Warning: Undefined array key "tdvITu" in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/taxonomy.php on line 1

Notice: Function _load_textdomain_just_in_time was called incorrectly. Translation loading for the wysija-newsletters domain was triggered too early. This is usually an indicator for some code in the plugin or theme running too early. Translations should be loaded at the init action or later. Please see Debugging in WordPress for more information. (This message was added in version 6.7.0.) in /data/www/robertguinee.nl/www/wp-includes/functions.php on line 6122
Romeinse architectuur - Robert Guinee | architectuur gids

Category: Romeinse architectuur

  • Het theater van Bosra

    Het theater van Bosra

    Het theater van Bosra, in het verscheurde Syrië, waar we de laatste dagen zoveel van in de media zien. Een fabuleus Romeins theater, waar ik een aantal malen geweest ben. Een van de meest complete ook die er nog bestaan. Met alle helaas o zo afschuwelijke berichtgeving die er over het land verschijnt komen bij mij toch ook weer herinneringen boven aan andere tijden. Het was een geweldig land om doorheen te reizen. Onder het regime van een dictator c.q. zijn niet minder prettige vader, zeker, maar met fantastische oude architectuur. Ik heb eerder al eens verteld over het theater van Palmyra en de Tempel van Bel in dezelfde plaats.

    Achter de forttorens zijn de bogen van het theater zichtbaar
    Achter de forttorens zijn de bogen van het theater zichtbaar

    Bosra

    De plaats Bosra in het zuiden van Syrië werd in 106 de hoofdstad van de nieuw gecreëerde provincie Arabia van het Romeinse Rijk. En daarmee werd het een van de belangrijkste plaatsten in wat toen een rijke regio was. Dat is heden ten dage, of althans, de laatste keer dat ik er was in 2008, nog goed te zien: tal van overblijfselen, ruïnes van Romeinse gebouwen, soms in de vroeg-Christelijke of vroeg-Islamitische tijd aangepast aan veranderende wensen, maar wel gehandhaafd.

    Het theater van de antieke Romeinse stad is daar één van de meest aansprekende voorbeelden van. Weliswaar is dit in latere tijden aangepast, maar de kern ervan is altijd intact gebleven. Dat theater wordt tegenwoordig aangeduid als Qala’at, wat in het Arabisch zoiets als kasteel of fort betekent. Niet heel erg vreemd, want in de vroeg Islamitische periode is het als zodanig verbouwd. Dat is uiteraard gebeurd met gebruikmaking van materiaal uit het gebouw zelf.

    Opbouw van het theater in Bosra

    Het theater is niet alleen één van de best bewaarde van het Romeinse rijk, maar ook één van de grootste. Het bevat maar liefst 3 volwaardige rangen met stenen zitrijen (maenianum), met mogelijk hierboven ooit nog houten banken. Die laatste lagen onder de colonnade die voor een deel nog bestaat, al dan niet gereconstrueerd, met authentiek materiaal. Als begrenzing van elke rang is een rij schitterende zetels met hoge rugleuning geplaatst. Die rugleuning was bedoeld om de mensenmassa die uit de entrees in het theater stroomden in goede banen te leiden.

    De zitrijen en "orchestra"
    De zitrijen en “orchestra”

    Die entrees (vomitoria) komen bij de laagste rang telkens in het midden van de onderliggende zitrij uit, en bij de middelste rang op 1/3 en 2/3. Met de duizenden bezoekers die er in het theater konden komen, was een dergelijke afscherming essentieel. Gelukkig heeft men in het theater bij de restauratie niet de fout gemaakt deze zetels naar beneden te halen en als “senatoren-zetels” op te stellen beneden in wat de Orchestra genoemd wordt. (Goh, waar zou onze term orkestbak toch vandaan komen?). Er waren trouwens veel te veel van die zetels om opgesteld te kunnen worden beneden…

    Een belangrijk en spectaculair element van het theater vormt de achterwand (Scenea Frons). Dit element is vrijwel overal in theaters verdwenen, maar hier in het theater in Bosra niet. Hij staat nog over de volle hoogte van 3 etages overeind. Wel ontdaan van de schitterende decoratieve elementen op de 2e en 3e verdieping, maar verder nog intact. Het geeft een uitstekend beeld van de rijkdom van dit theater! Oorspronkelijk was dit element zelfs nog voorzien van een houten overkapping, waarvan de aanzet nog herkenbaar is.

    De "Scenea Frons", één van de zeldzame bewaard gebleven exemplaren
    De “Scenea Frons”, één van de zeldzame bewaard gebleven exemplaren

    Theater uit basalt!

    Die rijkdom komt op een andere manier ook tot uiting, hoewel in wat onzichtbare vorm. Het theater hier in Bosra is namelijk geheel opgetrokken uit Basalt! Aangezien basalt een ongelooflijk harde steen is, en daardoor moeilijk te bewerken, moeten hier hoog-gespecialiseerde werklieden hebben gewerkt. En hoog-gespecialiseerd betekende in het Romeinse Rijk ook goed betaald. Maar het was het theater van de provincie-hoofdstad, van een rijke provincie, dus dat zat wel goed.

    Kijk je naar de staat van de zitrijen , dan valt op hoe goed de steen er nog aan toe is. Er zijn nauwelijks verweringen aan de steen te bekennen. Wel beschadigingen, helaas, maar geen verwering, zoals elders vaak te zien is aan gebouwen uit b.v. kalksteen opgetrokken. Op sommige plaatste zijn nog steeds prachtige strakke profielen te zien in het basalt, en enkele minder beschadigde zetels laten aan de zijkant een rijke decoratie zien.

    prachtige zijkant in basalt van een zetel
    prachtige zijkant in basalt van een zetel

    Intelligent ontsluitingssysteem in het theater van Bosra

    Achter de vomitoria, waarmee je in de theaterkom (Cavea) komt ligt een uiterst vernuftig ontsluitingssysteem verscholen. Ik heb er ooit een uitgebreide studie van gemaakt. Daarbij ontdekte ik dat hoewel het theater massief lijkt, dit in werkelijkheid een complex labyrint is van trappen en trapjes, gangen en galerijen. Helaas zijn de hoofdgalerijen die aan de buitenzijde langs het theater liepen opgeofferd toen het tot Qala’at werd verbouwd. Daarvoor zijn naar voren stekende torens gebouwd, met weergangen daartussen en een opslagplaats / kazemat eronder. Maar als je goed kijkt dan kun je nog steeds de aanzet zien van het ooit rondgaande tongewelf, waar de trappensystemen op uit kwamen, en waarlangs je kon flaneren met uitzicht op de omliggende stad. Zoals we dat kennen van b.v. het Colosseum.

    Weergang van het fort. boven de half-zichtbare boog: aanzet van het voormalige tongewelf van de theateromgang.
    Weergang van het fort. boven de half-zichtbare bogen: aanzet van het voormalige tongewelf van de theateromgang.

    Het systeem van trappen is slim in elkaar gevlochten, waarbij verschillende trappen langs elkaar heen draaien, maar altijd volgens een voor de Romeinen kenmerkende logica. Ik heb destijds ook geprobeerd om een schatting te maken van het aantal bezoekers van het theater, en kwam daarbij uit op ca 15.000! Nee, daar staat geen nul teveel! Om die mensen allemaal goed binnen en buiten te laten, is een dergelijk trappensysteem absoluut noodzakelijk.

    Onbekend maar wezenlijk onderdeel van de Romeinse theaterbouw

    Een tamelijk onbekend gegeven van de Romeinse theaterbouw vinden we in aanzet nog terug in dit theater. Namelijk dat het theater kon worden overdekt! Wat? Overdekt? Zo’n enorm gebouw? Inderdaad! Door middel van een grote rij masten, die aan de buitengevel waren geplaatst, kon een zeil (Velum) uit de orchestra worden opgehesen en aan de masten strak gespannen worden. Op die manier waren de bezoekers beschut tegen de brandende zon. De stenen waar deze masten in hebben gestaan zijn op enkele plekken in het buitenste muurwerk nog terug te vinden.

    Draagsteen voor een mast voor het "velum"
    Draagsteen voor een mast voor het “velum”

    Nou ja, feitelijk dus niet in het buitenste muurwerk, dat is natuurlijk afgebroken voor de toren en de andere voorzieningen van het fort, maar er zijn stenen op de huidige buitenmuur terug geplaatst die wel degelijk ooit de functie van dragend element voor die masten hebben gehad. Ook dat is een hoogst zeldzaam gegeven. Meestal zijn de oude Romeinse theaters dusdanig ver vervallen, dat deze stenen allang geleden zijn verdwenen. De praktijk van gespannen zeilen is echter niet alleen bekend van deze fragmentarische overblijfselen, maar ook uit de literatuur. Het is één van de ongelooflijke eigenschappen van de Romeinse theaters. Lees ook nog eens dit blog over het Olympisch Stadion van Montreal, voor een totale moderne mislukking van dit Romeinse principe

    En nu ?

