Typisch Art Nouveau-element in Brussel aan het Horta-huis in de Amerikastraat

Art Nouveau in Brussel

Soms heb je van die momenten en plaatsen in de geschiedenis met een plotselinge uitbarsting van creativiteit. De tijd is er als het ware rijp voor. Dergelijke momenten zijn vaak toe te schrijven aan slechts 1 individu, dat grote invloed krijgt. De nieuwe ontwikkeling krijgt grootschalige navolging en gaat een nieuwe stijl vormen. Omstreeks 1890 – 1900 vormt De Art Nouveau in Brussel zo’n plek en moment.

Een belangrijk pleitbezorger was Victor Horta. Hij zette zo’n nieuwe ontwikkeling in gang en stond daarmee aan de basis van een volstrekt nieuwe stijl. Hij paste nieuwe ontwerp-principes toe, in plaats van de gebruikelijke Classicistische of van deze of gene Neo-stijl. Zijn gebouwen kregen totaal nieuwe vormen en decoraties met een zwierig lijnenspel en bovendien paste hij nieuwe moderne materialen toe, zoals staal, gietijzer en glas.

Het was de aanzet tot de Art Nouveau in Brussel en België. Art Nouveau of Jugendstil zoals de stijl ook wordt genoemd.

Victor Horta

Brussel als hoofdstad van het rond 1900 al sterk geïndustrialiseerde België trok veel kapitaalkrachtige lieden aan. Daardoor was er een omvangrijke bouwmarkt, waarop deze nieuwe stijl kon floreren. Nadat de eerste huizen van Horta waren gerealiseerd, kreeg zijn “Nieuwe Kunst” (Art Nouveau) veel navolgers. Het werd een populaire stijl en het ene na het andere huis werd in de zwierige stijl opgeleverd. Daarbij bracht natuurlijk elke andere architect zijn eigen kenmerken in het ontwerp aan.

Horta bouwde voor zichzelf een woning met atelier in de Amerikastraat. Het vormde eigenlijk zijn visitekaartje. Tegenwoordig is het een museum met zijn naam en natuurlijk over zijn werk. Niet alleen woonde hij er, maar het was ook zijn werkplek. Van daaruit heeft hij voor aanstaande buurtgenoten een groot scala van woningen ontworpen. Vaak waren het opdrachten voor rijke en verfijnde huizen, maar soms bouwde hij ook een eenvoudiger en minder uitbundige woning.

Grotere opdrachten nam hij echter ook aan, zoals voor het warenhuis Innovation of voor het Paleis voor de Volksvlijt. Helaas zijn beide gebouwen verdwenen, het ene is afgebrand en het andere is domweg afgebroken en heeft plaats gemaakt voor een “vernieuwende”wolkenkrabber. Tja, wat modern is in de ene tijd, is ouderwets en achterhaald in een andere tijd. Lees ook bijvoorbeeld over het trieste lot van de metro-overkappingen in Parijs in de jaren ’50 en ’60.

Zweepslagmotief

Horta geldt als de uitvinder van het voor de Jugendstil zo karakteristieke zweepslagmotief. Dit vormt als het ware een zweep die net voor het klappen is bevroren. Het werd het meest typerende decoratieve element van de nieuwe stijl en werd toegepast in allerlei materialen. We zien het terug in staal aan balustrades van balkons, of in natuursteen voor basementen en consoles. Maar ook in fraaie glas-in-loodpanelen, houten ramen en deuren of meubelstukken kom je het motief tegen. Zeer herkenbaar: zweepslagmotief = Art Nouveau.

Stijlontwikkeling

Het is interessant het om te zien hoe de stijl van Horta en daarmee dus eigenlijk de Art Nouveau zich ontwikkelt. De allereerste opdracht van Horta als jonge architect, die net zijn eigen kantoor had opgericht, betrof het Paviljoen van Menselijke Driften in het Jubelpark in Brussel. Dit paviljoen moest een omstreden kunstwerk huisvesten. Dat kunstwerk met allerlei naakte figuren was niet geschikt voor het directe oog van passanten en werd. Voor veel tijdgenoten was het vanwege dat naakt zelfs pornografisch.

Horta ontwierp een tempeltje, dat op het eerste gezicht erg klassiek aan doet. Het lijkt geheel volgens de ontwerp-principes van die tijd vorm gegeven: 4 zuilen tussen 2 penanten, bekroond met een frieslijst en fronton. Dit gebouwtje werd opengesteld in 1890.

Het lijkt klassiek, want bij nadere beschouwing heeft hij in zijn allereerste opdracht het al aangedurfd om kleine maar opvallende aanpassingen te doen aan de klassieke vormentaal. Zo verloopt het fronton vertoont een licht gebogen lijn en vormt geen klassieke gelijkzijdige driehoek. Zijn kolommen hebben een kapiteel, dat sterk afwijkt van de klassieke kapitelen in Dorische, Ionische, Korinthische stijl. De bladmotieven aan de kapitelen zijn opvallend anders dan wat tot dan toe gebruikelijk was. Het blijkt de prelude voor de zwierige en uitbundige motieven in latere huizen.

De echte Art Nouveau in Brussel in het Tasselhuis

De volgende opdracht die Horta krijgt is voor het Tasselhuis in 1893.

In dat pand zien we voor het eerst een veel vrijere vormentaal. Hier zien we de expressie die zo kenmerkend wordt voor de Art Nouveau en de stijl van Horta in het bijzonder. Natuursteen en ijzer wordt samengevoegd en gaan een symbiose met elkaar aan. Dit vormt een absolute vernieuwing in de bouwkunst.

Nooit eerder werd staal of ijzer zo zeer in het zicht in een gevel toegepast. In de grote erker lijkt het alsof de stalen kolommen zich vast grijpen aan de grote dragende balk, in plaats van er op een constructief logische manier mee te zijn verbonden. Sterker nog, het lijkt de constructie eerder te ontkennen, dan te bevestigen. Zijn die kolommetjes nu wel of niet dragend; functioneren zij nu wel of niet als constructief element?

Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat aan dit Tasselhuis voor het eerst het zweepslagmotief is toegepast. Vanaf dit moment wordt dit motief beeldbepalend voor de Art Nouveau in Brussel en in andere steden en landen. Het duikt in allerlei vormen en materialen overal in Europa op.

Na de oplevering van dit pand, is de naam van Horta definitief gevestigd, en gaat hij de bouwgeschiedenis in als een van de belangrijkste grondleggers van de Art Nouveau, Jugendstil.

 

Wil je meer weten hierover, of samen met mij op ontdekking door Brussel, naar Horta’s creaties en die van andere architecten? Er is veel te ontdekken, ik neem je graag mee. Informeer hier naar de mogelijkheden (hoewel nu nog even niet i.v.m. een virus, maar het gaat er zeker weer een keer van komen!).