Warning: Undefined array key "tdvITu" in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/taxonomy.php on line 1

Notice: Function _load_textdomain_just_in_time was called incorrectly. Translation loading for the wysija-newsletters domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/functions.php on line 6122
Art Nouveau - Robert Guinee | architectuur gids

Tag: Art Nouveau

  • Art Nouveau ontdekking

    Art Nouveau ontdekking

    Een onverwachte Art Nouveau ontdekking, op reis naar Parijs met gasten. Met uiteraard hun doelen voor ogen, datgene wat zij graag willen bezoeken. Dat is nu eenmaal het principe van mijn reizen: ik maak uw reis. Dat doe ik met volle overtuiging, maar voor mezelf is er dan niet altijd, vaak niet, nog iets nieuws te ontdekken. Extra leuk als dat dan onverwacht toch lukt. Zoals vorige week. Met een fraaie bijzondere nieuwe ontdekking op het gebied van de Art Nouveau, de stijl die ik steeds meer begin te bewonderen.

    Dwalend op het kerkhof

    Één van de wensen van mijn gasten was een bezoek aan de begraafplaats Père Lachaise (zie ook hier). Men wilde dat graag zien. Hoewel je grafmonumenten in zekere zin ook als een tak van de architectuur kunt zien, was dit voor mij de eerste keer dat ik de begraafplaats bezocht met gasten. Zij wilden de graven van enkele beroemdheden zien, zoals Jim Morrison, Oscar Wilde en natuurlijk Edith Piaf.

    sfeervolle en pittoreske laantjes op de begraafplaats

    Met een aangenaam zonnetje kuierden we in alle rust over de sfeervolle en rustieke laantjes, daarbij zelfs nog het graf van de Middeleeuwse geleerde Abélard en zijn geliefde Heloïse passerend. Nou ja, Middeleeuws… Het is daar geplaatst om de begraafplaats in de 19e eeuw wat populairder te maken. Men wilde letterlijk niet dood gevonden worden in deze armenbuurt van Parijs. Mede door dat graf, werd de begraafplaats ineens populair en wilde men er wel begraven worden.

    We vonden onze beroemdheden, niet altijd eenvoudig tussen de tienduizenden graven, en kuierden vervolgens op ons gemakje weer naar de uitgang. Parallel aan de hoofdlaan deed ik daar mijn Art Nouveau ontdekking: een grafmonument met de zwierige vormgeving van de Art Nouveau. Het leek heel sterk op de Metro-ingangen van Parijs. Zie bijvoorbeeld dit blog. En verroest, dat bleek te kloppen, want het was van de hand van dezelfde architect: Hector Guimard. Nooit gezien in welk boek dan ook, is dit een onbekend werk van hem?

    Zwierige Art Nouveau lijnen
    Zwierige Art Nouveau lijnen

    Daar lijkt het op, hoewel de Franse Wikipedia er wel degelijk melding van maakt. Het is een bescheiden tombe van de familie Caillat met de kenmerkende details van Guimards stijl. Vloeiende organische vormen, gietijzeren details en ornamenten, die samen lijken te smelten met het gepolijste graniet. Het is absoluut een tombe die sterk afwijkt van alle andere op dit kerkhof.

    Opbouw van de tombe

    De tombe is opgebouwd uit 4 grote blokken graniet. De typische belijning en ornamenten van Guimard lopen vloeiend over van het ene blok op het andere. Waarschijnlijk had Guimard het graf liever als 1 blok natuursteen gezien, maar was dat vanwege het gewicht niet haalbaar. Zoals ook in zijn wereldberoemde metro-ingangen lijken er plant-achtige structuren in elkaar gegroeid te zijn. In dit geval wel veel soberder, maar nog steeds herkenbaar als zijn stijl.

    Bijzondere opbouw van het graf
    Bijzondere opbouw van het graf

    Fraaie metalen elementen sieren het graf, zoals een kruis, dat ook van plantenstengels in elkaar geweven lijkt. De stengels lopen aan de onderzijde over het graniet uit, en lijken zich zo eraan vast te grijpen, zoals een echte plant zich aan de rotsbodem vast grijpt. De ornamenten die in het graniet zijn uitgehouwen sluiten er bovendien prachtig op aan. Zij vormen er als het ware een symbiose mee. Bijzonder!