    Tja, daar ben ik in Syrië heel erg benieuwd naar. Wat gaat er nu in het land gebeuren? Komt er een soort vrede? Komt er een soort nieuwe stabiliteit? Gaat het goed met alle bevolkingsgroepen en geloven door elkaar? Kunnen ze elkaar in samenwerking vinden? Zowel Moslims (van verschillende stromingen) als Christenen (idem), met als splintergroep van de laatste een kleine gemeenschap die nog het Aramees spreekt, de taal die Jezus ook heeft gesproken…. Ik hoop het van harte.

    Mijn reizen door Syrië zijn altijd fantastisch geweest, hoewel je op je hoede moest zijn, b.v. als je gevraagd werd naar wat je van de president vond… Het standaard antwoord: het is een goede man. Tja, dat leugentje hoorde er helaas bij, maar verder heb ik mij er altijd op mijn gemak gevoeld. Ik zou zo graag dat gevoel nog eens beleven en terug reizen naar het land. Wie weet, wordt het over een jaar of wat weer mogelijk… Laten we hopen dat het land de goede weg inslaat en dat het theater van Bosra weer bezocht kan worden, en je de fabuleuze akoestiek ervan met eigen oren weer kunt ervaren… Hoe geweldig zou dat zijn?

  • De vesting Langres

    De vesting Langres

    De vesting Langres in het Noord-oosten van Frankrijk, kent een millenia-oude geschiedenis. Daardoor toont de vesting een prachtige dwarsdoorsnede van de vestingbouwgeschiedenis door deze vele eeuwen heen. Ik ga in dit blog op enkele van deze aspecten nader in.

    Oorsprong en positie van de vesting Langres

    De stad Langres had ooit een belangrijke regionale functie, vanuit de Romeinse tijd. Het is zelfs een van de oudste bisdommen van Frankrijk, uit de 3e eeuw.

    Over de oorsprong van de vesting is maar weinig bekend, er zijn geen geschreven bronnen over, en archeologische data ontbreken eveneens bij mijn weten. Desondanks is wel zeker dat al in de Gallische periode, nog vóór de komst van de Romeinen hier een versterkt “oppidum” heeft gelegen. Het was dan ook een perfect te verdedigen plek. Het ligt bovenop een langgerekt plateau dat aan de lange oost- en westkant, evenals aan de korte noordkant steil afloopt. Alleen aan de zuidkant is er een verbindende tong naar het omliggende landschap.

    Het fraaie aan de vesting is dat je dat tegenwoordig nog steeds zo kunt ervaren. Er is maar weinig op de flanken bijgebouwd. Na de verovering door de Romeinen, onder leiding van Julius Caesar werd de vesting razendsnel omgebouwd tot Romeinse versterking. Daar is heden ten dage nog een imposant restant van te vinden in de vorm van de voormalige stadspoort.

    Gallo-Romeinse poort

    Niet direct gebouwd na de verovering, maar pas na 30 jaar bezetting en romanisering van Gallië vormt deze poort een fraaie getuigenis van de Romeinse architectuur in Langres. In korte tijd lijkt het erop dat er een redelijk stabiele vrede is afgedwongen, want de poort toont een nauwelijks defensief aanzien, meer een monumentaal, prestigieus aanzien. 2 grote bogen gaven direct toegang tot de stad, komend uit de richting van (tegenwoordig) Reims.

    Romeinse stadspoort
    Romeinse stadspoort

    Naast de bogen pilasters, aan de buitenzijde zelfs dubbel. Deze zijn voorzien van fraaie cannelures (“groeven”) en een prachtig Korinthisch kapiteel. De poort wordt bekroond door een rijk gedetailleerde kroonlijst. Dit element is echter grootschalig gereconstrueerd bij een restauratie in de 19e eeuw, het was vrijwel volledig verdwenen. Verdwenen doordat er geen noodzaak, noch interesse was om dat tijdens het militaire gebruik van de poort te handhaven of onderhouden.

    Deze poort schijnt al in de 3e eeuw dichtgemetseld te zijn, toen de stabiliteit van het Romeinse Rijk werd bedreigd van buitenaf. Hij werd deel van de vestingmuren en verloor de toegangsfunctie.

    De muren van de vesting Langres

    Langs de gehele oude stad zijn vanaf de 3e eeuw muren opgetrokken, telkens verbeterd als er weer nieuwe ontwikkelingen waren. Je kunt de gehele muur overlopen, helemaal rond de stad. Opvallend zijn de sprongen in de muur, grofweg elke 100 m. Deze lijken volstrekt niet logisch, maar zijn dat vanuit verdedigingsmotief wel degelijk: deze voorkomen dat een aanvaller zich ongezien tegen de muur kan ophouden. Vrij vertaald: deze sprongen in de muur heffen de dode hoek op, die beschutting aan aanvallers kan bieden. Een principe dat tot uiterste efficiëntie werd doorontwikkeld tot in de 18e eeuw.

    anti-dodenhoek-sprong en opvallend muurprofiel
    anti-dodenhoek-sprong en opvallend muurprofiel

    Evenmin is het verloop van de bovenzijde van de muur toevallig. Dit vormt een opvallend profiel: aan de bovenzijde afgeschuind, daarna in een flauwe hoek aflopend over  40 cm, een vertikale sprong naar beneden van ± 10 cm en weer een flauw verlopende deel. Het doelbewuste van dit verloop ontdekte ik toen ik een paar foto’s aan het schieten was van de omgeving. Het bleek dat ik heerlijk op mijn gemak tegen, c.q. half op de muur kon hangen. Dat wat nader verkennend en mij voorstellend dat ik een ouderwets vuurwapen, een musket, of zoiets vast zou hebben, ontdekte ik dat dit profiel perfect is om langdurig over de muur uit te kijken. Militair vertaald: in een waakzame houding de muur te bewaken. Grappig dat je zoiets ontdekt door het schieten van enkele foto’s!

    De 15e eeuw…

    Vanwege de belangrijke functie van de stad Langres, aan de grens met aartsvijand, het Heilige Roomse Rijk Duitsland en tevens Zwitserland werden de vestingwerken bij veranderende omstandigheden snel aangepast. Dergelijke omstandigheden deden zich eind 15e eeuw voor. De machtige stad Constantinopel was in 1453 door de Turken belegerd en ingenomen. Terwijl de stad als 100% onneembaar gold, vanwege b.v. de dubbele gordel aan stadsmuren, van ongekende hoogte. Hoe kon dat gebeuren? Wel, dat kon gebeuren door de verschijning van een nieuw revolutionair wapen op het militaire toneel: het kanon. Het vuurwapen, met ongekende kracht.

    De verovering van Constantinopel heeft destijds een schokgolf door Europa gezonden, en machthebbers begrepen meteen dat het kanon een game-changer was. Maar wat kun je ertegen doen? Nou, bijvoorbeeld dikkere muren gaan bouwen…tot wel 7 meter! En grotere torens, met platforms waarop je als verdediger de nodige kanonnen kunt opstellen, om de vijand te beschieten.

    Massieve Navarra-toren aan de buitenzijde
    Massieve Navarra-toren aan de buitenzijde

    Betekenis voor de vesting Langres

    In Langres zijn die torens al heel snel gebouwd. De eerste al in 1470, amper 17 jaar na de val van Constantinopel! Het toont andermaal het toenmalige belang van de stad. Enkele van deze torens kun je tegenwoordig bezoeken. Wat dan op valt is dat deze weliswaar in het eind van de 15e, en het begin van de 16e eeuw gebouwd zijn, maar dat er is teruggegrepen op een massieve, zware architectuur.

    zware massieve architectuur, niet uit de 12e, maar uit de 16e eeuw
    zware massieve architectuur, niet uit de 12e, maar uit de 16e eeuw

    Deze doet heel sterk denken aan de architectuur van een paar eeuwen eerder, b.v. de eerste Cisterciënzer (klooster-)architectuur. Vanuit verdedigingsoogpunt is de robuustheid natuurlijk volledig te begrijpen. Maar ik vond de gelijkenis met deze veel oudere architectuur toch opvallend. Zeker in een periode dat de Gotiek zijn hoogste graad van frivoliteit had bereikt. Zie b.v. ook dit blog over de Lonja de la Seda

    Latere functie en aanpassing

    Een van die machtige verdedigingstorens in de muur van de vesting Langres is de Navarra toren. Gebouwd omstreeks 1520 voert deze de verdedigingslinie richting het Zuid-westen. Hij is onderverdeeld in 3 niveaus: een diep niveau, dat maar enkele meters boven het begin van de muur uit komt, een middendeel en een bovenzaal. De onderste 2 zalen zijn van het robuuste type, met een zware middenkolom, die uitwaaierende gewelven draagt. Machtig om te zien! Maar de bovenzaal is pas in 1830 gerealiseerd, toen de toren haar verdedigingsfunctie langzaam begon te verliezen, de artillerie was te krachtig geworden voor deze vorm van verdediging.

