De schitterende kloostergang

Jaren geleden mocht ik een vertaling te maken van de bezoekersgids van de abdij van Fontenay. De eerste zin daarvan is mij altijd bijgebleven: men komt altijd te snel in Fontenay. De strekking: wil je de abdij goed begrijpen, dan moet je die eigenlijk naderen in Middeleeuws ritme.

Tegenwoordig kom je met de auto tot aan de poort, razendsnel vanuit waar je dan ook verblijft. 100 km? Geen probleem, 200 of meer, evenmin! Maar in de Middeleeuwen was het een onderneming om er te komen, waardoor je de aankomst des te meer waardeerde!

Cisterciënzers

De abdij van Fontenay is een typisch gebouw van de Cisterciënzer orde. Deze was eind 11e eeuw opgericht (1098) en kende in de 12e eeuw een enorme groei en bloei. Het doel van de orde was om zich terug te trekken uit de bewoonde wereld en terug te gaan naar de natuur om daar het contact met God te zoeken. Het enige dat daarbij telde was de aanwezigheid van water. Vandaar dat vrijwel alle namen van abdijen van die orde verwijzen naar water: Fontenay, Fountains, Septfontaines, Maulbronn. Nog steeds liggen veel van die gebouwen, vaak ruïnes overigens, verlaten in de bossen.

De monniken trokken zich terug in de wouden en vestigden daar hun abdijen. En leefden daar zelfvoorzienend. Met water kon energie gewonnen kon worden, en het is een belangrijke bron voor het bereiden van voedsel. Dat was waar zij doelbewust naar zochten. Dat water werd overigens ook gebruikt voor iets waar wij de Cisterciënzers nog steeds van kennen: bier! Trappisten (van het bier) zijn Cisterciënzers.

Waterrad = energie, water = leven

Waterrad = energie, water = leven

Mijn eerste bezoek

Ik liep stage in Frankrijk en had net een eerste autootje gekocht. De weg lag voor mij open om de abdij te bezoeken. Dat heb ik in een koud Maarts weekend in 1989 voor het eerst gedaan. De openingszin van mijn vertaling indachtig heb ik dat op een wat afwijkende manier gedaan. Ik ben er al op vrijdagavond naar toe gereden, wel met mijn karretje. In de bossen heb ik mijn kleine tentje opgezet en aldus overnacht. Dat was nog best griezelig, want om de abdij heen liggen forse wouden, met groot wild. Ik heb die nacht wel het nodige horen scharrelen, ook dicht om de tent…

In de vrieskou ben ik ’s ochtends uit mijn tentje gekropen en heb mij nog in de ijskoude beek primitief gewassen en geschoren. Zo stond ik als een van de eersten aan de poort, mijn reis met een nacht gerekt. Er waren nauwelijks bezoekers, en de abdij ging gehuld in een winterse nevel.

Het sobere interieur van de kerk

Het sobere interieur van de kerk

Aldus dwaalde ik door het complex, bijna alleen. Ik voelde wat die gemeenschap destijds had doorgemaakt. Zonder luxe voorzieningen, eenvoudig en volledig terug naar de basis. En hoe heerlijk was het dat in de loop van de ochtend het zonnetje door de nevel heen brak! Wat zo’n klein beetje warmte dan doet.

De architectuur van de abdij van Fontenay.

De abdij is bijzonder om een aantal aspecten. Ten eerste is het een van de best bewaarde complexen uit de Cisterciënzer geschiedenis. Er ontbreekt slechts 1 gebouw: de refter, oftewel de eetzaal. Verder is het hele complex intact, waardoor je uitstekend kunt voelen hoe dit heeft gefunctioneerd.

De massieve Romaanse kerk

De massieve Romaanse kerk

Ten tweede is dit ook een van de oudste complexen, waardoor het ook nog eens heel authentiek is. De gebouwen zijn vanaf 1130 gebouwd, dus heel snel na de stichting van de orde. En in latere eeuwen zijn er geen gebouwen vervangen. Wat je ziet is het oorspronkelijke complex, in Romaanse bouwstijl. De Romaanse bouwstijl die door de orde aan de eigen wensen werd aangepast, want niet alleen trokken zij zich terug in de natuur, ook onttrokken zij zich aan de cultus van heiligenafbeeldingen, beelden en gebrandschilderd glas. In die zin waren zij eigenlijk een soort hervormers avant la lettre. Zij keerden zich bijvoorbeeld ook tegen de luxe en rijkdom van de abdij van Cluny (zie b.v. hier)

De enige versieringen die je in het complex van Fontenay kunt ontdekken zijn eenvoudige bloemmotieven op de kapitelen.

Strak ritme van kolommen

Strak ritme van kolommen

Het enige beeld in de kerk: Maria met kind

Het enige beeld in de kerk: Maria met kind

En een enkel beeld van de Maagd Maria.

Verder is de architectuur volledig gestript. Maar juist daardoor wordt deze ongelooflijk krachtig. Strakke ritmes van elkaar opvolgende kolommen en bogen, een van de fraaiste kloostergangen uit de geschiedenis etc.

Bijzondere elementen

In een complex dat nog zo compleet bewaard is gebleven, vind je natuurlijk alle elementen terug uit de Cisterciënzer-architectuur. Zoals de slaapzaal, officieel dormitorium geheten. Die met een lange trap direct in de kerk uitkomt.

Het dormitorium, de slaapzaal

Heel karakteristiek. Zo kunnen de broeders in de nacht razendsnel in de kerk afdalen. Zij leefden immers volgens de regel van Benedictus, die de dag had onderverdeeld in blokken, gekenmerkt door gebeden die men in de kerk zong. In de nacht waren dat de Metten. Niets menselijks was de broeders vreemd, want ook zij stonden niet te popelen om midden in de nacht uit hun bed te komen. Daarom maakten zij graag korte metten: zo snel mogelijk het gebed zingen en terug in bed. Onze uitdrukking is er direct van af geleid.

De trap naar het dormitorium: ideaal om korte Metten te maken.

De trap naar het dormitorium: ideaal om korte Metten te maken.

Een ander bijzonder element is de keuken. Bijzonder? Een keuken? Dat zal toch een van de eerste dingen zijn die je bouwt als gemeenschap? Inderdaad, maar het bijzondere hiervan is, dat dit het enige verwarmde vertrek was in het complex. Alle andere ruimtes waren onverwarmd. Dat was onderdeel van de filosofie van de orde. De broeders mochten zich per dag slechts een half uurtje in dit vertrek ophouden.

de enige "verwarming": haarden in de keuken

de enige “verwarming”: haarden in de keuken

Bezoekadvies…

Zo alleen dwalend door dat complex kon ik dat destijds letterlijk aan den lijve ervaren. Het was hard, maar ik begreep de inleidende zin uit mijn vertaling nu maar al te goed.

Helaas is een dergelijke actie moeilijk te herhalen, en kom je inderdaad eerder te snel dan te langzaam in Fontenay aan, met je comfortabele vervoer van heden ten dage. Het helpt wel om dat niet in het zomerseizoen te doen, maar juist in een koudere tijd. Je beleving wordt er intenser door en je kunt je voorstellen hoe de gemeenschap destijds heeft geleefd.