    Aan de voorkant van het graf zitten 2 elementen die op handgrepen lijken. Puur voor de sier, dat graniet is letterlijk niet te tillen. Ook deze elementen zijn weer sterk organisch vorm gegeven.

    Belettering

    Datzelfde geldt ook voor de belettering: sierlijk en organisch. Guimard heeft hiervoor het lettertype gebruikt dat hij ook voor de metro-ingangen is gaan gebruiken. Ik weet het niet met zekerheid, maar het lijkt er sterk op dat hij ook de ontwerper van het lettertype is geweest. Daarmee zou dit graf best eens een van de eerste toepassingen van dit lettertype kunnen zijn, want het graf dateert uit 1899, de metro’s uit 1900!

    sfeervolle en pittoreske laantjes op de begraafplaats

    Typische Guimard's lettertype
    Typische Guimard’s lettertype

    Interessant is om te ontdekken dat niet alleen aan de voorkant van het graf letters zijn opgenomen, maar ook aan de achterkant. Daar is nota bene nog in 2017 een toevoeging aan gedaan! Van een persoon die in 1929 is geboren, terwijl de laatste bijzetting in 1934 plaats vond. Dat is dan weer een van die typische raadselachtige zaken waar de begraafplaats van Pere Lachaise vol mee ligt. Het maakt me nieuwsgierig naar dat verhaal. Maar dat is geen architectuur, dus hiervoor geen ruimte in dit blog.

    Nog een bijzetting in 2017 ?
    Nog een bijzetting in 2017 ?

    En verder?

    En verder heb ik tijdens die reis nog een ander bijzonder pand ontdekt in Art Nouveau stijl, maar dan wel een totaal andere dan die van Guimard. De architect van dit pand was Jules Lavirotte, een mij verder (nog?) onbekende architect. Het pand is gelegen aan een van de Avenues vlakbij de Eiffeltoren, de Avenue Rapp. Maar daarover vertel ik meer in een van mijn aanstaande blogs.

    Nieuwsgierig geworden? Voor 9-12 september staat een nieuwe reis gepland, er is nog ruimte om deze mee te maken. Het lijkt mij ontzettend leuk om samen met jou, geachte lezer dit en andere zaken in Parijs te ontdekken en beleven.

     

  • Het Cauchiehuis

    Het Cauchiehuis

    Een streng gevelaanzicht, maar wel degelijk Art Nouveau!
    Een streng gevelaanzicht, maar wel degelijk Art Nouveau!

    Soms kom je al zwervende ineens een onbekende parel tegen. Dat gebeurde mij een paar jaar geleden in Brussel, met het Cauchiehuis. Velen kennen in Brussel de werken van Victor Horta, en misschien van andere Art Nouveau architecten. Zie b.v. ook dit blog. Dit huis dat schilder en decorateur Paul Cauchie samen met zijn vrouw bouwde is echter tamelijk onbekend gebleven.

    Onbekend, maar zeker niet onbemind, zodra je het leert kennen. Het is misschien wel de meest eigenzinnige uiting van de Art Nouveau in Brussel. Hier geen sierlijke lijnen, geen zweepslagmotieven of allerlei kronkelende bloemmotieven. Integendeel. De decoratie van dit huis is eerder strak. Daardoor is het een unieke schepping uit deze bijzondere stijlperiode.

    Paul Cauchie

    Paul trouwt in 1905 met Lina Voet en koopt een perceel in de nieuwe (deel-)gemeente Etterbeek. Met uitzicht op het nog vrij nieuwe Jubelpark. Letterlijk op een steenworp afstand ervan. Op het perceel bouwen zij een huis voor zichzelf en het nog te stichten gezin. Paul heeft maar een paar jaar een bouwkundige opleiding gevolgd in Antwerpen, en heeft zich later gespecialiseerd in diverse decoratieve kunsten in Brussel. Toch weet hij op zijn perceel een bijzonder huis te realiseren. Niet alleen bijzonder gedecoreerd, maar zeker ook bijzonder qua ruimtelijke structuur en gevelopbouw.

    door ons voor ons:Paul en Lena bouwden hun eigen huis
    door ons voor ons: Paul en Lena bouwden hun eigen huis

    Hij heeft nog enkele andere huizen gebouwd, maar hij is vooral bekend geworden als impressionistisch schilder. Als zodanig heeft hij een groot oeuvre achtergelaten. Maar, schilderkunst is niet geheel (beter: in het geheel niet) mijn specialiteit om over te vertellen. Ik geniet er graag van, maar ken de finesses er niet. Daar zijn vast en zeker goede blogs over te vinden, elders op het internet.