    De toren werd voorzien van een gigantisch dak met een imposante houtconstructie.

    enorm kapspant uit 1830...
    enorm kapspant uit 1830…

    Want de verdedigingsfunctie werd verlaten, maar het werd de opslag voor het buskruit van de vesting: poedertoren. Dat kruit moest uiteraard droog gehouden worden, een dak was dus noodzakelijk. De balkenconstructie is een indrukwekkend geheel. Enkele gigantische balken vormen de dragende basis, waarop met kleinere balken de nodige opstand voor een fatsoenlijk schuin dak is gecreëerd. Dat dak zou in 1830 zijn gebouwd. Het is een volledig traditionele spanconstructie, zoals eeuwen toegepast. We kennen dergelijke constructies uit de middeleeuwse kathedralen en kastelen, en ook latere gebouwen van diverse aard.

    In het geval van deze toren in de vesting Langres is een grappig gegeven te ontdekken: Op diverse balken staat de afmeting geschreven in krijt. Ja? En? Wel, die afmeting staat in centimeters: b.v. 30 x 30 cm. Nogmaals: Ja? En? Dit moet een van de eerste vermeldingen zijn van (centi-)meter-maten. Immers, deze zijn pas in de tijd van Napoleon (in zijn opdracht) ingevoerd. Voor ons tegenwoordig volstrekt logisch, destijds nog een revolutionaire vernieuwing! Leuks dat je zoiets dan toch ook ontdekt.

    Wandeling over de muren van de vesting Langres.

    Zoals gezegd, je kunt de muren volledig over wandelen, en zo een goede indruk verkrijgen van de vesting. Het is een leuke en aangename wandeling, die je niet alleen een goed zicht biedt op de vestingmuren, maar ook mooie vergezichten op de omgeving, met als je geluk hebt op een heldere dag zelfs een blik op de Alpen in de verre verte. Maar bovenal is het ook aangenaam, omdat deze vesting, ondanks zijn roemruchte geschiedenis, maar door weinigen wordt bezocht. Je zult je dus nooit door een invasieleger van toeristen een weg hoeven banen. Hier geen toeristen-belegering zoals b.v. Carcassonne, een verademing!

     

    De muren van Langres
    De muren van Langres

    Ik heb de afgelopen tijd de vesting met vele uiteenlopende gezelschappen bezocht en ben er erg van onder de indruk geraakt. Zozeer, dat ik het als vast punt in mijn Lotharingen-reis heb opgenomen. Wil je die vesting ook eens samen met mij ontdekken? Vraag dan snel informatie aan over een nieuwe Lotharingen-reis. In 2025 gaat die er zeker komen! Je kunt ook hier een kijkje nemen: Lotharingen.

  • Het aquaduct van Metz

    Het aquaduct van Metz

    Het onbekende aquaduct van Metz amper 5 kilometer van de snelweg waar ik al jaren overheen rijd naar mijn Franse optrekje. Maar zoals zo vaak, wat je niet weet, mis je niet. Tot je eens wat verder kijkt en zoekt, en ineens, hé, dat is interessant!

    Het aquaduct dat in Romeinse tijden de stad Metz, toen Dividorum Mediomatricorum geheten, van water voorzag. Zomaar ineens doemt het op en ligt daar volkomen verloren en verstild in het landschap…een eenzame bogenrij in het landschap

    Water: essentieel voor de Romeinen

    Water was essentieel voor de Romeinen en de Romeinse samenleving. Denk alleen eens aan de badhuizen die in elke zichzelf respecterende stad aanwezig waren. Maar ook als algemene voorziening voor de bevolking. Een van de eerste zaken die de Romeinen bij de stichting van een nieuwe stad deden, was op zoek gaan naar fatsoenlijk drinkwater in de omgeving.

    Let wel, dat was bronwater! Rivierwater was voor de Romeinen ondrinkbaar. Enerzijds omdat dat niet zuiver genoeg was, immers een beetje rivier werd ook voor de scheepvaart en als riool gebruikt, dan ga je daar niet uit drinken! Hoe anders dan pakweg 1000 jaar later in de Middeleeuwen. Maar anderzijds omdat de Romeinen een uitgesproken voorkeur hadden voor kalkhoudend water. Dus gingen ze op zoek naar een bron, die hoger dan de stad was gelegen. Dat ze daarvoor soms meer dan 100 km waterleiding, aquaduct, moesten aanleggen, tja dat was dan maar zo…

    Het aquaduct van Metz: verloren in het landschap

    Veel van die aquaducten zijn na de val van het Romeinse rijk in onbruik geraakt en als verstilde monumenten in het landschap achtergebleven. Vaak werden ze als steengroeve voor prachtig bouwmateriaal gebruikt. Het verlaten aquaduct van Metz staat aldus plompverloren langs een provinciale weg, langs een spoorlijn, langs de Moezel.

    een enkele kolom, langs de weg en spoorlijn.
    een enkele kolom, langs de weg en spoorlijn.

    Destijds een vitaal onderdeel van de toenmalige stedelijke infrastructuur, is het thans letterlijk en figuurlijk voorbij gestreefd door modernere infrastructuur. Wil je het bekijken? Op een onbeduidend parkeerstrookje langs die weg parkeer je de auto. Het strookje is amper groot genoeg om fatsoenlijk te kunnen stoppen.

    Uiteindelijk staat er ook niet meer zo heel veel van overeind, zoals zo vaak, zie b.v. ook dit blog, ook voor een meer algemeen verhaal. Langs de weg staat er ineens een kolossale kolom.  Als je goed kijkt zie je aan de bovenkant nog de aanzet van een boog aan beide kanten.

    Tweezijdige boogaanzet op een pijler
    Tweezijdige boogaanzet op een pijler

    Een eindje verderop is nog een bogenrij intact. In totaal staan er echter nog maar 7 bogen overeind, van wat er in totaal tientallen of misschien wel honderden geweest moeten zijn.

    Zwaar gerestaureerd

    Wat mij meteen opviel toen ik er naar toe liep was de superstrakke staat van het metselwerk. Alsof het gisteren zo gemaakt is, in plaats van zo’n 2000 jaar geleden. Onnatuurlijk strak. Nu ben ik een liefhebber van een goede restauratie, maar in dit geval is men doorgeschoten. Wat er nog over is van het aquaduct is zeer zwaar gerestaureerd. Grote delen muurwerk zijn daarbij gereconstrueerd.

    veelvuldig nieuw gehakte en aangevulde stenen
    veelvuldig nieuw gehakte en aangevulde stenen

    Dat kun je op het tweede gezicht prima zien aan de slijtage van de gevelsteen. In het midden van de kolommen en de bogen zie je verweerde afgesleten stenen in het typische Romeinse Opus Quadratum, vierkant werk. Langs de randen zie je ineens strakke, niet verweerde stenen. Oftewel: Romeinse steen en moderne steen. Afdekkingen van lijsten en aanzetten van afgebroken of ingestorte bogen zijn met strak nieuw lood afgedekt, om inwatering in de steen te voorkomen.

    zoals het er tot enkele jaren geleden bij stond...
    zoals het er tot enkele jaren geleden bij stond…

    Allemaal volstrekt begrijpelijk, maar te mooi, te strak, te nieuw. De charme van de oude constructie is volledig ondergesneeuwd in restauratief geweld. Persoonlijk vind ik dat jammer, hoewel ik de technische noodzaak ervan begrijp. Maar het had ook wat verouderd of minder strak uitgevoerd kunnen worden…

    Curieuze uitvoering van het aquaduct van Metz

    Aan het eind van de bogenrij van dit aquaduct van Metz verdwijnt de waterleiding in de heuvel, die niks anders is dan de oever van de Moezel.

    Waar de waterleiding uit de berg komt en zich splitst in 2 kanalen.
    Waar de waterleiding uit de berg komt en zich splitst in 2 kanalen.

    Het aquaduct was hier dus gewoon een waterbrug over de rivier. Bij de uitgang van de tunnel is een bekken gebouwd, vermoedelijk oorspronkelijk overdekt. Dit was een tussentijds bezinkstation. Eventueel vuil, of slib, of zand kon hier in het diepere bassins zinken en het aldus natuurlijk gezuiverde water kon verder stromen richting Dividorum.

    Het valt op dat aan het eind van dit bassin ineens 2 kanalen zijn aangelegd, die over het aquaduct verder liepen. Dat is uniek, een aquaduct met 2 gescheiden waterlopen. Waarom? Geen idee, en ook de infoborden bleven het antwoord schuldig. Er moet een goede reden voor geweest zijn voor de Romeinen, want vanwege het dubbele kanaal moest alleen de bogenrij al aanzienlijk breder dan gebruikelijk worden gebouwd. Het extra bouwmateriaal wat daarvoor benodigd is geweest vormt een aanzienlijke hoeveelheid.

