moderne steen. Afdekkingen van lijsten en aanzetten van afgebroken of ingestorte bogen zijn met strak nieuw lood afgedekt, om inwatering in de steen te voorkomen.

    zoals het er tot enkele jaren geleden bij stond...
    zoals het er tot enkele jaren geleden bij stond…

    Allemaal volstrekt begrijpelijk, maar te mooi, te strak, te nieuw. De charme van de oude constructie is volledig ondergesneeuwd in restauratief geweld. Persoonlijk vind ik dat jammer, hoewel ik de technische noodzaak ervan begrijp. Maar het had ook wat verouderd of minder strak uitgevoerd kunnen worden…

    Curieuze uitvoering van het aquaduct van Metz

    Aan het eind van de bogenrij van dit aquaduct van Metz verdwijnt de waterleiding in de heuvel, die niks anders is dan de oever van de Moezel.

    Waar de waterleiding uit de berg komt en zich splitst in 2 kanalen.
    Waar de waterleiding uit de berg komt en zich splitst in 2 kanalen.

    Het aquaduct was hier dus gewoon een waterbrug over de rivier. Bij de uitgang van de tunnel is een bekken gebouwd, vermoedelijk oorspronkelijk overdekt. Dit was een tussentijds bezinkstation. Eventueel vuil, of slib, of zand kon hier in het diepere bassins zinken en het aldus natuurlijk gezuiverde water kon verder stromen richting Dividorum.

    Het valt op dat aan het eind van dit bassin ineens 2 kanalen zijn aangelegd, die over het aquaduct verder liepen. Dat is uniek, een aquaduct met 2 gescheiden waterlopen. Waarom? Geen idee, en ook de infoborden bleven het antwoord schuldig. Er moet een goede reden voor geweest zijn voor de Romeinen, want vanwege het dubbele kanaal moest alleen de bogenrij al aanzienlijk breder dan gebruikelijk worden gebouwd. Het extra bouwmateriaal wat daarvoor benodigd is geweest vormt een aanzienlijke hoeveelheid.

    Voor de grap: ± 1 m extra breedte. Maal tientallen kolommen van, laten we zeggen 10 m hoog. Daarmee heb je het over honderden kubieke meters bouwmateriaal. Dus voor zo’n hoeveelheid extra kosten, extra  bouwtijd, enzovoort. Dat kan niet zomaar gedaan zijn!

    Bekendheid?

    Ik was er op een prachtige dag, oké, doordeweeks in September, niet direct het toeristenseizoen. Maar in het uurtje dat ik er was heb ik niet 1 andere bezoeker gezien. Niet 1 auto die ook maar gestopt is op hetzelfde parkeerstrookje als waar ik stond, al was het maar om een toeristisch plaatje te schieten. Niemand.

    Het paadje dat omhoog liep mag nauwelijks zo genoemd worden, het was meer een geitenpaadje door het gras, overgroeid, in plaats van plat getreden. Ongelooflijk, dat zo’n Romeins fragment vrijwel onbekend is, uiteindelijk ook bij mezelf, als ik niet de moeite had genomen om op onderzoek uit te gaan. Misschien dat mijn verhaal tot iets meer bekendheid leidt…. Het aquaduct van Metz is het zeker waard!

    wat er nog over is van een ooit bijna eindeloze bogenrij
    wat er nog over is van een ooit bijna eindeloze bogenrij
  • De kap van de Notre Dame

    De kap van de Notre Dame

    Het laatste nieuws over de kap van de Notre Dame in Parijs…

    Afgelopen weekend was ik er weer. Ik was gevraagd om een rondleiding te verzorgen om de kathedraal en een toelichting te geven op de restauratie. Met veel plezier heb ik dat gedaan.

    Vooraf maakte ik een klein “spiek’-rondje om de actuele stand van zaken te bekijken, en kon met eigen ogen vaststellen, dat men volop bezig is met de montage van de nieuwe kap. Ik had dat in de media al gelezen, maar het is fascinerend om het met eigen ogen zelf vast te stellen.

    Nieuwe balken, oude eiken

    De nieuwe kap wordt gemonteerd, uiteraard in Frans eiken
    De nieuwe kap wordt gemonteerd, uiteraard in Frans eiken

    Het zal bekend zijn, het wordt een geheel nieuwe kap, volledig identiek aan de oude kap. Naar het schijnt is de oude kap, betrekkelijk kort voor de brand geheel digitaal ingemeten. Daar was genoeg geld voor, helaas ontbrak dat voor een volwaardige brandwacht of correcte handhaving op de brandveiligheid.

    Net als de oude kap wordt deze reconstructie samengesteld uit eikenhout. Dat moet natuurlijk uit Frankrijk komen en daarvoor is dan ook in heel Frankrijk gezocht naar voldoende bomen. In totaal zouden er 1000 bomen nodig zijn voor de kap, en nog eens 1000 voor de spits. Een gigantisch aantal, als je na gaat dat dat veelal bomen zijn van minstens 150 tot 200 jaar oud, om de juiste dikte te hebben. Zie ook dit blog: herbouw van de Notre Dame

    Moet je nagaan: dat zijn dus bomen die in de Napoleontische tijd, of soms zelfs nog daarvoor zijn geplant, wie weet op bevel van Lodewijk XVI of Marie-Antoinette (als die zich met dergelijke banaliteiten bezig zouden hebben gehouden…) En voor de spits heeft men zelfs gigantische eiken nodig, van 40 m lang. Dergelijke lengte bereiken bomen pas na ca 250 jaar. Oftewel, ontkiemd omstreeks 1770!