    Naast zijn schilderkunst is Paul vooral bekend geworden om zijn Sgraffiti. Hier was hij zeer begaafd in. Hij maakte er uitgebreid reclame voor op de gevel van zijn huis. Niet alleen met de grandioze afbeelding boven op de gevel, maar ook in de vlakken naast de entree waarop hij zijn werkzaamheden aanprijst. Sgraffiti heeft trouwens niets te maken met Graffiti, behalve dat het om versieringen op de gevel gaat. Het is een vrij oude decoratieve krastechniek.  Tijdens de Renaissance in Italië is deze op veel gebouwen toegepast. In het midden van de 19e eeuw werd de techniek opnieuw ontdekt en geïntroduceerd in de bouwkunst.

    De techniek van Sgraffiti

    Voor een Sgraffito worden 2 lagen kalkmortel over elkaar heen aangebracht. Aan 1 laag is een kleurstof (vaak zwart of rood) toegevoegd. In de natte mortel wordt met een prikpen op een sjabloon een afbeelding geprikt. De puntjes worden met een scherpe stalen pen met elkaar verbonden tot lijnen. Deze worden zo diep uitgekrast, dat de onderliggende laag met de afwijkende kleur zichtbaar wordt. Zo tekent zich een afbeelding af in de natte kalk. Die afbeelding is vooraf op ware grootte uitgewerkt volgens de wensen van de opdrachtgever, of de gedachten van de kunstenaar, bij een vrije opdracht.

    gele kalk op kalk met zwartsel.
    gele kalk op kalk met zwartsel.

    Nadat de lijnen zijn ingekrast worden de afzonderlijke vlakken ingekleurd in de natte mortel. Daardoor bindt de verf zich aan de kalkmortel en wordt de kleurechtheid van de afbeelding veel stabieler. Het is dezelfde techniek als voor fresco’s. Een grote afbeelding vraagt daardoor veel tijd om te maken, omdat de kunstenaar telkens een nieuw vlak op moet zetten groot genoeg voor een dagproductie. Dat vraagt een zorgvuldige planning en voorbereiding. En natuurlijk vooraf een volledig uitgewerkt ontwerp. Paul Cauchie beheerste deze techniek tot in de puntjes, hij was er een ware meester in.

    Er worden de laatste jaren steeds meer sgraffiti van zijn hand gevonden in België. En dan ook door heel België verspreid. Soms gaat dat om zeer grote kunstwerken, zoals in Gent aan het Museum voor schone kunst. En natuurlijk aan veel, heel veel huizen. Gelukkig ontstaat er ook steeds meer waardering voor deze bijzondere techniek. Er worden dan ook steeds meer sgraffiti gerestaureerd.

    Sgraffiti aan en in het Cauchiehuis

    Het huis van Paul en Lena Cauchie moet je eigenlijk zien als een reusachtig visitekaartje. Hier toont Paul zijn talent aan de potentiële klanten. Dat gebeurt sowieso al door het grote en opvallende sgraffito op de voorgevel. Hier zijn de 7 kunsten en 1 onverklaarbare afgebeeld, waarbij typische Art Nouveau dames, met losse gewaden en loshangend haar de attributen van deze kunsten dragen. Er is een dame met een koepelkerk op haar handen te zien: architectuur. Of een met een gouden palet: schilderkunst. Een andere dame lijkt een Oscarbeeldje vast te hebben (dat bestond toen overigens nog niet): beeldhouwkunst. Prachtig sgraffito kunstwerk, wellicht zelfs een van de grootste uit de Art Nouveau periode.

    een Oscar?
    een Oscar?
    de expertise van Paul, verpakt in sgrafitto
    de expertise van Paul, verpakt in sgrafitto

    Naast de entreepartij van het huis heeft Paul 2 reclamevlakken aangebracht, ook in sgraffito-techniek. Hierop vermeldt hij alle decoratiemogelijkheden die hij tot zijn expertise rekent. En, heel bijzonder voor die tijd, hij vermeldt niet alleen zichzelf, maar ook zijn vrouw. In volledige gelijkwaardigheid. Was het koppel al zo geëmancipeerd?