    Voor de grap: ± 1 m extra breedte. Maal tientallen kolommen van, laten we zeggen 10 m hoog. Daarmee heb je het over honderden kubieke meters bouwmateriaal. Dus voor zo’n hoeveelheid extra kosten, extra  bouwtijd, enzovoort. Dat kan niet zomaar gedaan zijn!

    Bekendheid?

    Ik was er op een prachtige dag, oké, doordeweeks in September, niet direct het toeristenseizoen. Maar in het uurtje dat ik er was heb ik niet 1 andere bezoeker gezien. Niet 1 auto die ook maar gestopt is op hetzelfde parkeerstrookje als waar ik stond, al was het maar om een toeristisch plaatje te schieten. Niemand.

    Het paadje dat omhoog liep mag nauwelijks zo genoemd worden, het was meer een geitenpaadje door het gras, overgroeid, in plaats van plat getreden. Ongelooflijk, dat zo’n Romeins fragment vrijwel onbekend is, uiteindelijk ook bij mezelf, als ik niet de moeite had genomen om op onderzoek uit te gaan. Misschien dat mijn verhaal tot iets meer bekendheid leidt…. Het aquaduct van Metz is het zeker waard!

    wat er nog over is van een ooit bijna eindeloze bogenrij
    wat er nog over is van een ooit bijna eindeloze bogenrij
  • Het Noord-theater in Umm Qais

    Het Noord-theater in Umm Qais

    Het Noord-theater in Umm Qais, de stad in Noord-Jordanië, waar ik met zoveel plezier heb gewerkt in een archeologisch project, is een opmerkelijk theater. Omdat het nauwelijks zichtbaar is, maar ook omdat het een vreemde geschiedenis lijkt te kennen.

    Anders dan het West-theater, waaraan ik heb gemeten en onderzocht, samen met mijn zeer gewaardeerde collega N. Dat theater is uitstekend zichtbaar, zelfs van veraf vanaf de weg naar het Westen, de velden in. Het Noord-theater valt nauwelijks op en is vrijwel onzichtbaar. Als je het niet weet, zie je het niet.

    Het Noord-theater: onzichtbaar theater

    De eerste keer dat wij er waren, in 1992, kon je het Noord-theater in Umm Qais nauwelijks herkennen. Aan de andere kant van de heuvel dan het grote terras liep je er vrijwel ongemerkt aan voorbij. Wel zag je aan die kant van de heuvel een opvallende kom in het landschap. Bovendien een kom, waarin je stem behoorlijk versterkt werd. Dat is in een nog maar beperkt onderzochte stad een belangrijke indicatie. Je moet je dan eigenlijk meteen realiseren dat je langs een theater loopt.

    Is dit een theater?

    Het gebouw was uiteraard onder archeologen wel bekend. Het was alleen nog nooit onderzocht. De vakliteratuur kende enkele stokoude schetsen uit het begin van de 20e eeuw. Gemaakt door wat toen nog romantisch ontdekkingsreizigers heetten. Als je dan zelf op die heuvel woont en werkt aan je eigen project, dan ga je ook eens wat verkennen.

    Tijdens zo’n verkenningstocht ontdekten we allerlei fragmenten van het theater: hier een bijna volledig verscholen ingang tot de orchestra: de vloer van het theater. Daar een deel van de trappen die toegang tot de zitrijen gaven. Curieus fragment: een trapje?Elders nog een rij identieke stenen, boven elkaar gestapeld: zitrijen van het theater. Begraven onder een dikke laag zand, maar aan de zijkant prachtig “en-profil” zichtbaar. Het jeukte enorm om daar meer van te weten.3 zitrijen en-profil

    Nooit onderzocht theater.

    Omdat het theater nauwelijks zichtbaar was, en daardoor weinig aandacht trok, was het nooit onderzocht. Nu mag je niet zonder toestemming zo’n gebouw onderzoeken. Het is per slot van rekening archeologisch gebied, dat zorgvuldig en vooral professioneel onderzocht onderzocht moet worden. De grond in het theater bevat een schat aan informatie, waar een archeoloog de geschiedenis van het gebouw aan kan ontlenen.

    Maar dat je niet mag onderzoeken betekende voor mij / voor ons niet dat wij die bijna verborgen ingangen niet in konden kruipen en daar eens wat rondkeken. Wij vonden het zelfs professioneel verantwoord, want moesten wij niet vergelijkend onderzoek doen aan andere theaters, om de bouwgeschiedenis van het West-theater beter te begrijpen? Nou dan… Dus wij zijn in onze vrije tijd maar eens de nodige ingangen ingekropen en hebben daar wat onderzoek gedaan. Uiteraard zonder te graven, wij wilden niks verstoren.

    Bijna volledig dichtgeslibde ingang

    Wij bleken overigens niet de eersten die naar binnen kropen. We troffen een onaangenaam spoor van 20e eeuws bezoek aan: veel toiletpapier, met bijbehorende resten. Tja, daar moesten we dan wel even langs zien te kruipen.

    Het Noord-theater in Umm Qais: een nooit afgebouwd theater?

    Toen wij de gangen dan verder in gingen, viel ons een aantal zaken op. Bijvoorbeeld dat het muurwerk in basalt was opgetrokken, maar veel gewelven in het veel zachtere en poreuzere kalksteen. Terwijl wij in de theaters die wij eerder hadden bezocht eigenlijk nooit zo’n mix van bouwmateriaal hadden gezien. Ook niet in “ons” West-theater. Dat was volledig in basalt opgetrokken, inclusief alle gewelven. Dit was een vreemde ontdekking in het Noord-theater.

    basalt muren en kalksteen gewelf, ongebruikelijke combinatie!

    Nog veel vreemder was dat gangen die wij vanuit de orchestra in kropen dood liepen op de rots. Letterlijk! Terwijl deze gangen normaal gesproken essentieel zijn om de mensenstroom naar buiten te begeleiden. Romeinse theaters zijn beroemd om hun ingenieuze systeem om bezoekers naar buiten te leiden. Zie b.v. ook dit eerdere blog.

    deels afgebouwd muurwerk, en véél te laag!Andere theaters die we bezocht hadden zitten op dat gebied geniaal in elkaar, behalve misschien dat van Petra. Maar dat was uit massieve zandsteen rots gehouwen. Wat was er in dat Noord-theater van Umm Qais aan de hand? Hoe konden die bezoekers het theater verlaten?

    Bouwgeschiedenis

    Door ons vergelijkende onderzoek elders, ook en vooral in Syrië hadden we geleerd om bepaalde vormen te herkennen. Het leek er sterk op dat het Noord-theater een andere datering had, dan de theaters die wij al hadden bezocht. Dat dachten we te kunnen afleiden uit diverse details, zoals bijvoorbeeld afwijkende bogen van de entrees. Dat zijn geen zuivere rondbogen, maar segmentbogen. Het idee ontstond, dat dit theater niet in de grote bloeitijd van theaterbouw en het Romeinse Rijk was ontstaan, maar pas zo’n 2 eeuwen later. Ergens in de 3e eeuw na Christus?

    Dat was een periode van veel onrust in het Romeinse Rijk. Bouwactiviteiten waren niet even eenvoudig meer. Is men voortvarend met de bouw van dit nieuwe theater begonnen, maar kon het simpelweg niet meer voltooid worden? Daar lijken de doodlopende gangen toch op te duiden. Die bovendien een on-Romeinse hoogte hebben!

    Zijn dan de zitrijen, orchestra en scenae frons (het podium en de achterwand) wel gerealiseerd, maar het ontsluitingssysteem niet meer?

    prachtige basaltmuren van de scenaeHet werk is er serieus aan begonnen, maar is letterlijk doodgelopen op de rots. Er zijn prachtige basalten stenen voor zitrijen. De entrees aan de orchestra-zijde steken strak gehouwen in hetzelfde materiaal uit het zand omhoog (en nog meters diep erin). Een deels vrijgelegde achtermuur toont dezelfde strakheid. Aan die zijde is echt wel het nodige gereed gekomen. Het lijkt erop dat het theater wel degelijk heeft gefunctioneerd.

    Fascinerende vragen

    Bij ons ontstond een beeld van een laat gebouwd theater in de Romeinse periode. Misschien zelfs een van de laatste uit de geschiedenis van de Romeinse bouwkunst?! En bovendien een dat nooit is afgebouwd. Mits zorgvuldig onderzocht zou dat nog wel eens een van de meest interessante ontdekkingen kunnen opleveren uit de Romeinse periode van de stad Umm Qais.

    Natuurlijk blijft “mijn/ons” West-theater het mooiste, maar dit Noordtheater in Umm Qais is wellicht een van de meest fascinerende. Juist vanwege al die vreemde ontdekkingen! Hopelijk kan ik er later dit jaar, als we er naar toe reizen nog veel meer over vertellen.

