Een van mijn meest favoriete gebouwen, mag je misschien niet een gebouw noemen. Het is eigenlijk veel meer een gebouwd landschap. Het boeit mij al sinds het gebouwd is omstreeks 1972, toen ik zelf nog maar een klein “manneke” was. Dat kleine manneke keek gefascineerd naar de toen nog zwart beelden van het gebouw, de constructie, zonder te begrijpen waarom hij dit nu zo mooi vond.

Ik heb het over het Olympisch stadion van München.

Overzicht over de atletiek- (en voetbal) arena

Daar is zoveel fascinerends aan! Bijvoorbeeld de onmogelijke opgave die destijds werd gesteld om een dak over het stadion te maken, dat geen schaduw zou geven.  Een dak dat volledig transparant is… Hoe is dat in vredesnaam mogelijk? Je zult toch op zijn minst een draagstructuur moeten hebben, balken in staal of hout, die al direct een schaduw zullen werpen. En is het al onvoorstelbaar om dat bij een normaal gebouw te bereiken, hoe kun je dat realiseren bij zoiets groots als een stadion? Ja, zelfs een Olympisch stadion! Waar toch een man of 80.000 in moeten passen!

Een vrijwel volledig transparant dak

En toch is het gelukt! Met een architectuur die volstrekt baanbrekend was, totaal brak met welke eerdere stroming ook. Dusdanig vernieuwend dat ik er zelfs nooit een naam aan heb horen geven, of je zou het tent-architectuur moeten noemen. Wat dan juist eigenlijk weer de allerbeste omschrijving is, die je eraan kunt geven.

Die openheid van de daken en het terrein moest vorm geven aan het streven van Duitsland zich als een modern open en gastvrij land te presenteren, en vormen een sterk en bewust contrast met de architectuur van dat andere Olympische stadion, waar in Berlijn in 1936 de door de Nazi’s uitgebuite spelen hadden plaatsgevonden. Dat stadion is zeer massief, opgebouwd uit grote blokken graniet, bijna onderdrukkend als architectuur. Maar zo niet dus het nieuwe stadion in München!

Architect-ingenieur Frei Otto was verantwoordelijk voor het concept van de tentdaken, waarbij plexi-glazen platen op een kabelnet werden geplaatst, strak gespannen door een zeer ingenieus samenspel van kabels, masten, trek- en drukstangen.

Indruk van de opbouw van het dak

een indrukwekkend samenspel van krachten: kabels, masten, massieve blokken in de grond en een netwerk van kleine spankabels onder de dakplaten.

Fabelachtig knap in elkaar gezet. Bijna geknutseld trouwens, want we praten over 1970, computers om dit volledig door te rekenen waren nog science fiction. Toch werd de computer, een van de eerste keren in de bouwkunst, wel degelijk ingezet, maar de krachtigste computer, net passend in een grote zaal, had bij wijze van spreken nog niet het rekenvermogen van een tegenwoordige smart TV.

Het hele gebied van het stadion, waar de constructie overheen getrokken werd, is in een grote maquette op schaal nagebouwd. Elke kabel werd met een spanningsmeter uitgerust, en door meer of minder spanning op een kabeltje te zetten kristalliseerde het hele ontwerp zich langzaam uit. Trok je een bepaald kabeltje te strak aan, dan trok je ergens anders een constructie-onderdeel letterlijk uit zijn verband. Honderden metertjes in een enkele maquette, onvoorstelbaar wat een gepuzzel dat geweest moet zijn!

“dunne” trekkabels, over een zware drukstaaf

Zo zijn alle voor de Spelen noodzakelijke accomodaties door dit dak overkoepeld. Ondanks de organische vorm van het park, en dus ook van de tentconstructies, is er een opvallend heldere lijn in het complex ontstaan. Er is een opeenvolging van tenten gemaakt over de atletiekarena, met een aansluiting overlopend naar het zwembad en de hal voor de zaalsporten. Er staat geen mast in dezelfde hoek, met dezelfde lengte, en toch is het een logisch geheel. Heel knap om dit voor elkaar te krijgen.

2 tentdaken over de tribunes: zonder enige extra ondersteuning

Het grote dak van de atletiekarena (waar overigens voor Nederland op 7 juli 1974 een traumatisch voetbaldieptepunt plaats vond) is samengesteld uit 9 opeenvolgende tenten, alle opgehangen aan in totaal 8 masten. Om de daken, die zich aan één kant van de arena uitstrekken, strak te zetten is een reusachtige samengestelde kabel over de tribune getrokken. Zo groot, dat je in de nabijheid ervan denkt met pijpleidingen te maken te hebben. Deze bundelkabels zijn aan weerszijden van de tribunes in de grond opgesloten, met enorme blokken beton, om de trekkrachten op te kunnen vangen.

Pijpleiding of spankabels?

Einde van de zware spankabel voor het dak van de atletiekbaan

Elke afzonderlijke tent is met trekstangen (dunne stalen staven) aan een mast opgehangen en wordt zo op spanning gehouden. In het dak is een extra spanningspunt gemaakt om extra breedte te creëren, voor de hele tribune. Alleen al dit kleine aspect in de opbouw van de tenten, vormt een fraai staaltje evenwichtskunst, maar is te ingewikkeld om zo even uit te leggen, je moet het zien om te geloven. Een extra poot vanaf de tribune was eenvoudiger geweest, maar was blijkbaar onacceptabel voor de ontwerpers, die nu voor elke toeschouwer een volstrekt ongehinderde blik op het veld konden bieden.

Waarlijk een kunststuk om te aanschouwen, wat ik gelukkig inmiddels een aantal malen kon meemaken, gevolg gevend aan de wens van dat kleine manneke dat ik destijds was, om dit zelf te kunnen beleven! Dat is in ieder geval 1 jeugddroom die voor mij is uitgekomen.