    Ook binnen, op de Bel-etage, de fraaie verdieping zeg maar, heeft hij zijn kamer volledig van Sgraffiti voorzien. En eigenlijk zelfs van een nog fraaiere soort dan die op de voorgevel. Moesten de potentiële klanten buiten gelokt worden, binnen moesten ze blijkbaar overweldigd worden, met wat in deze techniek mogelijk was. Heel fraai is vooral dat de ontvangstruimte als een totaalkunstwerk is opgevat. Gesamtkunstwerk heet het in de officiële terminologie. Zo lijken enkele dames te zitten of te knielen op het ook door Paul ontworpen meubilair. Het gaat hier om de muzen ook weer met losse gewaden en dito haar .

    Latere geschiedenis van het Cauchiehuis.

    Paul Cauchie overlijdt al in 1952, zijn vrouw in 1969. De reclame-sgraffiti naast de voordeur wordt bij het overlijden van Paul weg gestucd: er wordt simpelweg een laag verse pleister over de sgraffiti heen gesmeerd. Op die manier komen potentiële klanten niet meer in de verleiding om aan te bellen. En de fantastische sgraffiti in de ontvangstkamer verdwijnen achter een laag behang. Uit het zicht. Dochter Suzanne wil het pand slopen om er een appartementengebouw voor in de plaats te zetten. Vermoedelijk een van het soort waar wij in Nederland nogal van gruwen: modernistisch, saai en nietszeggend. Het meubilair van haar Cauchiehuis zet ze alvast op straat: voor een opkoper, of wie het maar wil hebben.

    Echter, enkele mensen herinneren zich het interieur, en (h)erkennen het in verval geraakte grote gevel-sgraffito als een belangrijk kunstwerk dat bewaard moet blijven. Dochter wordt uitgekocht en na enkele jaren leegstand wordt het pand door liefhebbers gekocht die het met veel geduld, passie en aandacht langzaam in zijn oude glorie van 1905 herstellen. Jaren van restauratie volgen.

    En nu is het op bepaalde tijden te bezoeken. En dan is het natuurlijk mijn plezier om daar gebruik van te maken. Onlangs heb ik met een gezelschap een geweldige rondleiding in het huis mee gemaakt, begeleid door een begeesterde gids. Voor mij is het Cauchiehuis inmiddels geen onbekend (noch onbemind) huis meer, voor mijn recente gasten evenmin.

    Wil je het zelf ook eens beleven? Let dan op mijn aankondigingen voor een nieuwe reis naar de Art Nouveau van Brussel. Deze gaat er zeker komen!

     

  • Art nouveau in Brussel

    Art nouveau in Brussel

    Art Nouveau in Brussel

    Soms heb je van die momenten en plaatsen in de geschiedenis met een plotselinge uitbarsting van creativiteit. De tijd is er als het ware rijp voor. Dergelijke momenten zijn vaak toe te schrijven aan slechts 1 individu, dat grote invloed krijgt. De nieuwe ontwikkeling krijgt grootschalige navolging en gaat een nieuwe stijl vormen. Omstreeks 1890 – 1900 vormt De Art Nouveau in Brussel zo’n plek en moment.

    Een belangrijk pleitbezorger was Victor Horta. Hij zette zo’n nieuwe ontwikkeling in gang en stond daarmee aan de basis van een volstrekt nieuwe stijl. Hij paste nieuwe ontwerp-principes toe, in plaats van de gebruikelijke Classicistische of van deze of gene Neo-stijl. Zijn gebouwen kregen totaal nieuwe vormen en decoraties met een zwierig lijnenspel en bovendien paste hij nieuwe moderne materialen toe, zoals staal, gietijzer en glas.