  • Zomaar een Romeinse brug

    Zomaar een Romeinse brug

    Zomaar een Romeinse brug ontdekken. Kan dat nog? Niet als volledig autonome ontdekking natuurlijk, dat hele erfgoed is intussen wel in kaart gebracht.  Zie bijvoorbeeld ook mijn blog over de Via Appia. Maar wel als volstrekt ondergesneeuwd object ergens op het Franse platteland. De brug in kwestie waar ik het over wil hebben is gelegen bij het kleine plaatsje Rolampont in het departement Haute Marne. De kleine maar fraai uitgevoerde Romeinse brug overspant hier de bovenloop van de rivier de Marne.

    Slechts een enkel bordje verwijst in het dorp naar de brug. Verder vind je er nauwelijks informatie over, zelfs niet in de literatuur. Bovendien is die informatie dan ook nog zwaar tegenstrijdig. Er wordt gemeld dat de brug pas in 1764 gebouwd zou zijn… In alle eerlijkheid kan ik de waarheid ook niet boven water krijgen. Ik blijf de brug als Romeinse brug beschouwen. Zie ook hier

    Beschrijving van de brug

    De brug overspant in 3 bogen het smalle riviertje. De middelste boog is wat hoger en breder dan de 2  zijbogen. Tussen de beide bogen is de brug aan beide zijden versterkt met steunberen. Steunberen die je wellicht beter stroomberen kunt noemen, in ieder geval aan de stroomopwaartse kant. Door het gebogen verloop wordt het water beter langs de pijlers geleid. Deze van oorsprong Romeinse vondst zie je zelfs in 20e eeuwse bruggen nog terug komen.

    De randen van de brug zijn voorzien van een zware balustrade, opgebouwd uit grote blokken natuursteen. Deze blokken zijn als belangrijk onderdeel van de brug ook uitgevoerd in strak behouwen steen. Over de brug loopt de verharde weg in groffe steen omhoog tot aan het midden van de brug, daarna weer afdalend.Ooit deel van de Via Agrippa?

    Welke weg was dat? Dat is waarschijnlijk een deel van de noordelijke tak van de Via Agrippa geweest. De weg die van Lyon naar Keulen leidde, 2 zeer belangrijke plaatsen in het Romeinse Gallië. De belangrijke tussenhalte Langres ligt op een steenworp van het dorp Rolampont. Curieus is het dan om te zien dat de brug ondanks 2000 jaar bestaan tegenwoordig verboden is voor alle verkeer, zelfs voetgangers!

    En in plaats van de brug is er nu een doorwaadbare plaats in de rivier gecreëerd. Da’s overigens niet geheel onlogisch want er is eigenlijk geen weg meer. De moderne variant van de Via Agrippa, de huidige snelweg A31, loopt een paar honderd meter verderop. En verstoort daarmee wel enigszins de idylle van dit plek… Heeft dit ook de huidige toch wel slechte staat van de brug veroorzaakt? Met in alle voegen plantengroei en deels al ontbrekende stenen? Ongelooflijk dat dat mogelijk is in een Romeinse brug! Het doet mij pijn om dat aan te zien.door verwaarlozing en plantengroei ontzet muurwerk.

    Zomaar een Romeinse brug?

    Qua type is de brug niet werkelijk bijzonder, althans niet voor een Romeinse brug. De manier waarop deze is gebouwd is dat zeker wel. Want hoewel dit een kleine brug is over een onbeduidend riviertje, is de brug zeer solide gebouwd. Er is gebruik gemaakt van verschillende bouwtechnieken. De slimme combinatie hiervan heeft tot de stevige constructie geleid, die na wellicht zelfs meer dan 2000 jaar nog steeds overeind staat.

    Het valt op dat de belangrijke delen van de brug in strak behouwen steen zijn gerealiseerd. Minder belangrijke delen zijn in ruwer gehouwen blokken uitgevoerd. Dat is prachtig te zien in de bogen van de brug. Aan de randen zijn deze uitgevoerd in de strakke steen, maar de rest van de boog is opgetrokken uit die ruwere steen.

    strakke bogen met ruwere vullingDie is dan wel weer zo behouwen dat ondanks de wat ruwe vorm 2 stenen van dit type corresponderen met 1 behouwen steen. Daarmee sluit het strakke werk het wat grovere werk in de constructie op.

    Extra interessant is om te zien dat in de grootste boog, nog een extra boog is verwerkt met strak behouwen steen. Daarmee wordt extra stabiliteit gecreëerd in de brug. Immers, door de druk in de boog op de strak behouwen steen, biedt deze heel weinig speling. Het sluit de grovere blokken daarmee nog strakker op.zorgvuldige samenstelling van ruwere en strakke steen.

    Prachtig vind ik ook de manier waarop de leuningblokken op elkaar zijn aangesloten, met een ingenieus haaksysteem. Aan de blokken is ongeveer half hoog een uitstulping gelaten, die in een inkeping van het volgende blok grijpt. Het lijkt op het principe van een legpuzzel. Intrigerend om te zien. Maar wel hetzelfde systeem dat ik ooit heb ontdekt aan de rand van een waterbassin in Jordanië. Het betreft dus een universeel toegepast Romeins bouwprincipe.

    haak aan een balustradesteen 2 in elkaar gehaakte stenen, ingenieus!

    Stroomberen

    Ook de stroomberen aan de stroomopwaartse zijde van de brug vormen fraaie én functionele elementen. Door de gebogen vorm breken zij de waterstroom en geleiden deze langs de pijlers onder de brug door. De elementen zijn bijzonder vormgegeven. Want deze zijn niet in een rechte lijn, maar met een kromming gehouwen. Het doet van bovenaf heel sterk denken aan de boeg van een schip. Een boeg die immers ook door het water heen moet snijden.als de boeg van een schip: een van de stroomberen

    Maar in plaats van dit element ruim boven de waterlijn vlak af te sluiten, is er een zorgvuldige bekroning op geplaatst. Die bekroning doet eigenlijk met het regenwater wat de stroombeer met het rivierwater doet: afvoeren. De stenen ervan zijn zowel horizontaal, als verticaal gekromd en eindigen in een strakke punt. Er is vakmanschap voor nodig om dergelijke ingewikkelde stenen te behouwen. Het toont tevens dat hier een kundig bouwmeester aan de slag is geweest.

    Pontifex

    De Latijnse term voor een bruggenbouwer is pontifex. Is het toeval dat de Pontifex Maximus de opperpriester is geworden? Julius Ceasar heeft de functie enkele jaren bekleed. Is het toeval dat de Latijnse term voor de paus nog steeds Pontifex Maximus is? Waren bruggen in het Romeinse Rijk zo belangrijk dat de bruggenbouwer een religieuze functie is geworden? Dat zou ik nog wel eens nader uit willen zoeken….

    Spreek dus nooit over Zomaar een Romeinse brug!!

  • Romeinse aquaducten

    Romeinse aquaducten

    [av_textblock size=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” font_color=” color=” id=” custom_class=” av_uid=’av-khf1yvia’ admin_preview_bg=”]
    Het Romeinse Rijk was een uitstekend georganiseerde staat. In dit blog aandacht voor de Romeinse aquaducten ten behoeve van het dagelijkse drinkwater. Een van de minst belichte zaken, maar ook een van de belangrijkste van alle Romeinse gebruiken..

    De Romeinse bouwtechnie was zeer geavanceerd. In dagelijkse zaken waren zij hun tijd ver vooruit (zie ook het blog over de Via Appia). Sommige van hun technieken werden pas in de 19e eeuw geëvenaard of opnieuw geïntroduceerd, zoals vloerverwarming, riolering, (water-)toiletten, flatgebouwen, enzovoorts.

    Drinkwater voor elke stad.

    De Romeinen voorzagen elke stad van gezond, schoon drinkwater. Meestal was dat bronwater. Werd er ergens een stad gesticht, dan ging men direct op zoek naar bronnen in de omgeving. Om het water naar de stad te brengen werden aquaducten aangelegd. Letterlijk vertaald: water-leidingen.

    De nieuwe stad was afhankelijk van het water, maar werd daarvoor niet dichter bij een bron aangelegd. Vaak liepen die aquaducten dan ook mijlenver het land in. Daar hadden de Romeinen geen moeite mee.

    Van de stad Nemausos, Nîmes, is bijvoorbeeld bekend dat het aquaduct meer dan 53 km lang was. En dat het door moeilijk terrein liep: heuvelachtig met diepe kloven. De Pont du Gard is er een bekend overblijfsel van. Het heet een brug, maar is eigenlijk niet meer dan de overbrugging van het waterkanaal over de rivier de Gard. (Zie hier voor een apart artikel hierover).

    Romeinse aquaducten.

    Nabij Rome liggen nog imposante resten van een aantal aquaducten. In een vrijwel vlak landschap doemen 2 schijnbaar eindeloze bogenrijen op. Honderden bogen zullen het achter elkaar zijn. Deze doorsnijden het landschap in hun eenduidige heldere architectuur en ritme.