    Stand van zaken van de nieuwe kap

    Het blijkt dat men zo ongeveer overal tegelijk met de montage van de kap bezig is. Zowel op het schip, als op de dwarsbeuk en op het koor van de kathedraal is men bezig. Tja, als er 845 miljoen euro beschikbaar is, dan kun je een werkploeg extra invliegen. Dat is dan ook bijna letterlijk gedaan, want het enorme ketencomplex dat in de tuin achter de kathedraal staat blijkt een soort hotel te zijn, waar de bouwlieden overnachten. Immers veel van die mannen, en gelukkig ook vrouwen tegenwoordig zijn uit heel Frankrijk afkomstig.

    2 enorme ketencomplexen achter in de tuin bij de kathedraal.
    2 enorme ketencomplexen achter in de tuin bij de kathedraal.

    Vreemde constatering aan de kap van de Notre Dame

    Dankzij de idiote telelens op mijn digitale camera kan ik details van heel ver af behoorlijk goed in beeld krijgen. Aan de noordkant van het transept (dat is de andere kant dan de Seine) viel het mij op dat er geen houten pen- en gat-verbindingen waren te zien, maar dat de kap met bouten was samengesteld. Dat is beslist geen Middeleeuwse constructiewijze, bouten bestonden toen nog niet.

    Geen pen- en gatverbindingen, maar bouten??
    Geen pen- en gatverbindingen, maar bouten??

    Zou dat dan een reconstructie zijn van een herstelling uit de 19e eeuw? Dan zou het dus een letterlijke reconstructie zijn, van wat vermoedelijk een reparatie is geweest door Viollet-le-Duc. Dat is een wel heel zuivere reconstructie van de oude kap. Het zou persoonlijk niet mijn keuze geweest zijn. Anderzijds geeft men hiermee nog wel inzicht in de restauratiewijze van de 19e eeuw. Maar ja, lag die al niet vast in het digitale model? En wie gaat dit hier ooit zien? Ik verwacht niet dat de kap toegankelijk wordt voor het publiek, maar mocht dat zo zijn, dan sta ik vooraan!

    Breaking news!

    Bovenop de viering is intussen een enorm, nieuw steigerwerk opgericht. Met het blote oog kon ik de steigervloeren op hoogte waarnemen. Maar toen ik mijn foto’s bij thuiskomst bestudeerde, en op een groot scherm kon uitvergroten, ontdekte ik iets dat met het blote oog niet waarneembaar was geweest: een balk! Ja, en? zal de lezer zich misschien afvragen? Wel, dat is de eerste balk van de nieuwe spits. Hij wordt gemonteerd!

    Lastig waarneembaar, maar toch zichtbaar: de koningsstijl van de nieuwe spits!
    Lastig waarneembaar, maar zichtbaar: de koningsstijl van de nieuwe spits (let op het geel-bruine object !)

    Is het de koningsstijl? De stijl die de eigenlijke drager is van de hele spits? Deze koningsstijl vormt normaliter de centrale balk, waar alle andere aan gekoppeld zitten. Of het hem werkelijk is, is niet met zekerheid vanaf mijn foto’s te herleiden, daarvoor is het steigerwerk te dicht opgetrokken. Je kunt onmogelijk de positie van deze ene balk vaststellen t.o.v. de plattegrond van de kathedraal.

    Maar het moet hem eigenlijk wel zijn, anders kan de spits niet opgebouwd worden. Aan en om deze balk wordt de rest van de constructie bevestigd, vaak dusdanig dat eenmaal vast, er geen enkele beweging meer in is te krijgen of een onderdeel nog gedemonteerd kan worden. Dat is op zo’n hoogte natuurlijk noodzakelijk voor de stabiliteit. De steiger staat echter nog beslist niet op de volle hoogte, en ik concludeer dan ook dat het pas het eerste stuk van de koningsstijl is. Ik tel op mijn foto’s ca 8 steigerslagen, waarmee de hoogte van de steiger tot dit moment slechts ± 18 m boven de nok van het dak zit, terwijl de spits ruim 60 m hoog was.

    Rondom het bouwterrein

    De schutting rond het bouwterrein is al een tijdje voorzien van allerlei toelichtingen op de restauratie. Dat zijn veelal foto’s van hoe men te werk gaat, zoals bij het opruimen van de puinhoop. Ook daarover heb ik eerder al eens verteld. Voor mij als architect waren dan de tekeningen van de torenspits erg interessant. Feitelijk gekopieerd van de tekeningen die Viollet-le-Duc in de 19e eeuw, zo omstreeks 1860 maakte voor de bouw van de spits. De spits die eigenlijk puur zijn eigen ontwerp was, de oorspronkelijke was al lang verdwenen. En dat ontwerp wordt nu 1 op 1 gevolgd. Interessant dat dat ruim 160 jaar later nog steeds mogelijk is!

    De opbouw van de spits aan de onderzijde
    De opbouw van de spits aan de onderzijde

    © Philippe Villeneuve c.s. A.C.M.H