    Het was de aanzet tot de Art Nouveau in Brussel en België. Art Nouveau of Jugendstil zoals de stijl ook wordt genoemd.

    Victor Horta

    Brussel als hoofdstad van het rond 1900 al sterk geïndustrialiseerde België trok veel kapitaalkrachtige lieden aan. Daardoor was er een omvangrijke bouwmarkt, waarop deze nieuwe stijl kon floreren. Nadat de eerste huizen van Horta waren gerealiseerd, kreeg zijn “Nieuwe Kunst” (Art Nouveau) veel navolgers. Het werd een populaire stijl en het ene na het andere huis werd in de zwierige stijl opgeleverd. Daarbij bracht natuurlijk elke andere architect zijn eigen kenmerken in het ontwerp aan.

    Horta bouwde voor zichzelf een woning met atelier in de Amerikastraat. Het vormde eigenlijk zijn visitekaartje. Tegenwoordig is het een museum met zijn naam en natuurlijk over zijn werk. Niet alleen woonde hij er, maar het was ook zijn werkplek. Van daaruit heeft hij voor aanstaande buurtgenoten een groot scala van woningen ontworpen. Vaak waren het opdrachten voor rijke en verfijnde huizen, maar soms bouwde hij ook een eenvoudiger en minder uitbundige woning.

    Grotere opdrachten nam hij echter ook aan, zoals voor het warenhuis Innovation of voor het Paleis voor de Volksvlijt. Helaas zijn beide gebouwen verdwenen, het ene is afgebrand en het andere is domweg afgebroken en heeft plaats gemaakt voor een “vernieuwende”wolkenkrabber. Tja, wat modern is in de ene tijd, is ouderwets en achterhaald in een andere tijd. Lees ook bijvoorbeeld over het trieste lot van de metro-overkappingen in Parijs in de jaren ’50 en ’60.

    Zweepslagmotief

    Horta geldt als de uitvinder van het voor de Jugendstil zo karakteristieke zweepslagmotief. Dit vormt als het ware een zweep die net voor het klappen is bevroren. Het werd het meest typerende decoratieve element van de nieuwe stijl en werd toegepast in allerlei materialen. We zien het terug in staal aan balustrades van balkons, of in natuursteen voor basementen en consoles. Maar ook in fraaie glas-in-loodpanelen, houten ramen en deuren of meubelstukken kom je het motief tegen. Zeer herkenbaar: zweepslagmotief = Art Nouveau.

    Stijlontwikkeling

    Het is interessant het om te zien hoe de stijl van Horta en daarmee dus eigenlijk de Art Nouveau zich ontwikkelt. De allereerste opdracht van Horta als jonge architect, die net zijn eigen kantoor had opgericht, betrof het Paviljoen van Menselijke Driften in het Jubelpark in Brussel. Dit paviljoen moest een omstreden kunstwerk huisvesten. Dat kunstwerk met allerlei naakte figuren was niet geschikt voor het directe oog van passanten en werd. Voor veel tijdgenoten was het vanwege dat naakt zelfs pornografisch.

    Horta ontwierp een tempeltje, dat op het eerste gezicht erg klassiek aan doet. Het lijkt geheel volgens de ontwerp-principes van die tijd vorm gegeven: 4 zuilen tussen 2 penanten, bekroond met een frieslijst en fronton. Dit gebouwtje werd opengesteld in 1890.

    Het lijkt klassiek, want bij nadere beschouwing heeft hij in zijn allereerste opdracht het al aangedurfd om kleine maar opvallende aanpassingen te doen aan de klassieke vormentaal. Zo verloopt het fronton vertoont een licht gebogen lijn en vormt geen klassieke gelijkzijdige driehoek. Zijn kolommen hebben een kapiteel, dat sterk afwijkt van de klassieke kapitelen in Dorische, Ionische, Korinthische stijl. De bladmotieven aan de kapitelen zijn opvallend anders dan wat tot dan toe gebruikelijk was. Het blijkt de prelude voor de zwierige en uitbundige motieven in latere huizen.

    De echte Art Nouveau in Brussel in het Tasselhuis

    De volgende opdracht die Horta krijgt is voor het Tasselhuis in 1893.