    Het valt meteen op dat de 2 aquaducten een fors onderling hoogteverschil hebben. Terwijl deze vlak bij elkaar liggen. Hoe is dat te verklaren?

    Simpel: Rome is volgens de overlevering gebouwd op 7 heuvels. Ook bewoners van die heuvels moesten hun eigen drinkwater hebben. Een hoog aquaduct dus voor de hogere delen van de stad en een laag voor de lagere delen. Zodat uiteindelijk de waterdruk vergelijkbaar was aan het eindpunt. Het eindpunt dat trouwens niet een kraan in huis was. Dat hadden de Romeinen dan weer niet…

    Het water werd met fonteinen openbaar verspreid. Men kon er naar hartelust uit tappen. Echt naar hartelust, want er was een ruime overvloed beschikbaar. Per persoon zelfs meer dan wat wij tegenwoordig dagelijks gebruiken, met al onze hygiënische wensen.

    Bouwtechniek

    Het waterkanaal van het aquaduct liep bovenop de bogenrijen. De bodem en zijwanden waren met een speciale waterdichte kalkmortel afgewerkt. Ook dát beheersten de Romeinen. De bovenkant van het kanaal was afgedekt met grote platte stenen, strak in de juiste vorm gehakt. Deze sloten het kanaal af, en werd vervuiling van het water voorkomen. De afdekplaten hielden bladeren, of erger nog, dode dieren tegen. Dieren zouden het water immers onmiddellijk besmet en onbruikbaar maken. Op regelmatige afstanden waren er inspectiegaten, afgedekt met speciale ronde stenen.

    De prachtige regelmatige blokken van het waterkanaal eenzijdig gesloopt om ergens anders gebruikt te worden.

    Die aquaducten, die Romeinse waterleidingen, hebben honderden jaren achter elkaar gefunctioneerd. Ongelooflijk! Tot ze in de vroege Middeleeuwen in verval raakten. Ze raakten in onbruik. Het bouwmateriaal werd voor nieuwe gebouwen gebruikt. Prachtig hoogwaardig materiaal. Voor de regelmatige bogen waren bijvoorbeeld grote hoeveelheden aan strak behouwen stenen gemaakt.  Het waren bijna geprefabriceerde constructies, met veel identieke grote blokken.

    Het vaak kalkrijke bronwater had eeuwenlang door het kanaal gestroomd. Daarbij waren kalkafzettingen ontstaan, soms vele centimeters dik. Zelfs die afzettingen zijn in de Middeleeuwen gebruikt.

    Zichtbare pakketten afgezette kalk

    Deze “kunststeen” was op een gegeven moment zo populair dat het een exclusief bouwmateriaal werd. Uit dikke pakketten werden decoratieve platen gezaagd. En die werden dan bijvoorbeeld als afschermingen in kerken gebruikt.

    Platen ter afscherming van het altaar in de Lebuïnuskerk in Deventer, afkomstig van het aquaduct van Keulen.

    Van de reinheid van de Romeinen gleed de wereld af in de smerigheid van de Middeleeuwen. Onvoorstelbaar dat het ineens gevaarlijk werd geacht om je te wassen! Het parfum is “uitgevonden” om de afgrijselijke lichaamsgeuren van mensen in de Renaissance- en zelfs latere Barok (Pruiken-)tijd te maskeren! Maar dat zijn andere verhalen….
    [/av_textblock]

  • De Via Appia: de oudste snelweg

    De Via Appia: de oudste snelweg

    [av_textblock size=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” font_color=” color=” id=” custom_class=” av_uid=’av-kg5ln57n’ admin_preview_bg=”] De Via Appia, daar wil ik het in dit blog eens over hebben. De oudste snelweg ter wereld, leidend van, hoe kan het anders, Rome naar Brindisi. Ben ik wanhopig geworden? Heb ik geen blog-inspiratie meer dat ik het nu over snelwegen ga hebben? Nee hoor, geen angst, dat is geenszins het geval. De Via Appia, en vele Andre wegen uit dezelfde tijd zijn wezenlijk geweest voor de cultuur, beschaving van de Romeinen. De weg is genoemd naar zijn geldschieter, Appius Claudius Caecus. Want in die tijd was het heel gewoon om een dergelijk gebaar naar de stad te maken. Vaak was het een verkiezingsstunt. Men hoopte daardoor meer kans te maken om te worden gekozen in deze of gene functie. Bij de thermen van Caracalla begint de Via Appia, tegenwoordig met de toevoeging Antica. Dan naar het zuidoosten van de stad, door de stadspoort in de Aureliaanse stadsmuur van Rome en verder.

    Aanleg van een Via

    In eerste instantie is de weg aangelegd om snelle troepenverplaatsingen mogelijk te maken. Later werd de weg dan buitengewoon belangrijk voor het handelsverkeer en heeft als zodanig dus eeuwenlang dienst gedaan als belangrijke handelsader. Dergelijke Romeinse wegen werden na de verovering van nieuwe gebieden vrijwel direct aangelegd. Het was daarmee een essentieel onderdeel in de organisatie van het Romeinse rijk, juist vanwege de snelheid waarmee men zich kon verplaatsen. En dat gold echt niet alleen voor legers… Het zou dankzij de goede organisatie van de wegen en de verzorging erlangs dus mogelijk geweest zijn om binnen 24 uur een bericht van Rome naar Brindisi te sturen. Let wel, dat is een afstand van ruim 300 km! De aanleg van een dergelijke weg was bepaald geen kleinigheid, en kun je gerust vergelijken met de zorgvuldigheid van nu. Zie je tegenwoordig een weg in aanleg dan valt op hoe diep het fundament aangelegd wordt. En dat werd door de Romeinen minstens zo zorgvuldig gedaan. Er werd een gleuf gegraven ter ruime breedte van de nieuwe weg. Een breedte die doorgaans het gemakkelijk passeren van 2 volgeladen karren mogelijk moest maken. In die gleuf werd een mortelbed gelegd, van kalk met grind toeslag. Eigenlijk een soort beton. Hierover heen kwamen dan nog enkele lagen, elke met een uitgekiende samenstelling zodat een volledig stabiele ondergrond ontstond. Het plaveisel bestond uit grote blokken steen, vaak van vulkanische oorsprong, vanwege duurzaamheid van dit gesteente. Deze blokken waren dan aan de bovenzijde strak vlak afgewerkt en werden zorgvuldig in een patroon verlegd. Daardoor lag er een stenen weg, die destijds een vrijwel spiegelglad oppervlak had.

    Monument in gebruik, hobbelen over de Via Appia

    Dat oppervlak is in de loop der tijden aanmerkelijk ongelijker geworden. Maar alleen het gegeven dat er nog zulke grote stukken van bewaard zijn gebleven is een teken van de doordachte en hoogstaande wijze waarop deze wegen zijn gebouwd. Op het eerste deel van de Appia is het oude plaveisel vervangen door nieuwe steentjes, maar een kilometer of 2 verderop ligt er ineens een stuk met oude stenen. Je zou verwachten dat dat volledig beschermd is, afgezet en tot monument verklaard, maar niets is minder waar. Hier is de weg dus nog steeds in gebruik. De een na de andere auto hobbelt over het intussen wel erg ongelijke oppervlak. Hilarisch om te zien. Ik vind het ongelooflijk, dat een weg die ca 2300 jaar geleden werd aangelegd nog steeds gebruikt wordt! Ok, ik zou het nu alleen geen snelweg meer noemen… Een stuk verderop ligt de oude weg er aanzienlijk verlatener bij, maar ook daar is het oude plaveisel aanwezig. De Via loopt hier kilometers verder door het idyllische landschap. En ondanks dat je maar een paar kilometer buiten het centrum van Rome zit, is het er rustig en landelijk.

    Mijlpaal

    Een interessant gegeven is de aanwezigheid van een (kopie van een) authentieke mijlpaal. De eerste, ook dito genummerd staat vlak bij de Aureliaanse muur, en geeft de afstand tot het Forum Romanum aan. En zo was elke mijl voorzien van een mijlpaal, zodat de reiziger precies wist waar hij was. Antieke bewegwijzering, wie verwacht zoiets? Oh, en een mijl? Mille passus (1000 stappen, van het linker- én rechterbeen) De Via Appia is niet bepaald de grootste toeristische trekpleister van Rome, maar wel degelijk een bijzonder object. Niet vanwege de architectonische kwaliteit, maar vanwege de bouwtechniek en het belang voor de organisatie van het Rijk. Het was er slechts een van honderden! Als je aan drukke toeristenhordes wilt ontsnappen, dan is dit dé aangewezen plek om tot rust te komen. Het loont de moeite, alleen al vanwege alle verhalen en oude grafmonumenten die er nog te vinden zijn. Zoals dat van Cecilia Metella, schoondochter van Crassus, die nog met Ceasar en Pompeius het eerste driemanschap heeft gevormd. Maar dat zijn weer andere verhalen… Laat je eens verrassen door die verhalen in een lezing, of informeer naar de mogelijkheden om het zelf te beleven met een reis

    let op de persoon net voor het basement!

