[av_textblock size=” font_color=” color=” av-medium-font-size=” av-small-font-size=” av-mini-font-size=” av_uid=’av-jxg629tg’ admin_preview_bg=”]
Soms ontstaat er in een bepaalde streek een aparte vorm voor een gebouw. Hoe dat ontstaat is moeilijk te achterhalen, vooral als het gaat om eeuwenoude gebouwen. Apart is het wel om te ervaren, dat die ene vorm zo kenmerkend is geworden voor die bepaalde streek. Het lijkt een indicatie voor beperkte onderlinge uitwisseling tussen regio’s. Stijlkenmerken raakten niet verspreid over een groter gebied, waardoor sterke regionale verschillen bleven bestaan, binnen een en dezelfde stijl.
Zo is er in de middeleeuwen in Friesland een typische vorm ontstaan voor kerktorens. Veel van deze torens, die in de Romaanse periode zijn gebouwd, zijn voorzien van een zadeldak. Je ziet het in heel Friesland, en soms net erbuiten in Groningen. Het zijn robuuste torens, met vaak een vierkante plattegrond, en aan de voorgevel een gemetselde topgevel, die het dak afsluit. Boven het dak van het bijbehorende kerkje, vaak een eenvoudig zaalkerkje, zijn in de torenromp een aantal galmgaten uitgespaard, met karakteristieke rondbogen.