    In dat pand zien we voor het eerst een veel vrijere vormentaal. Hier zien we de expressie die zo kenmerkend wordt voor de Art Nouveau en de stijl van Horta in het bijzonder. Natuursteen en ijzer wordt samengevoegd en gaan een symbiose met elkaar aan. Dit vormt een absolute vernieuwing in de bouwkunst.

    Nooit eerder werd staal of ijzer zo zeer in het zicht in een gevel toegepast. In de grote erker lijkt het alsof de stalen kolommen zich vast grijpen aan de grote dragende balk, in plaats van er op een constructief logische manier mee te zijn verbonden. Sterker nog, het lijkt de constructie eerder te ontkennen, dan te bevestigen. Zijn die kolommetjes nu wel of niet dragend; functioneren zij nu wel of niet als constructief element?

    Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat aan dit Tasselhuis voor het eerst het zweepslagmotief is toegepast. Vanaf dit moment wordt dit motief beeldbepalend voor de Art Nouveau in Brussel en in andere steden en landen. Het duikt in allerlei vormen en materialen overal in Europa op.

    Na de oplevering van dit pand, is de naam van Horta definitief gevestigd, en gaat hij de bouwgeschiedenis in als een van de belangrijkste grondleggers van de Art Nouveau, Jugendstil.

     

    Wil je meer weten hierover, of samen met mij op ontdekking door Brussel, naar Horta’s creaties en die van andere architecten? Er is veel te ontdekken, ik neem je graag mee. Informeer hier naar de mogelijkheden (hoewel nu nog even niet i.v.m. een virus, maar het gaat er zeker weer een keer van komen!).

     

  • Een zwierig complex

    Een zwierig complex

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k73vd37w’ admin_preview_bg=”]
    Toen ik enige tijd geleden voor het eerst in Milaan was, gelukkig was er van Corona nog in de verste verte geen sprake, ben ik op zoek gegaan naar het Art Nouveau pand dat in de reisgids vermeld stond. Curieus genoeg was dat het enige dat in de gids stond. Het bleek niet al te ver van de grote beroemde Dom te staan.

    Echter, toen we het eenmaal gevonden hadden, kon ik er weinig enthousiast van worden. Het was “wel aardig”, maar spectaculaire architectuur? Nou nee, niet echt… Ik heb er natuurlijk wel wat foto’s van genomen, meer voor het archief dan bewust gebruik overigens. Gelukkig had ik een reisgenoot bij die zich er niet bij wenste neer te leggen, dat dit het enige pand in deze stijl was in Milaan. Er zou toch zeker wel wat meer zijn?

    Dat bleek het geval. Zij “toverde” een interessant ogend object van internet, inclusief adres, dat slechts een eindje verderop gesitueerd bleek. Wij gingen op weg, en na een kleine fietstocht stonden we voor een appartementencomplex, waar de Art Nouveau vanaf droop. Op dat moment helaas bijna letterlijk, want het regende. De buitengevel was getooid met karakteristieke balkonnetjes, met het typische smeedwerk, maar daarnaast bleek de gevel ook grootschalig beschilderd met allerlei motieven, veelal gestileerde bloem- en plantmotieven.

    Hoewel deze schilderingen wat flets waren, straalde er een grote rijkdom vanaf. Dit was nog eens een ander pand dan dat eerste dat we gezien hadden…

    Het is in zo’n complex altijd lastig binnen komen, maar we ontmoetten de conciërge, die ons meer dan hartelijk binnen liet. In mijn gebrekkige Italiaans ontstond er een gesprek, en hij wilde niets liever dan ons alles laten zien. Elke entree van het complex mochten we bekijken en fotograferen, “kijk daar eens” en weer een ander bijzonder fraai detail. Wat een geweldige ontmoeting!

    En het pand was ook geweldig. Zelfs de simpelste van alle entrees, de dienstingang was fraai vormgegeven, met mozaïekwerk op de vloer, schilderingen op de wanden en plafonds en siersmeedwerk rond de trappen.

    Het diensttrappenhuis!

    Het allerfraaist was natuurlijk de hoofdentree, waar de combinatie van schilder- en beeldhouwwerk samen met fraaie deuren met authentiek glaswerk, een prachtig decor vormde. En de kleurenpracht, wat een spektakel!