    [/av_textblock]

  • Eeuwige ronde

    Eeuwige ronde

    [av_textblock size=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” font_color=” color=” id=” custom_class=” av_uid=’av-kfzvigbl’ admin_preview_bg=”]
    Sommige gebouwen zijn van eeuwigdurende waarde, en heel incidenteel blijft een gebouw ook eeuwig in gebruik. In hoeverre dat eeuwig ook oneindig betekent blijft dan altijd een onbekend gegeven, maar eeuwig in de letterlijke betekenis, van eeuwen en eeuwen in gebruik gaat het wel op.

    Eén zo’n gebouw bezocht ik onlangs weer eens. Wereldberoemd: het Pantheon in Rome. En wat een gebouw is het toch eigenlijk. Iedere keer weet het mij weer in zijn greep te krijgen, vanaf het moment dat ik onder de magistrale koepel binnen stap.

    De magistrale koepel die door een Romeins architect, de naam is ons niet overgeleverd, in de 2e eeuw na Christus is gerealiseerd en nu dus al zo’n 1900 (!) jaar overeind staat! Niet alleen is het een magistraal architectonisch gebaar, maar ook een ongelooflijk technisch hoogstandje. Immers, de koepel is van beton opgetrokken, maar dan in ongewapende versie, wapening kenden de Romeinen nog niet.

    43 m in doorsnede, liever eigenlijk spreek ik van 150 voet, dat is een fraaiere maat en sluit aan de bij geometrische genialiteit die de Romeinen hadden. En het mooiste is dat het ook precies die 150 voet hoog is. Met andere woorden, in het gebouw past precies een bol van die maat.

    Als je je probeert voor te stellen hoe dat gebouwd is, dan krijg je pas echt respect voor de bouwtechniek uit die tijd. Beton is een vloeibaar goedje met een forse massa. Tegenwoordig gaat men uit van 2400 kg per kubieke meter. Dat zal destijds wat minder geweest zijn overigens, de Romeinen gebruikten lichtere korrels en toeslag dan wat wij tegenwoordig aan grind gebruiken.

    Maar dan nog: een koepel van 43 m hoogte en doorsnede, heeft alleen al een omtrek van 2 x pi x r = 2 x 3,14 x 21,5 = ca 135 meter lengte. Stel dat de koepelwand daar 1 m dik is, en een kubieke meter ongeveer 2000 kg weegt. Dan hangt er alleen op die eerste meter koepel al 270 ton beton! Op een hoogte van 21,5 m… En in vloeibare toestand er opgegooid! Om dat op te vangen vraagt een enorme bekisting met dito ondersteuningen. En de nodige kennis om dat geheel stabiel te houden. En die wand is daar nota bene veel meer dan een meter dik! En dan gaat de koepel nog eens 21,5 m hoger de lucht in!

    Het zijn ongelooflijke cijfers…  De bouwmeester / architect van die tijd moet een even diep vertrouwen in het eigen kunnen gehad hebben, want het gieten is 1, het ondersteunen is 2, maar het weghalen van de bekisting is 3! Gokken dat “het wel goed zal gaan”? Dat geloof ik niet! Niet als je je een beetje verdiept in de Romeinse bouwtechniek. En niet midden in Rome, voor een tempel die in opdracht van keizer Hadrianus zelf gebouwd wordt…

    Ach ja, nog een vraagje: hoe zijn al die tonnen beton eigenlijk naar boven gekomen? In emmertjes? Ik denk het niet, maar de geschiedenis hult zich in stilzwijgen, leidend tot grote raadsels voor ons.

    Oftewel, dit hele geval, die fabelachtige koepel, is het product van een staaltje rekenkunde en bouwtechniek, waar wij nog jaloers op kunnen zijn.

    Inderdaad is de koepel dan ook tot in de 19e eeuw de grootste ter wereld gebleven, en kon pas overtroffen worden met gewapende constructies of in staal. Zelfs die andere gigantische koepel in Rome, van de St Pieter blijft binnen de straal van die van het Pantheon!

    Een hilarisch gegeven, maar evenzo slim bedacht is dan nog dat de koepel niet helemaal dicht is. Bovenin, de laatste 9 m van het gewelf, is open gebleven. De reden? Daar zou te veel beton horizontaal komen te hangen, dat was niet-realiseerbaar, dat zou onherroepelijk instorten. /zodoende is dat deel open gelaten, leidend tot het hilarische gegeven dat het binnen kan regenen!

    Ik wens iedereen toe om het Pantheon in de regen te bezoeken. In het midden van het gebouw regent het dus! Het gebouw is er destijds op voorbereid, middels fraaie schrobputjes is de vloer! Waarna het regenwater door de Romeinse riolen wordt afgevoerd.

    Het intrigerende is nog wel dat je niet eens of nauwelijks in de gaten hebt dat het binnen regent! Bij een doorsnede van het oog / oculus van 9 meter tov 43 m doorsnede van het gebouw valt er slechts op ca 4,5% van het totale vloeroppervlak regen! Ruimte genoeg om droog te blijven!

    Ik heb het met mijn gasten weer mee mogen maken… weliswaar een miezerbuitje, maar regen voelen in een gebouw, en dat doodgemoedereerd ondergaan blijft een wonderlijke ervaring!

    Zo staat het Pantheon al 19 eeuwen in al zijn klassieke eenvoud, genialiteit en kracht midden in Rome. Er zijn nog zoveel meer verhalen over te vertellen, daar kunnen nog wel een paar blogs aan gewijd worden. Wie weet…


    [/av_textblock]

  • Een groot stadion?

    Een groot stadion?

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k9e06do5′ admin_preview_bg=”]
    Vanochtend een berichtje in de krant: in Guangzhou in China is de bouw van het grootste voetbalstadion ter wereld van start gegaan. Wel 100.000 toeschouwers kunnen erin, het is daarmee groter dan het stadion van FC Barcelona.

    Eerlijk gezegd moest ik een beetje lachen toen ik dat bericht las. Natuurlijk is 100.000 toeschouwers een hoop, maar om daar nu zo’n ophef over te maken. Er zijn gebouwen te noemen die vergelijkbare of zelfs grotere aantallen konden herbergen.

    Ik denk dan bijvoorbeeld aan een stadion dat de hele wereld kent, is het niet van eigen bezoek dan is het wel van de film “Gladiator”, met Russel Crowe in de hoofdrol. Het stadion waar ik het dan over heb is natuurlijk het Colosseum. Huh? Stadion? Jazeker!

    Er werd toen weliswaar nog niet gevoetbald, maar de spektakels die in dat officieel geheten Amfitheatrum Flavium werden gegeven hadden minimaal de aantrekkingskracht die tegenwoordig een goede voetbalmatch op mensen heeft.

    In de eerste vorm was het zelfs multifunctioneel. Want het stadion (ik blijf het maar even zo noemen) was niet alleen te gebruiken voor allerlei gruwelijke spektakels, als gladiatorengevechten, maar kon zelfs onder water gezet worden! Een aantal aquaducten die naar de stad Rome leidden waren dusdanig aangelegd, dat deze de arena volledig konden vullen met zeker 5 m waterdiepte, waarin complete galeien konden varen. Aldus werden historische zeeslagen nagespeeld, die het Romeinse rijk had geleverd, met b.v. de vloot van Carthago of Egypte. Ongelooflijk? Zonder enige twijfel, maar door zorgvuldig archeologisch onderzoek bevestigd.

    Later werd de hele arena onderkelderd en werden er allerlei uitermate vernuftige technische installaties aangebracht om op de meest onvoorspelbare momenten en posities wilde beesten in de arena los te laten. Die dan de gruwelijke taak hadden om de mensen in de arena tot een gevecht op leven en dood aan te zetten, meestel met ongunstige afloop voor de mensen in kwestie. Afschuwelijk om te beseffen, maar het leven van de wilde dieren was meer waard dan dat van een mens.

    Een stadion, waarvan zelfs nu, na bijna 2000 jaar nog hele grote delen overeind staan, en waarvan ongetwijfeld nog veel meer bewaard zou zijn gebleven, als het niet gedurende meer dan 1000 jaar als een geweldige steengroeve annex voorraadschuur was gebruikt om weet-ik-niet welke en hoeveel monumenten in het Middeleeuwse, Renaissance- en Barok-Rome mee vorm te geven.

    Maar het meest indrukwekkende? Het feit dat in dat stadion naar schatting al 100.000 mensen konden plaats nemen! Rome was zelfs toen al een miljoenenstad, het stadion moest wel die capaciteit hebben om een substantieel deel van de bevolking die spelen te laten mee beleven. Nog een indrukwekkend gegeven? Door het zeer ingenieuze systeem van trappen, gangen, galerijen en entreepoorten konden die 100.000 bezoekers binnen 10 minuten het gebouw verlaten!