    Of wat te denken van het toegangshek! Dat bleek niet alleen heel fraai vorm gegeven, maar ook vernuftig in elkaar gezet te zijn. Van het met grote bladen gedecoreerde hek kon niet alleen het middendeel open, als gebruikelijke toegang, maar konden op ingenieuze wijze ook de zijvleugels open, om grotere meubelstukken te verplaatsen. En bovendien kon het geheel ook nog eens volledig naar boven in het portaal geschoven worden. Niet alleen fraaie vormgeving, maar ook optimaal gebruikersgemak. Ik wordt van dergelijke architectuur en ontdekkingen altijd heel vrolijk!

    Het hoofdtrappenhuis werden we ingeleid, met de authentieke lift. “Heeft u die bloemen daar al gezien?” Schitterend hoe wand en plafond in elkaar overliep en tot een geheel versmolten. Fantastisch hoe een stucmotief op de wand terug keert in het smeedwerk van de trapleuning. En ja hoor, maakt u vooral zoveel mogelijk foto’s! Geen enkel probleem was het. Genieten!

    Het kantoortje van de conciërge zelf bleek nog helemaal origineel te zijn, met de oorspronkelijke meubelstukken door de architect zelf ontworpen. Het complex vormde daarmee een fraai “Gesamtkunstwerk”. Zelfs de geschiedenis van de bouw kregen we te horen. Alles natuurlijk in het Italiaans, maar met de nodige inspanning toch te volgen, leverde het een schat aan aanvullende informatie op.

    Zo bleek dat de architect van het complex, Campanini, op tragische wijze om het leven was gekomen, amper 52 jaar oud, doordat hij zijn evenwicht op de steiger verloor en eraf viel. 52 jaar, dat is voor een architect niet bepaald oud, wie weet wat voor zaken hij nog had kunnen realiseren. Tegelijk kregen we te horen, dat hij in het complex ook een appartement voor zichzelf had gebouwd, dat tot op de dag van vandaag door een nazaat werd bewoond. Dat konden we dan weer niet bezichtigen, logisch uiteindelijk.

    Tenslotte wist hij ons ook nog de nodige andere gebouwen in deze stijl en van deze architect aan te wijzen. Ons verblijf in de stad die toch vooral bekend staat om de gotische Dom en de Renaissance-gebouwen kreeg een aangenaam staartje Art Nouveau. Art Nouveau die overigens daar Liberty Style, Stile Liberty heet, vernoemd naar de Britse handel in Oosterse kunstvoorwerpen onder leiding van Arthur Liberty.

    Zo zie je maar, dat je in een nog onbekende stad soms ook gewoon het geluk moet hebben, opzoeken zelfs misschien, om door een bewoner op andere fraaie dingen gewezen te worden, dan die in je reisgids staan. Het levert vaak de mooiste ontdekkingen op! Wij waren er zeer aangenaam door verrast.
    [/av_textblock]

  • Een gestoord kasteel…

    Een gestoord kasteel…

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k5dne0im’ admin_preview_bg=”]
    …is wat men bij de oplevering van het appartementencomplex van Hector Guimard zei. Hector Guimard, niet de bekendste architect uit Parijs, behalve als je zijn belangrijkste scheppingen ziet: de fraaie Art Nouveau metro-ingangen en -overkappingen.

    De naam van het “gestoorde kasteel” is Castel Beranger, gelegen in het 16e arrondissement van Parijs, vlakbij de Seine achter het gebouw van Radio France. Maar in plaats van dat men de naam Béranger gebruikte, noemde men het spottend Déranger, en dat kun je uit het Frans vertalen met gestoord, niet goed bij zijn hoofd.

    Helemaal onbegrijpelijk is het niet, zeker niet als je nagaat dat het complex is gebouwd in Art Nouveau-stijl, die bij oplevering in 1898 in Parijs nog zo goed als onbekend was, en de opmars naar populaire stijl nog moest gaan doormaken. Uitgaande van het beeld dat de gemiddelde Parijzenaar had van een appartementencomplex, kun je je wel voorstellen dat wat hier staat op zijn minst bevreemdend heeft gewerkt.

    Immers de appartementencomplexen van die tijd waren vooral nog, zoals men dat noemt, Hausmanniaans van stijl. Groots, met klassieke vormentaal, zoals deze overal aan de boulevards verrezen die door Baron de Haussmann waren ontworpen om Parijs te moderniseren.

    Zoniet dus dit complex, waar Guimard, na diverse contacten met de Brusselse architect Victor Horta zijn eigen Art Nouveau stijl lanceerde in Parijs.

    Er is een complex neergezet dat op het eerste gezicht een enorm ratjetoe van materialen en vormen lijkt. Aan de gevels is fabrieksmatig staal te ontdekken, naast sierlijk smeedwerk maar ook gietijzer. Er is gele baksteen, rode baksteen en geglazuurde blauwe. Een groot deel van het basement bestaat uit strak behakte natuursteenblokken, eveneens toegepast als bogen om vensters in het rood-bakstenen deel. En dan zijn er nog geveldelen met ruwe brokken breuksteen naast prachtige stukken beeldhouwwerk in de kenmerkende Art Nouveau vormgeving. Kortom, er is een kakafonie van materialen in de gevel toegepast.

    In de gevelopbouw is een even grote en bijna krankzinnige overvloed aan vormen te zien. In die zin kun je de gevel van het gebouw ook beslist onrustig noemen. Het lijkt wel alsof Guimard een volledige stijlcatalogus heeft open getrokken en deze over de gevel heeft uitgesmeerd.

    Zou dat te maken kunnen hebben met zijn toenmalige leeftijd? Hij was pas 28 toen dit gebouw gefundeerd werd, waarschijnlijk dus iets jonger nog toen het ontworpen werd. Op die leeftijd is van bijna geen enkele architect de stijl al tot wasdom gekomen. Deze is daarentegen vaak nog volop in ontwikkeling.

    Tegelijk zien we aan de gevel wel op diverse punten de fraaie en karakteristieke vormentaal van de Art Nouveau terug: heel veel ornamenten zijn rechtstreeks op de natuur terug te voeren, of het nu het dieren- of het plantenrijk is. Ook de zo kenmerkende zweepslagmotieven, naar verluidt door Victor Horta uitgevonden c.q. ontwikkeld, komen al veelvuldig voor op deze gevel.

    Jammer genoeg kom je het complex niet in. Ik was al gelukkig dat men het hek van de ernaast gelegen doorlopende (privé-)straat speciaal even open liet, zodat ik ook de zijgevel kon bekijken. Want het complex is als een zogenaamd “Gesamtkunstwerk” gebouwd. Guimard heeft niet alleen de gevel, maar ook het interieur ontworpen, zelfs inclusief meubilair. Een klein inkijkje kregen we toen de entreehal werd schoon gemaakt, maar we werden uitdrukkelijk gemaand om niet met de voet over de dorpel te komen.

    Terwijl daar zoveel fraais te zien was. De hele eerste hal was al een feest der Art Nouveau: bijzondere gegoten panelen op de wanden, een gebogen plafond, vol met sierlijk krullend smeedwerk, een mozaïekvloer met fraaie zweepslagelementen, leidend naar een pui barstensvol kenmerkend glas-in-lood. Dat moet een feest zijn om van binnenuit te kunnen bekijken, om nog maar te zwijgen van de trappenhuizen en vermoedelijk ook nog het interieur.

    Wij moesten het dus doen met de buitenzijde, de gevels. En hoe je deze ook ziet, vernieuwend zijn deze zeker. Dat zal ook de reden zijn, waarom in 1898 de prijs voor de beste gevel van het jaar eraan is toegekend, op het door de stad Parijs uitgeschreven concours.

    Slechts enkele jaren later was Guimard de architect van de wereldberoemd geworden metro-ingangen. Daarin was zijn stijl, hoewel nog uitbundiger dan in dit complex wel volledig evenwichtig geworden, met als gevolg dat die ingangen tot een icoon van de stad zijn geworden.

    Het “gestoorde” kasteel, is wat dat betreft eerder onbelicht gebleven. Weinigen kennen het. Ik inmiddels wel… Ik was er toch aangenaam verrast door. Iets wat ik jou ook graag gun. Ga je mee? Dan gaan we het samen bekijken en beleven!
    [/av_textblock]