    Je ontdekt een fantastisch staaltje Antieke bouwkunst als je die gangenstelsels gaat bestuderen. Want wat een massief gebouw lijkt te zijn, louter onderbroken aan de buitenzijde door de karakteristieke opeenvolging van de bogen, schuilt er in werkelijkheid in de structuur een geniaal ontsluitingsplan, waarbij alle onderdelen op een onnavolgbare wijze in elkaar gevlochten zijn.

    wat massief lijkt, is in werkelijkheid een geniaal in elkaar geweven ontsluitingssysteem

    Mogen deze gegevens al indrukwekkend zijn, het wordt nóg imposanter, als je nagaat dat wat wij tegenwoordig al als een hoogstaande technische prestatie beschouwen, in die dagen betrekkelijk normaal was: het hele stadion kon overdekt worden! Helemaal? De deskundigen lijken het wel eens te zijn, dat dat dan niet het geval was, maar wel dusdanig, dat het grootste deel van de bezoekers overdekt in de schaduw zat.

    Kijk je rond het gebouw, dan zie je rondom vreemde steenblokken  staan. Deze blokken zijn voorzien van 2 x 4 gaten. Kijk je vervolgens naar de gevel, helemaal bovenaan, dan valt een rij curieus uitstekende blokken op onder kroonlijst, corresponderend met gaten in dezelfde kroonlijst. Door die gaten werden lange houten masten gestoken, die gedragen werden door de onderste blokken, waar een sparing in was gemaakt. Er was een speciaal marinedetachement beschikbaar dat met lange kabels een zeil uit de arena langs de palen ophees, en de kabels borgde in de steencirkel rond het gebouw!

    Een simpel scheepszeil voor “goedkopere” voorstellingen, lees die waar de hoofdsponsor niet meer dan dat wilde of kon betalen, maar ook doeken van pure zijde, soms nog beschilderd ook, die betaald werden door de meer welvarende sponsoren.

    Tja, met die kennis in mijn achterhoofd, is mijn glimlachen om het “spektakel” van een voetbalstadion van 100.000 mensen misschien begrijpelijk.

    Het is trouwens niet eens het grootste stadion ter wereld, dat zou nog steeds in Noord-Korea staan, met een capaciteit van 114.000 bezoekers.

    En dan vind ik het nog niet eens eerlijk om hierbij te verwijzen naar de plannen die ooit in Nazi-Duitsland leefden voor een stadion van 300.000 bezoekers. Immers: dat is nooit verder gekomen dan de fundamenten. Maar dat is voer voor een ander blog….
    [/av_textblock]

  • Een te klein theater in Palmyra

    Een te klein theater in Palmyra

    [av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-k10jaudp’ admin_preview_bg=”]
    Palmyra, ik schreef er al eens over. Een stad die ik meerdere malen heb bezocht en die mij telkens weer wist te overdonderen met haar imposante ruïnes, als getuigen uit een rijke periode.

    Blik in het theater. In deze situatie passen hooguit 1500 mensen

    Een van de voor mij meest boeiende monumenten was het oude Romeinse theater. Let wel: theater, niet amphitheater. Een klein college: De Romeinen kenden 3 soorten theaters: een Odeon, een klein, vaak volledig overdekt theater voor muziekuitvoeringen. Een theater, bedoeld om toneelstukken, zoals Griekse tragedies en komedies op te voeren, en het amphitheater, waar de grootse spelen werden opgevoerd, waar gladiatoren hun gevechten uitvochten op leven en dood, Christenen voor de leeuwen gegooid werden en in enkele gevallen zelfs complete zeeslagen werden nagespeeld. Echter, amphitheaters waren er veel in Europa, maar vrijwel geen enkel in het Midden-Oosten.

    Dankzij mijn afstudeeropdracht, een theater in Jordanië, heb ik een enorme voorliefde ontwikkeld voor deze monumenten. Ik kan er niet genoeg zien, en ontdek telkens nieuwe dingen. Een van de sensationeelste ontdekkingen deed ik rond het theater van Palmyra. Dit gebouw was relatief beperkt van omvang, zeker gelet op de grootte van de stad, en de imposante positie die het in het stadscentrum in nam. Het theater in de toestand waarin ik het ontdekte, kan hooguit 1500 mensen herbergen, in slechts 1 rang zitrijen. Zeer afwijkend van de bij de Romeinen gebruikelijke bouwwijze in meerdere rangen, overeenkomstig de standen in de maatschappij.

    De scenewand van het theater, met maar liefst 5 ingangen!

    Daarnaast bevonden zich in de achterwand van het theater niet 3 podiumingangen zoals gebruikelijk, maar 5, een teken dat het een veel grotere omvang gehad moest hebben, want veel andere grote theaters die wij nu nog kennen (b.v. het theater van Orange in Zuid-Frankrijk) hebben een forse omvang, maar toch maar 3 podiumingangen.

    Rondom de buitenmuur van het theater was een grote, met de ronde muur mee lopende vlakte, van tientallen meters breed, die dan aan de andere kant weer werd afgesloten met een zuilenrij, waarachter een rondlopende galerij lag waarop allerhande ruimtes, ongetwijfeld winkeltjes, uitkwamen. Die tussenruimte tussen zuilenrij en theatermuur fascineerde mij. Deze was veel te groot voor een destijds grote bruisende stad als Palmyra.

    De enorme tussenruimte tussen de zuilengalerij en de huidige buitenmuur van het theater.

    En tenslotte bleek die zuilengalerij ook nog eens uit te monden in de grote hoofdstraat, middels 2 bogen. Terwijl die hele straat eigenlijk enkel geflankeerd werd door kolommen. Dit imposante geheel werd dus alleen ter hoogte van het theater onderbroken door 2 bogen. De conclusie was snel getrokken: de open ruimte tussen de rondgaande zuilen en de huidige buitenmuur van het theater, maakte oorspronkelijk deel uit van het theater, was het theater.

    een schitterend in de hoofdstraat geïntegreerde boog, naar de rondgaande zuilengalerij
    Een bescheiden resterend deel van de rondgaande zuilengalerij, met winkeltjes

    Dat alles zo op een rijtje zettend, en een beetje spelend met de maatvoering, kon er een theater voorgesteld worden, met tenminste 3 rangen, zoals het gebruikelijk was in een dergelijke grote en belangrijke stad. Langs de rondgaande straat heeft op een afstand van een paar meter, corresponderend met de breedte van de bogen naar de hoofdstraat toe, de oorspronkelijke buitenmuur van het theater gelopen, met arcades, die toegang gaven tot de zitrijen, de cavea, zoals dat officieel heet. Arcades die iedereen kent van bijvoorbeeld het Colosseum in Rome, weliswaar een amphitheater, maar qua gevelopbouw identiek.

    Vanaf de hoofdstraat naar de rondgaande straat.

    In het geval van het Palmyreense theater zullen er tenminste 2 maar misschien zelfs wel 3 rijen boven elkaar rondom langs de buitenmuur hebben gelopen, qua omvang vergelijkbaar met die welke uitkomen op de hoofdstraat. De onderste bood toegang tot de lagere zitrijen, de bovenste zullen een eigen omgang gevormd hebben, met toegang tot de hogere zitrijen.

    En wat is dan die huidige buitenmuur geweest? Simpel: een binnenmuur. Want hoewel die theaters er enorm massief uitzagen, was de hele constructie voorzien van gangenstelsels, trappen en doorgangen, die op ingenieuze wijze het publiek toegang gaven tot de voor hen bestemde zitplaatsen. Door dat ontsluitingssysteem kon het theater in zeer korte tijd volledig leegstromen. De huidige buitenmuur was de binnenmuur, die de binnenzijde vormde van de rondgaande gang onder de zitrijen door.

    Zo blijkt wat zich nu laat aanzien als een bescheiden theater, van oorsprong vele malen groter geweest te zijn. Met een toeschouwersaantal dat ver boven het huidige heeft gelegen. Het is lastig om daar een nauwkeurige berekening van te geven, maar ik durf te stellen, dat er tenminste 15.000 mensen in dit theater plaats konden nemen. Voorwaar een ander beeld dan die ca 1500 die er nu nog inpassen. Het theater in de huidige vorm is weinig meer dan het restant, de onderste verdieping van een veel groter gebouw.

    En wat er met die hogere delen verder is gebeurd? Waarschijnlijk gebruikt om in latere tijden nieuwe gebouwen mee te bouwen. Vrij vertaald, het zal als steengroeve gebruikt zijn, waaruit een grote voorraad kant en klare bouwblokken gehaald is. Destijds zeer gebruikelijk, voor ons nu onvoorstelbaar.

    Helaas is het theater in recente jaren opnieuw in gebruik gekomen, als plaats van handeling van de afschuwelijke onthoofdingen door de leden van IS. Gelukkig heb ik het nog in prettiger tijden kunnen ontdekken. Hopelijk kan ik er ooit nog eens terugkeren, wie weet in gezelschap van jullie?
    [/av_textblock]